Rechtspraak
2 januari 2014 | door: Steffi Deparis, Studente Sociaal Werk

Een integrale aanpak is nodig in de jeugdzorg

Er is een schrijnend tekort aan dringende hulp voor jongeren of gezinnen. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) heeft nog een moeilijke weg af te leggen vooraleer hij toekomt aan de hulpschreeuw van de hulpverleners

"Het beleid rond de Vlaamse jeugdzorg is een mes dat langs twee kanten snijdt."

Het beleid rond de Vlaamse jeugdzorg is een mes dat langs twee kanten snijdt.  Na de zesde staatshervorming is Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen erin geslaagd om 30 procent meer budget te krijgen van de overheid voor het welzijn van de jongeren te verbeteren.  Maar is dit genoeg? 

 

De cijfers zijn hard.

In 2012 waren er 23 833 problematische opvoedingssituaties in Vlaanderen. 

Een jongere moet gemiddeld 76 dagen wachten voor een plaats in een oriëntatiecentrum.

831 Gezinnen moeten gemiddeld 159 dagen wachten voor een intensieve thuisbegeleiding.

1625 Jongeren wachten gemiddeld 160 dagen op een plaats in een begeleidingstehuis. 

 

Dit zijn enkele cijfers die aantonen hoe pijnlijk en moeilijk de huidige situatie is.  In tussentijd krijgen de meeste jongeren wel één of andere vorm van hulp, maar vaak is dit de verkeerde hulpverlening of is deze niet op maat van de jongere.  De jongeren ontsporen vaak of de situatie escaleert van kwaad naar erger.  Deze omstandigheden hebben steevast een nefast effect op de ontwikkeling van de toekomst van deze jongeren.

 

Mooie praatjes

Jo Vandeurzen is een minister die mooie praatjes maakt, maar er zelden in slaagt om deze te realiseren.  Hij is het eens met de vermaatschappelijking van de zorg, maar hij stelt geen concrete plannen om deze te veranderen.  Er is geen opvang voor mentaal gehandicapten kinderen met gedragsproblemen, zij komen vaak terecht in gesloten instellingen met jonge misdrijfplegers.  Jongeren in een crisissituatie kunnen maar zeven dagen verblijven in een crisisopvang.  Als er na deze zeven dagen nog geen opvangplaats is gevonden, wat meestal zo is, worden ze van crisisplaats naar crisisplaats gestuurd.  Dit schaadt de ontwikkeling van elk kind.  Hier zijn geen concrete antwoorden op vanuit de minister of zijn beleid. 

 

Zo wil hij bijvoorbeeld ook dat elk kind dat jonger is dan vier terecht kan in een pleeggezin.  De goede intentie is er duidelijk, maar in praktijk is dit niet haalbaar.  Er is een nijpend tekort aan pleeggezinnen in Vlaanderen.  Het antwoord van Vandeurzen is hier dat hij verwacht dat op termijn de pleeggezinnen zullen stijgen als de pleegzorg wordt hervormd.  Het is zijn maatregelen die wel genomen worden, maar die te veel tijd vragen in een situatie waar er niet vandaag, maar gisteren stappen ondernomen moesten worden. 

  

Nieuw decreet

De minister heeft natuurlijk al wel wat bereikt.  Vanaf 1 maart 2014 gaat zijn nieuw decreet rond de integrale jeugdhulp in.  Dit betekent dat alle sectoren met betrekking tot jeugdzorg gaan samenwerken in plaats van dat elk hun eigen opdracht heeft.  Vergelijk het wat met casemanagement.  Het moet ervoor zorgen dat jongeren niet meer door de mazen van het net kunnen glippen.  Het is een decreet dat veel tijd en financiële middelen vroeg, maar wat al wel een grote stap in de goede richting is.  Het zogenaamde ‘kokertjesdenken’ zou hiermee worden aangepakt.  Het uitgangspunt is dat de jongere zo snel mogelijk de correcte hulp krijgt zonder dat hij hiervoor verscheidene stappen moet doorlopen. 

 

Toch zijn er ook enkele puntjes van kritiek op dit decreet.  Het belangrijkste is  de volgende vraag: ‘Wordt de drempel voor jongeren niet hoger gelegd?’.  Daarnaast vindt men ook dat het decreet te weinig geschreven is met de jongeren in het achterhoofd, maar dat men meer het management heeft omschreven.  Ook worden de tussenschotten niet weggewerkt tussen de sectoren.  Dit geeft de indruk alsof de sectoren in realiteit nog steeds naast elkaar in plaats van met elkaar zullen werken. 

 

Jeugdrechters en maatschappelijk werkers

Maar genoeg over minister Vandeurzen.  De jeugdrechters en maatschappelijk werkers schreeuwen terecht om hulp, maar in realiteit worden hier ook fouten gemaakt.  Een voorbeeld hiervan is dat de drugsverslaafde vader een contactverbod met zijn vrouw en kinderen opgelegd heeft gekregen van de ene rechter, maar de andere jeugdrechter legde intensieve thuisbegeleiding op.  Hoe kan een gezin in een problematische opvoedingssituatie deze maatregelen combineren?  Dit is een duidelijk voorbeeld van het kokertjesdenken.  Er wordt niet verder gekeken dan datgene waar het gezin of de jongere hulp voor komt vragen.  Een integrale kijk kan hier een oplossing voor zijn.

 

Het belangrijkste is dat elke kind met een (complexe) problematiek zorg kan krijgen op maat.  Deze kinderen en jongeren vormen ten slotte de volwassenen van de toekomst. 

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Steffi Deparis, Studente Sociaal Werk
Een integrale aanpak is nodig in de jeugdzorg - 2 januari 2014



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 51
Maak een interview van uw opiniestuk
> Meer