Arbeidsmarkt
6 januari 2014 | door: Henk Strating, Oprichter en directeur van HS Arbeidsvoorwaarden

De tegenprestatie past in de traditie van Spinoza

Gemeenten kunnen bijstandsontvangers verplichten tot tegenprestaties. Dat is van groot belang voor het behouden van de bijstandsuitkering als sluitstuk van ons economisch systeem

"Tegenprestaties passen bij koopmansgeest van geven én nemen en daarmee bij de Nederlandse traditie"

De nieuwe Participatiewet stelt gemeenten in staat om bijstandsontvangers tot een tegenprestatie te verplichten. Rond de jaarwisseling maakten hoogleraar sociale zekerheidsrecht Gijsbert Vonk en historicus Rutger Bregman in de media ernstig bezwaar tegen het opleggen van tegenprestaties aan bijstandsontvangers. Vonk noemt de klusjes die de gemeente Amsterdam van bijstandsontvangers als tegenprestatie verlangt vernederend. Hij doelt daarbij op activiteiten als planten water geven, takkenrapen en schoenenpoetsen. Bregman betwijfelt de effectiviteit van deze activiteiten en vraagt zich af of die de kansen van bijstandsontvangers op de arbeidsmarkt vergroten. Ze vergelijken verplichte tegenprestaties met taakstraffen van criminelen (Vonk) en dwangarbeid à la George Orwell’s Nineteen Eighty-Four (Bregman).

  

De tegenprestatie past bij Nederland

Dat de gemeente Amsterdam bij de uitvoering van de Participatiewet gebruik maakt van de mogelijkheid om van bijstandsontvangers een tegenprestatie te verlangen past bij de geschiedenis van de stad. Spinoza, één van Nederlands grootste filosofen, roemde in navolging van Descartes, de hoofdstad als handelsstad waar iedereen, ongeacht afkomst, godsdienst en geaardheid, onder de bescherming van de overheid kon participeren in de op geven en nemen gebaseerde handel. Spinoza baseert zijn filosofie zelfs voor een deel op de Amsterdamse koopmansgeest. Elke mens wordt volgens hem gedreven om het eigen voortbestaan te waarborgen. De economie moet daarvoor structuur bieden, de politiek de stabiliteit daarvan garanderen.

  

De Nederlandse verzorgingsstaat is opgebouwd in een periode van gestage economische groei. Afgezien van tijdelijke recessies nam de economische groei in ons land voortdurend toe en daarmee de inkomens van werkenden, die mede als gevolg van mechanisering en automatisering, dat inkomen onder steeds prettiger omstandigheden konden verdienen. In die context kon de Algemene Bijstandswet, die in 1964 van kracht werd, in de halve eeuw daarna uitgroeien tot het sluitstuk van de Nederlandse welvaartsstaat. Iedereen die door welke oorzaak dan ook niet (langer) in staat was in het eigen levensonderhoud te voorzien kon er op terugvallen.

  

Een tegenprestatie vergroot het draagvlak

Nu blijvende economische groei door de crisis niet langer vanzelfsprekend is en veel werkenden in hun levensonderhoud moeten voorzien door tijdelijke en onzekere banen is het niet langer voor iedereen vanzelfsprekend dat iemand die niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien zonder enige tegenprestatie een beroep kan doen op een bijstandsuitkering. Tegelijkertijd neemt, ook door de economische crisis, de kans dat iemand op enig moment een beroep op een bijstandsuitkering moet doen juist toe. Het is daarom in ieders belang dat er draagvlak blijft bestaan voor het verstrekken van een bijstandsuitkering aan hen die niet (langer) in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Financieel draagvlak, maar ook politiek draagvlak.

  

Het eerste vereist dat bijstandsontvangers alles op alles zetten om de periode dat een beroep op een bijstandsuitkering moet worden gedaan tot het uiterste te beperken. Het tweede vereist dat niemand zomaar de hand voor een bijstandsuitkering kan ophouden en kan nemen zonder iets te geven. Het leveren van een tegenprestatie past bij de koopmansgeest van geven én nemen. Als de tegenprestatie dan ook nog zo wordt vormgegeven dat het de kans op participatie op de arbeidsmarkt vergroot snijdt het mes aan twee kanten. Misschien kan de gewraakte keuze van tegenprestaties nog verbeteren als bijstandsontvangers daarover zélf mee mogen denken. Spinoza waarschuwde al dat dwang verzet oproept en leidt tot onvrede, parasiteren, ontduiken en obstructie, terwijl vrijheid van denken kennisverwerving bevordert en het denkvermogen stimuleert!

  

Eigenbelang en algemeen belang vallen samen

Spinoza bepleit een economische politiek waarin het eigenbelang van burgers, om het eigen voortbestaan te waarborgen, samenvalt met het algemeen belang. Dat was met de Algemene Bijstandswet niet langer zonder meer gewaarborgd. Tegenprestaties, zoals beoogd in de Participatiewet, halen een beroep op een bijstandsuitkering uit de sfeer van giften, filantropie en altruïsme en maken bijstandsontvangers niet langer afhankelijk van die filantropie. Dat geeft hen meer recht van spreken om er zolang zij niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien gebruik te maken van een bijstandsuitkering. Tegenprestaties passen bij de koopmansgeest van geven én nemen en daarmee bij de Amsterdamse en Nederlandse traditie. Het draagvlak voor het onmisbare sluitstuk van ons economisch systeem kan er, zowel financieel als politiek, door worden versterkt.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Henk Strating, Oprichter en directeur van HS Arbeidsvoorwaarden
Geef jongeren een Europese treinkaart - 6 oktober 2016
Boerkiniverbod is juist gevolg van scheiding kerk en staat - 29 augustus 2016
Einde van het staken aankondigen lijkt strategische zet - 16 januari 2015
De tegenprestatie past in de traditie van Spinoza - 6 januari 2014



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer