Gezondheid
12 februari 2014 | door: Gonny ten Haaft, freelance zorgjournalist

Te veel informatie maakt keuze voor screening moeilijk

Hoe meer er over de voor- en nadelen van borstkankerscreening geschreven wordt, des te lastiger een vrouw over haar deelname kan beslissen.

"Wel of niet mijn borsten laten testen? Ik zou het niet (meer) weten"

‘Waarom je níet naar je borsten moet laten kijken. Duizenden vrouwen bang of langer ziek’, twitterde NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch op zaterdag 25 januari. Even schrok ik van deze oproep van een man die net zo oud is als ik. Sinds wanneer mag een hoofdredacteur iets over mijn borsten zeggen? Totdat ik ook zijn volgende tweet las. ‘Waarom je wél naar je borsten moet laten kijken. Honderden vrouwen het leven gered’.
 
Van der Meersch verwees naar het stuk ‘Wel of niet laten testen’ in de wetenschapsbijlage van diezelfde krant. Het is slechts een van de vele artikelen die deze weken over het Nederlandse bevolkingsonderzoek naar borstkanker verschijnen. Samen met alle aandacht voor de invoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker, krijgt de burger een stortvloed aan informatie over screening over zich uitgestort.

 

Sinds 1989

Maar anders dan dit nieuwe bevolkingsonderzoek naar darmkanker, is het bevolkingsonderzoek naar borstkanker een gevestigd instituut. Al sinds 1989 laten de meeste vrouwen vanaf hun 50-ste tot hun 75-ste ‘naar hun borsten kijken’ – de laatste jaren deed ongeveer tachtig procent van de opgeroepen vrouwen mee. Er woedde weliswaar regelmatig discussie over, maar meestal bleef deze tot de vakbladen beperkt.
 
Tenminste, zo heb ik dat ervaren. Even die check om borstkanker uit te sluiten? Dat is iets wat je gewoon doet. Ik herinner me nog goed dat ik twee jaar geleden blij was toen eindelijk die oproep in de bus viel. Met veel trieste voorbeelden van vrouwen met borstkanker in mijn omgeving, wilde ik graag weten of bij mij wel alles goed zat. Niet voor niets stond in de uitnodigingsbrief dat de kansen op genezing bij vroege ontdekking groter zijn – ook daar had ik ‘dichtbije’ voorbeelden van gezien.

 

Maar volgens de stukken die ik nu lees, zat er ook een folder bij waarin voor- en nadelen van deze screening beschreven staan. Die folder heb ik ongetwijfeld gelezen, maar mijn beslissing stond al vast. Ik wilde immers graag gerustgesteld worden (de emotionele factor), al mijn oudere familieleden en vriendinnen doen het ook (sociale factor) en de geboden informatie is niet makkelijk te doorgronden (rationele factor).
 
Pas nu er steeds meer over de pro’s en contra’s van screening bij tal van ziekten geschreven wordt, ben ik ook de informatie over het bevolkingsonderzoek naar borstkanker beter gaan lezen. Terugkijkend vind ik mij zelf naïef dat mijn beslissing om naar mijn borsten te laten kijken (inmiddels al twee keer) niet weloverwogen was.

 

Ik verzuip

En nu? Nu verzuip ik. Ik bestudeer Nederlandse en Belgische folders, bekijk filmpjes, lees het recente rapport van de Gezondheidsraad en spreek dokters, maar het resultaat is dat ik in verwarring ben. De informatie over risico’s en kansen valt niet mee, vooral als ik die op individueel niveau wil wegen. Ik lees nadelen waarvan ik schrik, zoals het feit dat er vrouwen zijn die als gevolg van hun screening eerder de diagnose krijgen, zich langer kankerpatiënt voelen en alsnog sterven. Maar ik lees ook voordelen die voor deelname pleiten, zoals de ‘vermijdbare’ sterfte - vrouwen die dankzij de screening langer leven.

 

Als zorgjournalist heb ik al vaker betoogd dat de verwachtingen van zelf kiezende burgers en patiënten te hoog gespannen zijn. Vaak hebben zij advies van een dokter nodig om over lastige medische dilemma’s te besluiten. Maar moet ik nu naar mijn huisarts om ook over deze keuze te overleggen?

 

Nog lastiger zijn deze beslissingen voor mensen die over minder kennis over ziekte en gezondheid beschikken en die minder talig zijn. In haar recente brief over dit bevolkingsonderzoek wijst minister Schippers op het belang van een ‘gelaagd aanbod van informatie’, zoals die door het RIVM nu wordt verstrekt. Ik heb het allemaal gezien, maar denk daarbij ook aan de verhalen van vrouwelijke kankerpatiënten uit het Nijmeegse Radboud ziekenhuis. Sommige vrouwen, zo blijkt daar uit interviews, weten niet goed wat kanker is, denken bij een tumorhaardje aan een tumorhaartje (plekje in hun hoofdhaar) en kennen hun lichaam onvoldoende. Hoe kan het RIVM deze vrouwen bereiken?

 

In dezelfde brief spreekt Schippers de ambitie uit dat het Nederlandse bevolkingsonderzoek niet alleen uitmunt door een hoge deelnamegraad, maar ook door een ‘goed geïnformeerde deelname’. Deze laatste ambitie is moeilijk op voorhand te rijmen met de eerste. Nu er steeds meer informatie over de voor- maar ook over de nadelen beschikbaar is, blijven dan wel evenveel vrouwen deze gang naar de mammamobiel ondernemen?

 

Vertrouwd recept

Zelf ben ik er nog niet uit, daarvoor is mijn verwarring (nog) te groot. Soms doet dit mij denken aan mijn regelmatige zoektochten naar een lekker recept voor in het weekend. Dikke kookboeken worstel ik door, totdat ik uiteindelijk zo murw ben van alle toelichtingen en tips, dat ik besluit alsnog voor een vertrouwd recept te kiezen. Lekker makkelijk, doen zoals altijd.

 

Misschien dat dit ook de doorslag geeft als ik de volgende uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek krijg. Niet teveel nadenken, gewoon gaan.

 

Toch kan dit niet meer na alles wat ik nu gelezen heb – daarvoor is kanker te belangrijk. De volgende keer móet ik weloverwogen beslissen, misschien wel dankzij die tweets van een man.

Trefwoorden:
Gezondheid

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Gonny ten Haaft, freelance zorgjournalist
Te veel informatie maakt keuze voor screening moeilijk - 12 februari 2014



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer