Economie
13 december 2013 | door: Tine Vechter

Boodschappen doen is een hel geworden

De rekken van de supermarkt staan overvol. Elk verpakkingslabel hier (mooi of spuuglelijk) schreeuwt om aandacht, het overaanbod achtervolgt me, de lege portemonnee aan de kassa nog meer.

"Het ooit zo vredige ‘boodschappen doen’ is de laatste jaren een slagveld geworden"

Rayon na rayon doorkruis ik steevast met enkele vragen: “Hebben we dit allemaal nodig?”, “Wat gebeurt er met al de overschotten?” en de hoofdvraag “Worden we er echt gelukkiger van?”

 

Op de vraag of we dit nodig hebben, kan ik zeer sluitend een antwoord geven: ‘Neen, dat hebben we niet allemaal nodig!’ En toch betrap ik mezelf er telkens weer op dat ik aan het tomatenrek twijfel over welke soort ik zou nemen of hou ik halt bij een etiket van een nieuw product of krijg ik plots ‘zin’ in iets in het volgende rek.

Yoghurt

Neem nu een simpel voorbeeld: de rayons barstensvol yoghurt. Strategisch gezien vind je die rayon ergens achteraan de winkel. Gebaseerd op dure en tijdrovende studies gaan retailers te werk en komen ze ‘tegemoet’ aan een hoog percentage van hun consumenten, wij dus. Vanuit hun uitgekiende strategische plaats, bedacht na het uitvoeren van een te dure studie, schreeuwen al deze smaken yoghurt om mijn aandacht.

De meest kleurrijke (en dus dure) staan op ooghoogte, daarboven staan de ongekende merken of de exclusieve soorten en onderaan deze ladder staan de familieverpakkingen (op kinderhoogte). Tactisch een goede keuze; spreek de klant op zijn of haar niveau aan. Kopen doen we toch. Gewoon kijken naar al die soorten en smaken zorgt ervoor dat ik een spontane indigestie krijg.

De websites van yoghurtproducenten doen mij geloven dat wanneer ik hun yoghurtproduct eet, ik een gezonder mens zal zijn, dat ik fitter word, dat mijn stoelgang er op vooruit gaat en dat ik een kranige oude dame zal worden. Dat ik hun product nodig heb dus! Dikwijls genoeg moet ik net die producten een week later weggooien omdat de houdbaarheidsdatum verstreken is. Zo nodig had ik het dan.

Reclame-maffia
Maar het gaat verder dan enkel de winkelvloer, op weg naar de winkel worden we toegeschreeuwd door massa’s posters die je aankijken en smeken hun onderwerp te kopen. Een simpele autorit naar en van de supermarkt is vandaag de dag een reclamestoet. Die posters praten gelukkig niet, de reclame op de radio onderweg helaas wel.

Elke twintig minuten krijg je tegen wil en dank wel een radiospot te horen die je niet vaak genoeg doet lachen, maar die jou het meeste van de tijd eerder irriteert of ervoor zorgt dat je dat ene haargroeimiddel per sé wel wil kopen vermits je je haren van die slechte spots uittrekt. Ook die irritante reclames blijf je onthouden.

Het bedrag dat bedrijven uitgeven om hun product bekend te maken gaat soms tot het extreme. Aan het imago wordt duidelijk gewerkt, producenten hebben de tijd niet meer om af te wachten of hun product gekozen wordt door de consument. De producenten worden verplicht een toevlucht te zoeken in reclame. Cijfers dus! De discussie over het (mis)leiden van reclame ga ik niet voeren. Kijk naar het voorbeeld van Coca-Cola, reclame werkt, punt.

Beperkte houdbaarheid, en dan?
Wat dan met al de overschotten? Producten en verpakkingen gaan gekweld onder de verplichte houdbaarheidsdatum, dat ene stempeltje dat bepaald of het product in kwestie nog MAG verkocht of gegeten worden, terwijl we allemaal goed beseffen dat de voeding uitpuilt van de bewaarmiddelen.

Een vervallen product belandt meer dan we willen weten in de container, rijp voor de afvalberg. Door de verplichtingen die de staat oplegt, krijgt dit product geen waardige dood. Het wordt gedumpt, en dit in een tijdperk waar bijna de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Die mensen die zouden staan springen om dit ‘luxeproduct’ uit de frigo te mogen nemen.

Een herverdeling en herbekijken op hoog niveau zou hier iets aan kunnen helpen. Organisaties als 11.11.11 zijn hier volop mee bezig, meestal is dit vechten tegen de bierkaai. Mensen worden zelfs veroordeeld wanneer ze iets uit een vuilniscontainer nemen (dat perfect eetbaar is) omdat ze honger hebben of iets dat weggegooid ‘moet’ worden weggeven aan iemand die het wil opeten. Gelove wie geloven kan!

We hebben een keuze
Wat ooit een oord was om voeding (en aanverwanten) te kopen, is nu een strijd om populariteit. Grote namen, grote merken, rijke bedrijven smijten hun koopwaren in rayons die ons, de consument, moeten verleiden. Ze hebben als enig doel: onze portemonnee leeg te graaien.  Het vriendelijke oord van vroeger is een machine geworden, de spil van de hedendaagse commerce zonder enige menselijke waarde. Tijd en ruimte voor sociaal contact moeten plaats maken voor vluchtigheid en tijdsdruk.

Dus worden we er gelukkiger van? Ik alvast niet. Ik onderga het fenomeen, maar blijf kritisch en realistisch. Wij mogen kiezen, we hebben de keuze die heel wat mensen niet hebben. Ik kan dingen kopen die mij doen denken aan een fantastische reis of een leuke tijd en ja, dat maakt mij gelukkig!

Een wereldverbeteraar zal ik niet worden. De geitenwollen sokken zijn niet aan mij besteed, maar wel blijf ik met de nodige argwaan en realiteit naar de wereld en onze rol erin kijken. Oplossen lukt mij alleen niet, ik kan me wel bewust blijven van mijn koopgedrag. En u ook!

Trefwoorden:
Economie

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Tine Vechter
Laat onze wegen niet dichtslibben - 27 februari 2014
Boodschappen doen is een hel geworden - 13 december 2013



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer