Politiek
27 januari 2014 | door: Peter Noordhoek, op persoonlijke titel

De peilingen zitten er naast

De eerste peilingen voor de raadsverkiezingen verschijnen. Die peilingen zitten er naast. Niet omdat er zo fout wordt gepeild, maar elke sprong vanuit het landelijke naar het lokale gaat mis. Dit zijn mijn prognoses.

"Op basis van mijn 'Kleine Tikken Theorie' kom ik tot andere prognoses over de raadsverkiezingen."

De consensus van nu

 

Ik begin met de consensus over de uitkomsten van de raadsverkiezingen 2014 van deze voorlaatste week van januari, om het het er later mee oneens te kunnen zijn:

 

  • de opkomst zal laag zijn. De Hond: wellicht minder dan 50%, was 54% in 2010
  • lokale partijen gaan het goed doen (De Hond: van 22% in 2006, naar 24% in 2010 en 27% in maart 2014)
  • VVD en PVDA gaan krijgen dubbel slaag: matig verlies ten opzichte van 2010, enorm ten opzichte van de landelijke verkiezingen in 2012. VVD en PvdA blijven even groot, c.q. klein: een terugval van 16 naar 12% voor beiden
  • het CDA verliest dramatisch, vooral door de relatieve achterstand ten opzichte van de verkiezingen van 2010: ze gaat terug van 17 naar 12%
  • gedoogpartners D66 (10%: +2), SP (8%: +4) en CU/SGP (gecombineerd naar 8%: +2) worden de winnaars
  • PVV doet slechts in 2 gemeenten mee, maar wordt daar met gemak de grootste en neemt op basis van die 2 gemeenten 1% van de stemmen mee)
  • de andere kleine landelijke partijen pakken overal hun graantje mee, op GroenLinks na 

Er lijkt alle reden om dit een redelijke prognose te vinden. Tenslotte vertonen de peilingen al een jaar ongeveer hetzelfde beeld, ook al is het sentiment rond het kabinet gekanteld. Toch valt, op het punt van de opkomst na, op elk van deze punten het nodige af te dingen. En voor het eerste punt, de opkomst, moet goed nagedacht worden over de vraag welk effect het zal hebben. Zelf zal ik deze verkiezingen benaderen vanuit mijn Kleine Tikken Theorie. Deze gaat er vanuit dat in een situatie dat landelijke verhoudingen stabiliseren, c.q. elkaar in evenwicht houden, de ruimte relatief groter is voor lokale partijen en afdelingen van landelijke partijen om zich met goed ingestoken standpunten en campagne-uitingen te profileren, want de kiezer voelt zich vrijer dan anders om lokaal afwijkend te stemmen.

 

Zou het echt?

 

Rekening houdend met de verwachte lage opkomst, zijn er toch wat punten die doen twijfelen aan de consensus. 

 

  • Gerekend mag worden met 4% of nog lagere opkomst dan in 2010: toch een fors grotere ruimte die per saldo ten gunste komt van de lokale en landelijke middenpartijen
  • Vooral de PVV-kiezers blijven weg. De PVV gooit alles op de Europese verkiezingen. Wilders moet zijn eerste opvallende uitspraken over de gemeenten nog doen. Omdat de lokale hechting de afgelopen 4 jaar miniem is gebleven, betwijfel ik of de partij de grootste wordt in beide steden
  • Mijn schatting is dat het hoogtepunt van de groei van de lokale partijen achter de rug is en nu met een klein plusje op 21-22% zal uitkomen. Ja, lokale partijen profiteren van de personificatie van de politiek. Ja, er is veel afkeer van de landelijke politiek. Daar staat tegenover: nee, lokale partijen besturen evident niet beter dan lokale afdelingen van landelijke partijen en nee, want die lokale afdelingen zijn er steeds beter in geworden lokaal herkenbaar te opereren
  • D66 profiteert van het landelijk positieve profiel, maar die impact zal beperkter zijn dan gedacht. Behalve in de grotere steden hebben ze nog niet de aanwezigheid waar het nu op aan zal komen. Pas over 4 jaar worden ze zo echt de brede dreiging voor zittende regeringspartijen – als ze dat zelf niet worden
  • CU en SGP zitten in een wat vergelijkbare situatie, waarbij ze er verstandig aan doen om in de grotere steden een lijstverbinding met een grotere partij aan te gaan. De andere kleine partijen kunnen wellicht wat incidentele successen boeken
  • PvdA en VVD zullen inderdaad een stevige stap achteruit moeten doen, maar door het opkomsteffect zal dat vooral voor de VVD nog meevallen. In elke plaats zijn nu mensen die, net als bij het CDA voorheen, met de partij verweven zijn door posities en carrièrekansen. Voor hen geldt: alle hands aan dek. Dan moet je gevestigde partijen nooit onderschatten. Dus: de PvdA blijft nipt de grootste in Amsterdam en de noordelijke provincies. De VVD behoudt veel van de rijkere randen van stad en land.
  • GroenLinks mag, gelet op hun goede resultaten 4 jaar geleden, hopen dat ‘het meevalt ten opzichte van toen’. Ik vrees dat de strijd in de grote steden daar te heftig voor wordt, ook in GL-stad Utrecht.

Veel kleine tikken maken ...

 

Resteren SP en CDA. Het zijn de partijen die de afgelopen periode de meeste vrijheid hebben gehad om overal hun ‘kleine’ beleids- en promotietikken uit te delen. Een vrijheid die ze ook in hun campagnes het meeste hebben. Dit is zeker geen universele uitspraak. De SP heeft op lokaal niveau veel blauwe plekken opgelopen en ook het CDA kan worden geassocieerd met ongelukkige projecten en beslissingen. Maar ze hebben niet bijvoorbeeld de last waar de VVD bij de herindelingsverkiezingen in Alphen onder moest zuchten: een impopulair kabinet in combinatie met een wethouder die verantwoordelijk was voor een impopulair centrumproject. Beide partijen hebben de ruimte nu overal aanwezig te zijn en te profiteren van hun lokale kracht. De landelijke partijen hebben allen veel geleerd van de vorige verkiezingen en deze twee het meeste.

 

De signalen zijn er ook naar. Bij het CDA kan ik het meeste beluisteren en dan hoor je overal de juiste tikken: gespreide lijst? Tik. Alle wijken en kernen vertegenwoordigd? Tik. Veel nieuwe kandidaten? Tik. De juiste verkiezingsitems? Tik. Websites en social media onder de knie? Tik. Geen landelijke stoorzenders, wel toegewijde hulpzenders? Tik. Lokale politici met pit? Tik.
Zo heel veel tikken bij elkaar en dan heb je een doorbraak, zeker als de traditionele ‘negatieve factoren' ontbreken (m.n. kabinetsdeelname) en vooral: als het landelijke beeld gezet is en mensen zich vrij voelen om op lokaal niveau een andere keuze te maken. Dat laatste lijkt nu aan de hand te zijn. Tijd om – met een knipoog – de Kleine Tikken Theorie in werking te zien.

 

Wat precies te voorspellen? Ik denk dat in het zuiden SP en CDA gaan strijden om de stemmen die niet naar de lokale partij gaan. In het niet verstedelijkte midden en oosten gaat het CDA echt verkiezingen winnen, evenals in veel niet-verstedelijkte plaatsen in het (zuid- en noord-)westen. De SP zie ik, behalve in het zuiden, nergens echt winnen, maar in veel (middel)grote steden zullen ze niet te negeren zijn rond de College-onderhandelingen. Het CDA zal in deze steden kleiner blijven dan SP, maar ze zullen niet in zetels terug gaan en eigenlijk nog onmisbaarder zijn voor de onderhandelingen.

Per saldo zal het CDA goede kansen maken om die onderhandelingen in het totaal van het landelijke opnieuw te winnen. Of je daar als partij echt blij mee moet zijn gelet op wat je dan voor ellende op het bord krijgt, is de vraag, maar zolang dat het doel is van verkiezingen heeft elke partij het recht en de plicht daarnaar te streven.

 

Prognoses

 

Mijn prognose voor de raadsverkiezingen, vertaald naar landelijke percentages:
VVD: 13 (-3); PvdA: 13 (-3); PVV: 1 (0); SP: 8 (+4); CDA: 14 (-1); D66: 11 (+3); GL: 3 (-4); CU / SGP: 9 (+1); overige landelijke partijen 3 (0%. Lokale partijen: 25 (+1).

 

Met andere woorden: niet radicaal afwijkend van de peiling van De Hond, maar dichter bij het traditionele landelijk beeld dan nu wordt verondersteld. Veel partijen mogen zich winnaar noemen. Voor de ‘echte’ winnaar denk ik dat het aankomt op het tellen van de stemmen.

 

Tot slot de prognose voor de grootste partij in de vier grootste steden:
Amsterdam: PvdA; Rotterdam: Leefbaar; Utrecht: D66; en Den Haag: laat ik eens een tikkie wild zijn: CDA. Wat zijn die daar goed aan het tikken.

Trefwoorden:
Politiek

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer