Emancipatie
27 oktober 2011 | door: Jan Blommaert, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan de Universiteit van Tilburg en directeur van Babylon – Centrum voor de Studie van de Multiculturele Samenleving.

Superdiversiteit maakt integratiebeleid irrelevant

Migranten komen tegenwoordig uit alle hoeken van de wereld. Dit maakt het bestaande migratie- en integratiebeleid irrelevant, omdat het uitgaat van een bepaald beeld van migratie en niet van de werkelijkheid.

"Politiek baseert zich op een ingebeelde migratie, niet op wat zich in werkelijkheid voordoet"

Migratie was tijdens de Koude Oorlog een relatief eenvoudig proces. Mensen uit een beperkte groep thuislanden migreerden naar een beperkte groep gastlanden met vrij transparante motieven en op vrij transparante manieren. Migranten kwamen om te werken – de arbeidsmigranten – of ze vroegen asiel aan, dit was een kleine groep ‘dissidenten’ uit de pro-communistische landen. De arbeidsmigranten bestonden uit laaggeschoolde industriële arbeiders en een klein aantal goed verdienende hoogopgeleiden – ‘elite’-migranten’- die snel aansluiting vonden bij de lokale hogere middenklasse.

 

De laaggeschoolde industriële arbeiders, de ‘gastarbeiders’,  immigreerden veelal met het ideaal van een terugkeer naar hun eigen land; deze optie verdween tijdens de recessie van de jaren zeventig. ‘Gastarbeiders’ werden residente ethnische minderheden. Hun residente aanwezigheid schiep de ‘etnische buurten’ in iedere West-Europese stad, evenals nieuwe sociaal-economische en politieke vraagstukken. De Europese overheden ontwikkelden voor deze groepen ‘integratiebeleid’ met een geprofessionaliseerde ‘integratiesector’. Vanaf het midden van de jaren zeventig voerden diverse Europese landen een al dan niet officiële ‘migratiestop’ in die de instroom beperkte tot gezinshereniging en asielaanvragers.

 

Kenmerken van superdiversiteit
Met het wegvallen van het ‘IJzeren Gordijn’ in 1989-1990 veranderde dit basispatroon van migratie van ‘mensen uit een klein aantal landen van herkomst naar een klein aantal gastlanden’ naar ‘mensen uit een zeer groot aantal landen van herkomst naar een zeer groot aantal gastlanden’.

We zien ten eerste een enorme versnippering in de achtergronden van migranten. Daar waar ze voor 1990 uit een beperkt aantal plaatsen kwamen en men derhalve vrij makkelijk de etnische, taalkundige, culturele en religieuze achtergonden van migranten kon achterhalen en begrijpen, komen migranten nu uit letterlijk alle hoeken van de wereld. Ze brengen een nieuwe dimensie van diversiteit mee – superdiversiteit (Vertovec) – die zich op alle vlakken manifesteert: etnisch, taalkundig, cultureel, religieus. Op al deze vlakken merken we extreme versnippering van de achtergronden van migranten. ‘Wie zijn de migranten?’ is momenteel een onmogelijk te beantwoorden vraag.

 

Ten tweede is vanwege de migratiestop de legale immigratie nagenoeg volledig beperkt tot elite-migratie en asielaanvragen. Het gevolg daarvan is dat migratie na 1990 als een hoofdkenmerk clandestiniteit heeft, met allerlei gevolgen. Van de 95 procent asielaanvragers die worden afgewezen blijven er zeer grote aantallen clandestien in West-Europa, waar ze in zeer kwetsbare en precaire situaties leven. Hun aantal wordt vergroot door de instroom via mensensmokkel, en hun aanwezigheid schept een zeer grote ‘zwarte’ arbeidsmarkt met extreem lage lonen en totale afwezigheid van sociale en veiligheidsbescherming; ze schept tevens nieuwe vormen van bewoning in etnische buurten – ‘matrassenverhuur’ en ‘huisjesmelkerij’, vaak georganiseerd door residente migranten uit de pre-1990
migratie.

 

De aanwezigheid van deze nieuwe migranten, en hun beschikbaarheid als cliënten in een informele arbeids- en huisvestingsmarkt, heeft het uitzicht van Westerse steden grondig veranderd. We zien nu dat etnische buurten steeds meer ‘gelaagd’ worden, soms zelfs letterlijk: een Turkse winkel op het gelijkvloers, een Russisch echtpaar in de flat op de eerste verdieping, en een Poolse bouwvakker, een Afrikaanse predikant en een nieuwkomer uit Mongolië, werkend in een Chinees restaurant, in kleine studio’s op de tweede verdieping. Dit betekent dat ook  de ‘integratiesector’ geconfronteerd wordt met een escalerende diversiteit aan cliënten, wat allerhande nieuwe vragen en verwachtingen oproept inzake taalkennis, kennis van culturele, sociale en religieuze achtergronden.

 

Respons van overheden

De respons vanwege overheden op deze superdiversiteit is als volgt samen te vatten: 1) het asielsysteem is overal extreem verstrakt, 2) de toegang tot andere formele rechten wordt steeds nadrukkelijker beperkt tot de kleiner wordende groep legale immigranten, 3) men kiest resoluut voor ‘smart migration’: het aantrekken van hoog-gekwalificeerde migranten die als elite-arbeidsmigrant worden ingezet, zonder rechten op permanent verblijf.  En 4): Om de hieruit voortvloeiende dualisering onder controle te houden wendt men zich tot politioneel en veiligheidsbeleid, waarin we een voortdurende uitbreiding zien van de notie ‘overlast’. Het beperken van de migratie-instroom en het bestrijden van overlast behoren sinds een decennium tot de kerntaken van de politie- en veiligheidsdiensten in heel Europa.

 

We zien dus dat de demografische en sociologische samenstelling van de bevolking in het Westen bijzonder complex is geworden. Immigratie is nu een proces dat talloze landen van herkomst telt, talloze motieven voor migratie – van asiel tot en met zeer tijdelijke tewerkstelling, zoals bij Oost-Europese bouwvakkers.

 

Bijgevolg hebben hedendaagse migranten nauwelijks boodschap aan ‘integratie’ of ‘inburgering’ en leven ze in netwerken eerder dan in traditioneel gedefinieerde gemeenschappen. Dit heeft alles te maken met de tweede grote kracht achter deze superdiversiteit: technologie. Migranten kunnen nu dankzij het internet en mobiele communicatietechnologieën intensieve relaties onderhouden, zowel met mensen in het land van herkomst, als met anderen elders in de wereld. Dat betekent dat zij voor hun sociaal bestaan veel minder dan voorheen zijn aangewezen op etnische gemeenschappen of etnische buurten; men kan volwaardig lid blijven van de gemeenschap ook al leeft men duizenden kilometers verderop.

 

‘Normaal’ bestaat niet meer
De zorg- en opvangsector, het onderwijs en de media gaan nog steeds uit van een ingebeelde sociologie van stabiele residente gemeenschappen van mensen wiens achtergronden we kennen en begrijpen. Maar als superdiversiteit één zaak duidelijk maakt is het dat  we nauwelijks iets kunnen vooronderstellen met betrekking tot de structuur van onze samenleving en de kenmerken van de mensen die er wonen.

 

Politiek betekent het dat zowat alle bestaande migratie- en migrantenbeleid irrelevant is. Het baseert zich op een ingebeelde migratie, niet op wat zich in werkelijkheid voordoet. Begrippen zoals ‘integratie’ en ‘inburgering’ zijn enkel nog van nut voor de steeds kleinere kern van ‘legale’ immigranten die de volle rechten kunnen genieten. Voor het gros van de andere migranten is het niet van toepassing want zij zijn niet van zins hun leven hier te slijten en hebben ook geen toegang tot de formele domeinen van de samenleving.

 

In de sectoren van opvang en welzijn weet men al langer dan vandaag dat de bestaande systemen en methodologieën niet meer afdoende zijn. Hun ‘cliëntèle’ is zodanig gediversifieerd dat men heel nieuwe vormen van kennis en competentie, procedures en methoden moet ontwikkelen om effectief te zijn. Politie en justitie hebben dezelfde problemen met het kennisdeficit. Zij hebben om de rechten van eenieder te garanderen een steeds groter en duurder apparaat van ondersteuningsdiensten nodig: vertalers, tolken en interculturele bemiddelaars. Heel wat pijnpunten manifesteren zich het vroegst en het duidelijkst in het onderwijs. De kloof tussen de officiële en organieke categorieën (‘anderstalige nieuwkomer’) en de realiteit (zes-zeven verschillende types van ‘anderstalige nieuwkomers’ in de klas) is op weinig plaatsen zo duidelijk als daar.

 

Een nieuwe manier om onze wereld te begrijpen
Superdiversiteit als fenomeen is moeilijk te ontkennen. Onze omgeving ziet er nu heel anders uit dan twee decennia terug. We moeten ons denken en handelen bewust hervormen in functie van de reële samenleving waarin we leven.

Trefwoorden:
Emancipatie

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Jan Blommaert, hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan de Universiteit van Tilburg en directeur van Babylon – Centrum voor de Studie van de Multiculturele Samenleving.
Superdiversiteit maakt integratiebeleid irrelevant - 27 oktober 2011



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer