Sport
20 januari 2014 | door: Marc Verwilghen, Personal trainer bij IN 2 SPORTS

Moet je als wielertoerist echt Cancellara na doen?

Je bent niet goed bezig als wielertoerist als je alleen maar je vrienden wilt imponeren met je gemiddelde snelheid of het feit dat je negen keer de Mont Ventoux bent opgefietst.

"Liggen je fietsmaatjes echt wakker van jouw gemiddelde snelheid?"

In Australië is het nieuwe wielerseizoen op gang geschoten, en door het uitblijven van sneeuw en vrieskou zie je in België al veel wielertoeristen bezig met het verhogen van hun persoonlijke records.

 

Maar waar fietsen voor professionals een must is, kan je je afvragen of het met recreatief fietsen niet de verkeerde kant opgaat. Want waarom willen zo veel wielertoeristen per se Fabian Cancellara of Tom Boonen zijn? Waarom begrijpen ze niet dat wat Lars Boom of Thomas Voeckler kunnen niet haalbaar is voor de doorsnee fietser?

 

Een verhaal over materiaal

In 1984 kostte mijn allereerste koersfiets zo’n 18000 Belgische frank (ongeveer € 450). Vorig jaar betaalde ik voor mijn huidige racefiets een kleine 3000 euro, of meer dan zes keer zo veel als destijds in de 80’s. En geloof me, ik heb een goedkope fiets gekocht hoor! Fietsen worden steeds lichter en gesofistikeerder, en natuurlijk wil iedereen dezelfde fiets als Cancellara, Boonen, Boom of Voeckler. Zeker nadat de internationale wielerunie (UCI) enkele jaren geleden besliste dat het materiaal waarmee de wielerprofs rijden ook gewoon in de winkel verkrijgbaar moet zijn. Maar heb je als wielertoerist echt een Trek Domane 6 (de fiets van Cancellara) nodig? Of dient jouw vehikel alleen om je fietsmaatjes te imponeren? Ik kocht mijn Specialized Tarmac SL3 omdat ik hem mooi vond, maar intussen weet ik dat zo'n profwaardige fiets niet past bij mijn rijstijl.

 

Een parcours dat bij je past

Wat is er mis met ‘de draai van de kaai’ of de ‘aardbeienrit’? Waarom willen wielertoeristen zo graag de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix of Luik-Bastenaken-Luik rijden? Om een week later hun fietsmaatjes te imponeren met heroïsche verhalen? Ik fiets heel graag, maar ik kan me niet voorstellen dat ik met mijn fiets aan de hand de bult van Melden wil opwandelen of wil lekrijden op het Carrefour de l’Arbre.

 

Steeds vaker hoor je dat wedstrijden té zwaar worden, en het is niet ondenkbaar dat bijvoorbeeld de Giro d’Italia en de Vuelta d’Espana op termijn enkele wedstrijddagen moeten inleveren. Zelfs voor doorwinterde wielerprofs lijkt zo’n koninginnenrit waarin de renners twee keer de Alpe d’Huez moeten bedwingen té zwaar, dus waarom zou je als wielertoerist vrijwillig een rit met meerdere Alpencols rijden? Of beter, waarom zou je dat beter niet doen?!? Als zo’n rit voor een ervaren én goedgetrainde prof al té zwaar is, is diezelfde rit zeker te zwaar voor iemand die twee of drie keer per week een uurtje of drie op de fiets zit!

 

Snel, sneller, snelst

Hoewel Lance Armstrong mede dankzij ‘banned substances’ die het zuurstoftransport vergroten bergop zo’n hoog omwentelingsritme kon ontwikkelen, lijkt het binnenblad voor veel wielertoeristen taboe. Waarom zitten zo veel fietsers in godsnaam op die ‘grote plateau’ (lees: het buitenblad) te ‘stoempen’? Simpelweg omdat ze anders niet snel genoeg kunnen rijden, en omdat je met een gemiddelde snelheid van 28 kilometer per uur je fietsmaatjes niet kan imponeren! Maar is die gemiddelde snelheid echt zo belangrijk? Liggen je fietsmaatjes er echt wakker van? Of breng je gewoon jezelf en andere weggebruikers in gevaar door per se zo hard te willen rijden? Wie omwille van een té hoge snelheid alleen nog het achterwiel voor zich ziet reageert waarschijnlijk té laat op een gat in de weg, een rood stoplicht of een overstekend kind. Maar goed, vallen hoort bij het wielrennen, en je fietscomputertje laat toch maar een hoog gemiddelde zien hé?!?

 

(Medische) begeleiding

Recent bleek een ex-wereldkampioen abnormale bloedwaarden te hebben, en iets langer geleden ging een toprenner zich te buiten aan allerlei partydrugs, maar toch lijkt het alsof het wielrennen cleaner is geworden. Jonge renners distantiëren zich van doping, en je ziet ook dat zelfs toppers af en toe een totale offday hebben. Dus hoewel de meeste outsiders bij ‘medische begeleiding’ aan epo, groeihormoon of andere verboden snoepjes denken, wordt het wielrennen steeds properder. Renners als Cancellara trainen héél hard en worden uitstekend begeleid, maar wat als je het met veel minder talent, begeleiding en trainingstijd moet doen? Kom je dan niet in de verleiding om af en toe iets te nemen? En nee, dan heb ik het niet over vitamines, een eiwitshake of een energiereep! Uit welingelichte bron weet ik dat veel wielertoeristen voor hun zondagse ritje een aspirientje slikken. Nu is zo’n aspirine relatief onschuldig, maar waar trek je de streep als je je fietsmaatjes wil imponeren?

 

Conclusie

Waarom zijn Cancellara, Boonen, Boom en Voeckler zo goed in wat ze doen? Omdat ze in de eerste plaats enorm veel talent hebben, maar ook omdat ze ontzettend hard trainen, uitstekend begeleid worden, mentaal heel sterk zijn, veel ervaring hebben waardoor bepaalde dingen minder energie kosten,… Maar ook omdat het hun beroep is! Ze moeten (bijna) niets anders doen trainen, eten en slapen, en geloof me, dan worden zo’n Alpenrit of zo’n klassieker echt een stuk makkelijker hoor! Is het dus realistisch om net als Cancellara en co aan meer dan 40 kilometer per uur door het Bos van Wallers te vliegen? Nee, absoluut niet!

 

Ik begrijp dat iedereen een andere doelstelling heeft en dat we allemaal iets anders leuk vinden, maar als je alleen maar je vrienden wilt imponeren met je gemiddelde snelheid of het feit dat je negen keer de Mont Ventoux bent opgefietst, dan ben je echt niet goed bezig hoor! En diep vanbinnen weet je toch ook dat fietsen vooral met gezondheid en ontspanning te maken heeft hé?!?

Trefwoorden:
SportGezondheid

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer