Wetenschap
1 november 2011 | door: Frans van Lunteren, hoogleraar wetenschapsgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Leiden.

Geschiedenis toont aan: wetenschap en geloof gaan heel goed samen

Weinig thema’s zijn zo beladen met emoties en getekend door hardnekkige mythes als de relatie tussen wetenschap en religie. Er lijkt sprake van een voortdurende worsteling en strijd.

"We moeten de hardnekkige conflictmythe over de relatie tussen geloof en wetenschap ontkrachten."

Daarom eerst maar een paar nuchtere constateringen: de Katholieke Kerk heeft nooit gepleit voor een platte aarde, anatomisch onderzoek aan menselijke kadavers verboden, geprobeerd het getal nul uit te bannen, of mensen op de brandstapel gegooid vanwege hun kosmologische opvattingen.

 

Wetenschappers religieus

Zelfs het proces tegen Galilei – het standaardvoorbeeld van een wetenschapper die door de kerk werd tegengewerkt – kan niet simpelweg worden gereduceerd tot een conflict tussen geloof en wetenschap. Galilei was naar de maatstaven van zijn tijd een goed katholiek en de toenmalige Paus had als kardinaal nog een lofdicht geschreven op Galilei’s astronomische ontdekkingen. Een vertrouwensbreuk in hun persoonlijke relatie en gekrenkte trots bieden een betere verklaring voor Galilei’s veroordeling.

 

En bovenal: tot diep in de negentiende eeuw waren vrijwel alle Europese wetenschappers religieus en velen van hen vonden in hun geloof een belangrijke inspiratiebron voor hun onderzoek. De geschiedenis toont allerminst het beeld van een voortdurend conflict tussen een vooruitstrevende, waarheidszoekende wetenschap en een dogmatische, behoudzuchtige religie.

 

Maatschappelijke realiteiten

Dat het Christendom de moderne natuurwetenschap heeft voortgebracht, zoals sommigen beweren, valt ook niet vol te houden. Anderhalf millennium scheidt de geboorte van het Christendom van het ontstaan van onze wetenschap, die bovendien onmiskenbare Griekse en Arabische wortels bezit. Dat de kerk in de middeleeuwen door een verwerping van rationele Aristotelische dogma’s de weg heeft geopend voor op waarneembare feiten berustend onderzoek, is ook wat kort door de bocht. Voor het ontstaan van een experimentele traditie, eeuwen later, was wel iets meer nodig. En diegenen die zich, zoals Galilei, afzetten tegen de Aristotelische leer vonden hun inspiratie eerder in rivaliserende klassieke tradities dan in kerkelijke verboden. De Reformatie, die wel samenvalt met de opkomst van de wetenschap, biedt ook geen afdoende verklaring voor die opkomst. Die speelde zich aanvankelijk namelijk vooral in katholieke landen af.

 

Kerkelijke instanties hebben de wetenschap ondersteund, daar waar zij meenden dat die wetenschap kerkelijke belangen diende, en gedwarsboomd, waar zij strijdige belangen meenden te ontwaren. Omgekeerd was dat niet veel anders. In de achttiende eeuw deden wetenschappers graag een beroep op de morele plicht om God te leren kennen door de studie van zijn schepping, om aldus wetenschappelijk onderzoek te rechtvaardigen. In de tweede helft van de negentiende eeuw won de wetenschap dusdanig aan maatschappelijke betekenis dat sommige woordvoerders in hun streven naar meer autonomie en maatschappelijk prestige zich juist scherp gingen afzetten tegen religieuze inmenging in wetenschappelijke zaken. Omgekeerd zagen kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders in diezelfde tijd de wetenschap als aanjager van de in hun ogen verderfelijke moderniteit. De conflicten die hieruit voortkwamen verdwenen grotendeels toen de wetenschap haar autonomie bewerkstelligd had en de diverse kerken zich hadden aangepast aan nieuwe maatschappelijke realiteiten.

 

Concurrerende waardesystemen

Diegenen die toch vast willen houden aan een conflictthese kunnen erop wijzen dat, zeker gedurende de laatste twee eeuwen, de opmars van de wetenschap gepaard ging met terreinverlies van de kerk. En dat deze processen al een aanvang namen in de Renaissance. Is het niet voor de hand liggend om in de opkomst van de moderne wetenschap de voornaamste factor te zien van het westerse seculariseringproces? En legt dat niet een dieperliggend conflict bloot, dat zich wellicht pas recent ten volle geopenbaard heeft? Moet het streven naar waarheid als ultieme waarde niet uiteindelijk ten koste gaan van andere, concurrerende waardesystemen?

 

Dat is allemaal nog maar de vraag. Secularisering en individualisering kennen ook een intern-religieuze geschiedenis (denk aan de Reformatie), waaraan de wetenschap geen zichtbare bijdrage leverde. De opkomst van een markteconomie en de daaropvolgende industrialisering en welvaartsverhoging hebben vermoedelijk een grotere rol gespeeld in de veranderende westerse samenlevingen dan de wetenschap, die pas laat in de negentiende eeuw die processen ging versterken. Toegegeven, de autonomie van de wetenschap heeft zich vertaald in de in zichzelf geslotenheid van haar verklaringsprincipes en daarmee ruimte geboden voor diegenen die iedere hogere macht willen uitbannen.  Maar faciliteren is nog iets anders dan veroorzaken. Tenslotte overstijgt elk wetenschappelijk wereldbeeld de waarheidsaanspraken van de daaraan ten grondslag liggende wetenschap.

De auteur is een van de sprekers op het Nationaal Debat "No Faith in Science", op 10 november 2011 in de Rode Hoed in Amsterdam.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Frans van Lunteren, hoogleraar wetenschapsgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Leiden.
Geschiedenis toont aan: wetenschap en geloof gaan heel goed samen - 1 november 2011



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer