Verkeer
24 januari 2014 | door: Joop Hazenberg, EU Watcher

De verkeershel van Brussel

Het grootste probleem van Brussel is mobiliteit. Of je nu in de auto zit, de tram pakt, op de fiets springt of te voet gaat: chaos, agressie, vervuiling en gevaar maken het verkeer tot een hel.

"In de politiek is geen enkele aandrang om het dichtslibben van Brussel te voorkomen."

Ik woon nu een jaar in Brussel, de onofficële hoofdstad van Europa. Na eerdere observaties over het EU-werk, de media en de verdeeldheid in de stad, is het tijd voor een stuk over de Brusselse infrastructuur en het vervoer.

 

Dit wordt geen vrolijk verhaal. Werkelijk alle mogelijke manieren om je te verplaatsen in deze rommelige stad, zijn irritant, onduidelijk, deprimerend en vaak ronduit gevaarlijk. Jaarlijks vallen hier tientallen doden in het verkeer. De infrastructuur staat op instorten (ik kom daar zo op) en van drastische modernisering van circulatieplannen is geen sprake. Ik loop de verkeersstromen per soort af.

 

Auto
Gelukkig heb ik geen auto meer, want ik zou helemaal gestoord worden om Brussel in en uit te moeten. Iedereen klaagt hierover, zelfs de Belgen, maar dat is deels hun schuld omdat Vlamingen massaal de stad uit zijn getrokken om in dorpen en afschuwelijke lintbebouwing buiten de stad, in het Vlaanderse land te wonen. De binnen- en de buitenring (Brussel heeft meer dan 1,1 miljoen inwoners) staan geregeld muurvast, net als de vele, vele verkeersaders die in de stad ruim baan krijgen – letterlijk. Volgens recente metingen heeft Brussel zelfs de  grootste verkeersdruk met de langste wachttijden. In Europa? Ter wereld.

 

Dit is het land van Koning Auto, net zoals in Italië. Je MOET overal kunnen parkeren, tot in de jaren zeventig was het zelfs mogelijk om je bak op de Grote Markt, het mooiste plein in Europa, te plempen. Brussel lijkt ook veel meer wegen te hebben, die allemaal ongeveer even groot zijn. Omdat de stad in 19 gemeenten is verdeeld, die elk hun eigen vervoersplan hebben, is mobiliteit het grootste slachtoffer.

 

Het gebrek eraan leidt tot een ziedende agressie van automoblisten, maar ook van taxichauffeurs en buschauffeurs. Bij het minste geringste, zelfs als mensen stoppen om iets uit te laden, beginnen bestuurders te toeteren, te zwaaien en te schreeuwen. Je wordt geen moment voorgelaten en geen meter gegund. De onderlinge strijd is furieus en wordt stompzinnig uitgevoerd. Brusselaars hebben geen enkele moeite om met hun auto kruispunten, trambanen en zebrapaden te blokkeren. Tja, het is toch de schuld van de voorganger, dat die niet doorrijdt? Mensen worden geregeld achtervolgd, de auto uitgesleurd en in elkaar geslagen. Of ze gaan juist heel langzaam rijden, om achterliggers te jennen of naar meisjes op het voetpad te roepen.

In de politiek is geen enkele aandrang om het dichtslibben van Brussel te voorkomen. In infrastructuur wordt niet geïnvesteerd, en Els Ampe, schepen voor de mobiliteit, stelt dat er ruimte moet zijn voor auto’s én voor openbaar vervoer. Dat kan volgens mij niet.

 

Openbaar vervoer
Het publieke transport staat er iets beter voor. Godzijdank heeft Brussel een uitgebreid netwerk van metro’s, trams en bussen. Ik maak daar veel gebruik van, en ben niet de enige. Veel lijnen zitten stampvol, vaak met mensen die geen auto kunnen betalen – moeders met kinderen, studenten, ouderen en daklozen.

 

Er is niettemin ontzettend veel aan te merken op het openbaar vervoer. Dat houdt er na acht uur ‘s avonds zo goed als mee op. Vaak kan ik beter vanuit het centrum naar huis lopen (een half uur) dan wachten op de tram. Er zijn heel weinig ‘dedicated’ bus- en trambanen waardoor je vaak vaststaat tussen de autofiles. Veel van de trams zijn trouwens stokoud, met bankjes die voor pygmeeën lijken ontworpen. Piepend en schokkend verplaatsen ze zich, en de vouwdeurtjes zijn nogal klantonvriendelijk.

 

Het Midi-station, aan de zuidkant van Brussel, is dé plek waar internationale bezoekers inclusief diplomaten en toerisen aankomen en vertrekken. Zojuist pakte ik de trein naar Nederland, vanaf een totaal afbrokkelend perron dat al een jaar of twintig geleden vernieuwd had moeten worden. Jaren geleden kwam ik hier voor het eerst en ging aan de verkeerde kant naar buiten, waardoor ik een verschrikkelijke achterbuurt terechtkwam. Als je wel de goede uitgang neemt, beland je tussen zwervers die openlijk naast de taxi’s en trams slapen, pissen en bedelen.

 

Brussel-Centraal is er beter aan toe, langzaam worden de catacombes van de spoorlijnen van behoorlijke lichtbakken voorzien en zelfs van flatscreens in plaats van de jaren tachtig monitors met Teletekst-achtige aankondigingen van vertrektijden. De beruchte tunnel naar de metro is opgeknapt, maar de zwervers zijn al weer terug en het laatste stukje is niet aangepakt – domein van de MIVB – de Brusselse metro-organisatie.

 

Fiets
‘Je bent knettergek!’ Dat verwijt krijg ik elke week weer over me heen als ik zeg dat ik sinds kort in de stad fiets. Nu moet gezegd, tien jaar geleden was de waarschuwing terecht. Inmiddels zijn er fietspaden, op sommige plekken althans, en Brussel heeft een fietsleenplan a la Parijs ingevoerd.

 

Niettemin is hier op de tweewieler springen nogal link. De gaten in de wegen, het ontbreken van fietsverkeerslichten en de steile heuvels zijn nog de minste problemen. Veel gevaarlijker zijn automoblisten, die nog niet aan zwakkere verkeersgebruikers gewend zijn. Regelmatig word je van de weg getoeterd, afgesneden of zelfs bedreigd. Dat is mij gelukkig niet overkomen maar wel Kwinten Lambrecht, een blogger uit Brussel.

 

Het aantal fietsers is niet duidelijk, maar uit recent onderzoek blijkt wel dat hun aandeel nog marginaal is, slechts enkele procenten van de verkeersbewegingen worden in deze stad op de fiets afgelegd. Fietsrekken? Nog nooit van gehoord! Ik kwam eerder deze week bij een stampvolle receptie aan en zette mijn tweewieler recht voor de deur, tegen een boom, terwijl auto’s druk op zoek waren naar een parkeerplek.

 

Niet verwonderlijk is een beweging van fietsers ontstaan, die met protest en actie het recht op ruimte af wil dwingen. Zo worden op grote straten illegale fietspaden geschilderd, omdat de politiek maar geen besluit kan nemen. Laatst werd zelfs een activist in de boeien geslagen en afgevoerd omdat hij een foto van een politiebusje bij zo’n actie had gemaakt.

 

Te voet
Dan maar te pootjes, zoals ze hier in België zeggen. Het moet gezegd: dit is een verrassend prettige ervaring! Ik heb me het afgelopen jaar helemaal sufgelopen over de kasseien. Die zitten vaak los – vrouwen leren hier de eerste week om vooral geen hoge hakken te dragen, en mannen dragen gympen op weg naar werk terwijl de brogues op kantoor wachten.

 

En hoezeer je kunt klagen over Brusselse automobilisten, of zelfs door hun toedoen overlijden (in 2012 werden iets van 17 voetgangers overhoop gereden), ze doen iets zeer hoffelijks. Men stopt hier voor zebrapaden. Je hoeft maar een teen op het asfalt te zetten en de Belg gaat in de remmen, soms zelfs gevaarlijk voor de achteropkomende bestuurder. Dat is er bij hun rijcursus structureel ingeramd: u stopt voor overstekend wild!

 

Natuurlijk zijn hier ook uitzonderingen op. Sommige Brusselaars hebben er lol in om op het laatste moment te remmen, of terwijl je oversteekt, al door te rijden tot bijna het eind van het zebrapad. Nederlandse auto’s stoppen in Brussel in ieder geval niet voor voetgangers, wat uiteraard tot veel lokale verontwaardiging leidt. Maar je kan het ze niet altijd kwalijk nemen – sommige voetpaden zijn helemaal vervaagd en de borden die de auto’s moeten waarschuwen, verdwenen.

 

Een ander positief punt is dat je je geen zorgen hoeft te maken over fietsverkeer. Persoonlijk vind ik dat een enorm nadeel aan Nederland, en zeker Amsterdam blinkt hierin uit. Fietsers – vooral bakfietsers – hebben een enorme arrogantie, voelen zich de koning op de weg en zullen elke gelegenheid aangrijpen om je van de sokken te rijden. Ook als je bij groen oversteekt, op de stoep loopt, of een eenrichtingsstraat in rijdt. De Nederlandse fietser heeft altijd gelijk en een hekel aan andere weggebruikers, vooral voetgangers. Gelukkig maken in Brussel korte metten met zo’n attitude.

 

Wel is een nadeel van stappen (het Vlaamse equivalent van lopen), dat je iets te veel in contact komt met de groezeligheid van deze stad. Werkelijk elke straat heeft een rommelig asfalt, scheve tegels, zwerfvuil en vooral, vooral afbladderende gevels. Maar dat is een ander probleem, waar ik een volgende keer over zal schrijven ;)

 

Brussel mobieler
Hoe verder – letterlijk en figuurlijk? Ik vrees dat er weinig gaat veranderen in de Brusselse mobiliteitsproblematiek. De afgelopen jaren is hier veelvuldig over gerapporteerd, zeker in Vlaamse media. Er zijn zoals gezegd ook geregeld acties van burgers, bijvoorbeeld met picknicks midden op straat om verkeersvrije zones af te dwingen.

 

Verbeteren van de infrastructuur? Geen geld, zeggen bestuurders. Het Midi-station staat niet in de lijst van aan te pakken stations in België. Vorig jaar onstond een metersgroot en -diep gat in de weg recht voor het Koninklijk Paleis. Er zijn zeker vier van dit soort straten in Brussel, maar wederom: geen geld. Dit is een arme stad.

 

Straten in voetgangerszones veranderen? De Belgen zien er het nut niet van in, wel de last. Je moet toch in de buurt van je bestemming kunnen komen? En die arme inwoners en bedrijven die niet meer voor de deur kunnen parkeren? Na zijn verkiezing tot burgemeester van Sint Joost, een verloederde buurt/gemeente van Brussel, kondigde Emir Kir aan de gloednieuwe voetgangerszone van de Leuvensteseenweg de nek om te draaien. Lokale bewoners hielden een rouwstoet, een dag later reden de auto’s weer door de straat.

 

De nieuwe burgemeester van Brussel heeft aangekondigd een verkeersvrije zone bij het Beursgebouw in te stellen, dat is de nieuwste hoopvolle ontwikkeling. Maar met vele andere Brusselaars zeg ik: eerst zien, dan geloven. Ik bestel vast een pot witte verf en een kwast om fietspaden te creëren. En de helm, die ligt al boven het rek van mijn kapstok.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer