Onderwijs
9 december 2013 | door: Rutger Schuil, publicist

Middelbare scholen missen een topsectorenbeleid

Als het kabinet het onderwijs in Nederland wil verbeteren en kinderen wil laten excelleren, dan is een topsectorenbeleid nodig voor middelbare scholen.

"Op middelbare scholen ligt de focus nog steeds te veel op cijfertjes, op toetsen maken en het stampen van kennis."

De beste scholen en slechtste scholen, de beste landen en de slechtste landen; we weten waar we staan en we weten of ons kind gedoemd is te mislukken of juist een geslaagde toekomst tegemoet gaat.

 

Tenminste, dat denken wij. Maar voor het gemak vergeten we even dat de ontwikkeling van een kind niet alleen te meten valt door het maken van een toets. De sociale en ouderlijke omgeving wegen minstens zo zwaar mee als het onderwijs zelf. Juist een stimulerende en sociaal diverse omgeving zorgen ervoor dat een kind meer kans van slagen heeft in een wereld die naast capaciteiten steeds vaker kijkt naar sociale vaardigheden en algemene ontwikkeling.

 

Ruimte voor ontplooiing

De focus moet niet alleen liggen op het oefenen en maken van taal-, reken- en wiskundetoetsen, maar er moet ook ruimte zijn voor ontplooiing, sociale ontwikkeling en innovatie. Daar ontbreekt het nog wel eens aan in het Nederlandse onderwijs. Opeenvolgende kabinetten hebben wel het topsectorenbeleid verdiept en verbreed, maar daarbij wordt de basis vergeten. Natuurlijk is het een geweldig idee om partnerschappen te vormen tussen overheid, bedrijfsleven en universiteiten. Maar waar is de aandacht voor de topsectoren op de middelbare scholen? Daar ligt de focus nog steeds te veel op cijfertjes, op toetsen maken, het stampen van kennis en het aanleren van reken- en spellingstrucjes.

 

Als je goede en gemotiveerde studenten wilt hebben die zich voor de volle honderd procent willen inzetten in de topsectoren dan moet je hen al bereiken wanneer zij op de middelbare school zitten. Als je het topsectorenbeleid echt wilt laten slagen dan moet je scholieren de ruimte geven om praktijkervaring op te doen, door ze de kans te bieden om te innoveren en met de materie aan de slag te gaan. Dat vereist partnerschappen tussen de overheid, universiteiten, bedrijven, NGO’s én middelbare scholen.

 

INESPO

Deze partnerschappen bestaan al op kleine schaal maar overheidsstimulans hiervan ontbreekt. Vaker nog proberen middelbare scholen en (onderwijs)stichtingen zoals Cosmicus zelf partnerschappen en activiteiten te organiseren om scholieren de broodnodige praktijkervaring op te laten doen. Om scholieren te inspireren en stimuleren om bezig te gaan met de onderwerpen die terugkomen in de topsectoren. Het International Environment & Sustainability Project Olympiad of kortweg INESPO, is een voorbeeld van een dergelijke activiteit.

 

Op deze internationale olympiade presenteren scholieren uit binnen- en buitenland hun duurzaamheidprojecten aan een jury bestaande uit wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven. Het is een vakoverstijgend initiatief, waarbij samenwerking – project based learning – centraal staat en  daarmee aansluit bij het moderne onderwijssysteem. Nederlandse winnaars mogen hun project verdedigen bij andere internationale olympiades en vertegenwoordigen daarmee Nederlandse kennis en kunde. Internationale winnaars ontvangen een geldbedrag en worden geïntroduceerd aan de Nederlandse universiteiten. 

 

Win-win situatie

Dit klinkt als een win-win situatie. Scholieren worden gestimuleerd om actief de wetenschap te praktiseren, te innoveren en te concurreren. Universiteiten worden geïntroduceerd aan scholieren in binnen- en buitenland en binden zo gemotiveerde studenten aan zich. Daarnaast krijgen Nederlandse scholieren ook nog eens de kans om Nederland in het buitenland te vertegenwoordigen en krijgen bedrijven mooie innovaties gepresenteerd. De valorisatie – het verzilveren van wetenschappelijke kennis – van Nederlandse en internationale innovatieve en duurzame projecten en ideeën komt hiermee dichterbij. Kortom, de droom van dit kabinet.

 

Geldgebrek

Maar er knaagt iets, de 6e INESPO kan in 2014 mogelijk niet plaatsvinden vanwege geldgebrek; een gat van €200.000 staat in de weg om de win-win situatie, de droom van dit kabinet te realiseren. Innoverende en vooruitstrevende duurzame bedrijven als ASML en de Nederlandse Bank zijn in het verleden bereid geweest om INESPO te sponsoren, maar dit is voor 2014 nog onzeker. Ook andere bedrijven laten het dit jaar afweten. Wat mist is een coherent beleid, aangestuurd door de overheid, die initiatieven als INESPO ondersteunen. Wat mist is een topsectorenbeleid voor middelbare scholen en vooruitstrevende stichtingen als Cosmicus.

 

Noodzaak

De Dronkers-lijst en de PISA-cijfers zijn zeker nuttig voor docenten, beleidsmakers en ouders. Ze vertellen waar we als Nederland staan in de wereld, waar beleidsaandacht nodig is en misschien zelfs wel welke school de beste is voor jouw kind. Maar het hele verhaal vertellen ze niet. Is er genoeg ruimte op een school voor een leerling om kritisch na te denken, zich te ontplooien, te innoveren en in aanraking te komen met de wetenschap en met andere culturen? Stimuleert Nederland de sociale en wetenschappelijke ontwikkeling van scholieren of is voorbereiden op (internationale) toetsen en rankings het enige wat telt?

 

Als het huidige kabinet het onderwijs in Nederland wil verbeteren en in de rankings wil laten stijgen en kinderen wil laten excelleren, dan is een topsectorenbeleid nodig voor middelbare scholen. Stimuleer partnerschappen tussen universiteiten, bedrijven en middelbare scholen om scholieren het beste onderwijs te geven in een stimulerende en inspirerende omgeving. Roep bedrijven op om toonaangevende internationale duurzaamheidolympiades zoals INESPO te steunen. De overheid heeft bedrijven, universiteiten en innovatieve organisaties nodig en andersom hebben zij de overheid nodig. Alleen kunnen organisaties als Cosmicus het niet en daarmee dreigt de droom verloren te gaan.   

Trefwoorden:
EconomieOnderwijs

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer