Onderwijs
8 november 2013 | door: Emma Willemsen e.a., studenten sociologie aan de Universiteit Utrecht

Invoering passend onderwijs ongepast

Met de wet Passend Onderwijs, die per 1 augustus 2014 ingaat, krijgen scholen een zorgplicht. Dit houdt in dat scholen alle leerlingen een passende onderwijsplek moeten bieden.

"De doelstelling van het nieuwe stelsel is te ambitieus en er is te weinig nagedacht is over de haalbaarheid ervan"

Uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) blijkt dat het aantal zorgleerlingen fors is gegroeid. Dit zijn leerlingen met bijvoorbeeld leerachterstanden, ADHD, autisme of dyslexie die extra begeleiding nodig hebben in het onderwijs.
 
In de periode van 2003 tot en met 2009 is de totale groep zorgleerlingen met vijftien procent gestegen. Het aantal zware zorgleerlingen steeg met maar liefst 65 procent. De afgelopen jaren zijn steeds meer zorgleerlingen doorgestuurd naar het speciaal onderwijs, waardoor het huidige systeem financieel onhoudbaar is geworden.
 
Daarnaast blijkt dat scholen de afgelopen jaren veel moeite hadden met het realiseren van maatwerk, waardoor het aantal thuiszitters gestegen is. Met de invoering van de wet Passend Onderwijs poogt de overheid deze problemen aan te pakken en de kwaliteit en organisatie van het onderwijs te verbeteren. Het klinkt als een mooie doelstelling, maar is dit wel haalbaar?
 

Paradox

Allereerst lijkt het nieuwe stelsel voor passend onderwijs niet met elkaar te verenigen doelstellingen te hebben. De overheid wil dat het reguliere onderwijs zoveel mogelijk maatwerk levert om aan de specifieke onderwijsbehoeften van zorgleerlingen te kunnen voldoen. Voor elk kind moet er passend onderwijs en begeleiding worden gerealiseerd die aansluit bij zijn/haar eigen mogelijkheden en talenten.

 

Het passend onderwijs is daarentegen ook een bezuinigingsmaatregel. Door zorgleerlingen zo veel mogelijk naar reguliere scholen te sturen, kunnen de kosten van het relatief dure speciaal onderwijs worden beperkt, zo luidt de redenering. Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat dit hogere kosten betekent voor het reguliere onderwijs. Zij moeten veel meer maatwerk en begeleiding leveren voor zorgleerlingen en daar is geld voor nodig. Aan de ene kant stelt het stelsel zich ten doel om meer tegemoet te komen aan de individuele onderwijsbehoeftes van zorgleerlingen, maar aan de andere kant wil de overheid juist kosten besparen. Deze twee punten zijn dus paradoxaal.

  

Negatief effect zorgleerlingen

Vanuit het oogpunt van de sociale ontwikkeling kan het opnemen van zorgleerlingen in het reguliere onderwijs worden verdedigd. Kinderen leren op deze manier omgaan met kinderen die heel verschillend zijn en dit kan hun in het latere leven van pas komen. Echter, in hoeverre kunnen dergelijke kinderen in een klas worden opgenomen zonder dat dit een negatief effect heeft op de rest van de kinderen in de groep? Als zorgleerlingen zo veel mogelijk worden opgenomen in het reguliere onderwijs, dan zouden de reguliere leerlingen hieronder kunnen lijden. De leerkrachten moeten namelijk extra aandacht geven aan de zorgleerlingen om in hun specifieke onderwijsbehoeften te kunnen voorzien. Hierdoor kan de begeleiding van de reguliere leerlingen tekortschieten, wat zowel voor de leraren als de leerlingen erg vervelend is.

 

Dit is nog aannemelijker gezien het feit dat ‘extra handen’ in de klas, zoals onderwijsassistenten, pedagogisch medewerkers en interne begeleiders, voor een groot deel zijn wegbezuinigd. Ook kan de aanwezigheid van zorgleerlingen leiden tot grote onrust in de klas, waardoor de prestaties van de leerlingen verslechteren. Daarnaast zou het kunnen dat verschillende soorten zorgleerlingen in een klas zich aan elkaar gaan storen. Zo kan het zijn dat een kind met ADHD en een kind met concentratieproblemen in dezelfde klas zitten, waardoor zij niet goed kunnen functioneren.

 

Segregatie

Een veel gehoord argument voor de invoering van passend onderwijs is dat zorgleerlingen in het speciaal onderwijs ‘gesegregeerd’ worden. Ze worden apart gezet in een schoolomgeving met andere zorgleerlingen. Op latere leeftijd zou dit kunnen leiden tot uitsluiting en niet verbonden voelen met de samenleving. Aan de andere kant daarentegen, zou gesteld kunnen worden dat zorgleerlingen zich in het reguliere onderwijs onzeker kunnen voelen. Zij kunnen een gevoel van minderwaardigheid ontwikkelen als zij het idee krijgen ‘anders’ te zijn dan de rest van de klas. Ook in hun latere leven zou dit een grote invloed kunnen hebben. Juist door de zorgleerlingen in een veilige en beschermde omgeving te begeleiden kan dit worden voorkomen.

 

Ouders minder keuzevrijheid

Met het stelsel voor passend onderwijs zijn scholen vrijer om te bepalen hoe zij een kind de beste ondersteuning kunnen bieden. Scholen zijn verplicht om een passende plek te vinden voor iedere zorgleerling. Echter, dit betekent wel dat ouders niet meer zelf de school kunnen kiezen voor hun kind.

 

Bovendien hebben ouders in het nieuwe stelsel veel minder inspraak in de zorg en begeleiding die het kind via de school krijgt aangeboden. Op dit moment is het zo dat als ouders een indicatie krijgen voor extra ondersteuning van hun kind, zij zelf mogen kiezen of het kind naar het speciaal gaat of naar het regulier onderwijs met extra geld en begeleiding; het zogenaamde rugzakje.

 

Indien ouders kiezen voor regulier onderwijs, dan mogen zij voor het kind zelf een school uitzoeken. Als een school de leerling toelaat, dan wordt er een handelingsplan gemaakt waarbij ouders ook inspraak hebben.

 

In het nieuwe stelsel wordt deze inspraak van ouders beperkt. Als een kind extra ondersteuning nodig heeft, dan wordt er door de school een ontwikkelingsperspectief opgesteld. Hoewel de school waarschijnlijk zal proberen om hierbij ook rekening te houden de wensen van de ouders, blijkt dat instemming desalniettemin niet meer noodzakelijk is. Dit betekent dat ouders het niet eens zouden kunnen zijn met de manier waarop een reguliere school hun kind gaat begeleiden.

 

Geen oplossing voor thuiszitters

Ten slotte stelt het nieuwe stelsel voor passend onderwijs zich ten doel om te voorkomen dat leerlingen thuiszitten. Kinderen hebben volgens het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties recht op onderwijs. Ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Volgens de meest recente cijfers van het Ministerie van Onderwijs waren er in het schooljaar 2010-2011 ruim zestienduizend leerlingen die geen onderwijs volgden. Toch is het onwaarschijnlijk dat het passend onderwijs hier verbetering in kan brengen. Het is namelijk niet duidelijk wat er moet gebeuren als speciale scholen in de nabije omgeving vol zitten en een leerling niet kan functioneren op een gewone school. Hoewel scholen officieel een zorgplicht hebben, kunnen zij de zorgleerling niet helpen als er simpelweg geen plek is. De nieuwe wet Passend Onderwijs geeft voor een dergelijke situatie geen oplossing. Bovendien krijgen de scholen lang de tijd om een alternatieve school voor een zorgleerling te zoeken. Als het tegenzit, zou dit ertoe kunnen leiden dat een zorgleerling tot wel acht maanden thuis moet zitten zonder onderwijs.

 

Al met al kan worden geconcludeerd dat de doelstelling van het nieuwe stelsel te ambitieus is en er te weinig nagedacht is over de haalbaarheid ervan. Om te beginnen is het doel van passend onderwijs om meer tegemoet te komen aan de individuele onderwijsbehoeftes van zorgleerlingen, terwijl de overheid juist kosten wil besparen. Vervolgens zal een klas met meer zorgleerlingen een negatief effect hebben voor zowel zorgleerlingen als reguliere leerlingen. Ook kan het voorkomen dat zorgleerlingen zich onzeker gaan voelen in het reguliere onderwijs. Tevens wordt de inspraak van ouders beperkt. Tot slot is passend onderwijs geen uitkomst voor het verminderen van het aantal thuiszitters. Kortom de wet Passend Onderwijs zal voor zowel de overheid als voor de kwaliteit van het onderwijs geen oplossing bieden. Oftewel passend onderwijs is ongepast.

 

Geschreven door Jelmar Buis, Alper Bahar, Zina Hottentot en Emma Willemsen.

Studenten sociologie aan de Universiteit Utrecht.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Emma Willemsen e.a., studenten sociologie aan de Universiteit Utrecht
Invoering passend onderwijs ongepast - 8 november 2013



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer