Media
4 april 2014 | door: Kees Jan Dellebeke, Analist BZK (b.d.)

Advies Raad van Cultuur over omroepen is niet van deze tijd

De Nederlander wil zelf bepalen wat hij kijkt en hoe lang. Hij wil niet meewerken aan de adviezen voor een toekomstbestendige publieke omroep van de Raad voor Cultuur.

"De Nederlander wil vooral meer televisie op zijn tablet"

Peter Koop schrijft in De Correspondent dat de kwaliteit van de berichtgeving door de media van de Snowden-onthullingen te wensen over laat. Hij pleit voor inperking van sensatielust van journalisten die tegelijkertijd transparanter moeten worden over hun werkwijze. Wat Koop eigenlijk zegt, is dat de media het publiek vooral betrouwbaarder moeten voorlichten. 

 

Dimitri Tokmetzis antwoordt op het commentaar van Koop: "Waar het denk ik nog wel eens misgaat, is dat er dingen gepubliceerd worden die journalisten nog niet goed begrijpen".

 

Ernst-Jan Pfauth beweert dat elke journalist op zijn eigen manier het beste rendeert zolang hij niet in een keurslijf wordt gedwongen. Pfauth ziet in Glenn Greenwald zijn grote voorbeeld. Deze wil de directe schrijfstijl van bloggers combineren met grondige journalistiek. Dus geen omslachtige berichtjes waar je je doorheen moet worstelen, maar krachtige stukken. Daar waar Koop de lezer centraal zet, doen Tokmetzis en Pfauth dat met de journalist.

 

De Raad voor Cultuur zegt in haar jongste advies 'De tijd staat open' dat de consument een centrale positie inneemt en zelfs via een portal, een soort Uitzending Gemist 2.0, door de enorme hoeveelheid informatie moet worden geloodst.

 

De schrijvers en de praters

Het is niet noodzakelijk dat iedere journalist over elk onderwerp van de hoed en de rand weet. Behoorlijk wat journalisten doen wel alsof en stellen dan natuurlijk toch niet de juiste vragen. Dat komt, ook volgens Koop, inderdaad niet erg betrouwbaar over.

 

De schrijvers moeten vaker hun licht opsteken bij materiedeskundigen en beter de tweedelijns reacties als blogs raadplegen in plaats van blind te varen op analytisch ingestelde bronnen.

De praters kunnen hun ergerlijke hang naar goedgebekte hoogleraren en advocaten en vlot pratende generaals die de nieuwsuitzendingen frequenteren maar niet loslaten. Dat moeten ze wel doen. Nieuwsprogramma's moeten ervoor waken niet te gaan lijken op soapseries als het 'zondagavondtelevisieprietpraatprogramma' van Jack van Gelder en zijn 'analisten'.

 

Journalisten moeten op zoek naar de echte kenners, al klaagt Zembla-journalist Ton van der Ham in een interview dat hij in dat werk vooral wordt belemmerd door voorlichters.

 

Programma's altijd centraal

Voor geïnteresseerde krantenlezers kan de pers nog putten uit bronnen die niet bij iedereen bekend zijn, maar die wel een verhaal vertellen dat dicht bij de waarheid ligt.

Luisteraars en kijkers willen vaak een snel en goed gebekt nieuwsverhaal waarbij zij niet in slaap vallen. Voor hen is niet de hele inhoud maar de korte samenvatting het belangrijkst.

TV- en radiojournalistiek is gebaat bij imago. De kijker/luisteraar staat centraal. Alsjeblieft geen onbekenden in de programma's, die misschien wel veel van de materie weten maar het niet kunnen uitleggen en aan wie de presentatoren hun handen vol hebben. Dan lopen kijkers en luisteraars verveeld weg, of nog erger, naar de concurrent of naar hun tablet.

 

Wat moet je dan met een advies van de Raad voor Cultuur dat bij een toekomstbestendige publieke omroep de inhoud van de programma’s altijd centraal staat, net als de makers?

 

De schrijvende pers - historisch beschouwd de voorloper van alle media - is dan nu toch al zover dat krantenkoppen, oneliners en citaten terughoudender worden gepubliceerd en dat de inhoud wordt voorzien van nuances.

 

Radio- en televisiemakers weten nog niet zo goed raad met een 'toekomstbestendige publieke omroep'. De praktijk is weerbarstiger dan in het rapport De tijd staat open staat opgeschreven.

 

Elasticiteit van luisteraar en schrijver

De burgerij keert 'de' politiek massaal de rug toe. Die luisteraar of kijker zit al helemaal niet te wachten op (politieke) achtergronden bij het nieuws. Dan zit je als nieuwsmaker constant in een spagaat. Journalisten bij radio en televisie weten namelijk ook dat het met de elasticiteit van de luisteraar en de kijker droevig is gesteld. Daarom gaan die media in nieuwsuitzendingen als bijvoorbeeld 'Nieuwsuur' en 'Buitenhof' meestal niet te diep in op de achtergronden van het verhaal. Dat vindt ook de Utrechtse hoogleraar bestuurskunde Paul 't Hart. Ze komen zelfs niet verder dan het uitlokken van oneliners van geïnterviewden. Die worden geknipt, geplakt en eindeloos de ether in geslingerd, ontdaan van elke context.

 

Kortom, een fragmentarische en minder betrouwbare voorlichting. Uiteindelijk zal dat er onherroepelijk toe leiden dat nu nog gerespecteerde achtergrondprogramma's op de schroothoop van 'zondagavondtelevisieprietpraatprogramma's' zullen belanden.

 

Televisie altijd op tablet

Het duurt niet lang meer of we doen alles via internet, dus ook televisie kijken. Kranten zitten al lang op internet, niet elke (oudere) krantenjournalist is daar blij mee. Internet voor radio en televisie is nog niet verder gevorderd dan de uitzending min of meer te kopiëren, met af en toe een verwijzing of actuele aanvulling. Maar de consument in Nederland wil niets anders dan simpel op z'n tablet klikken naar een volgend nieuwsitem. Ja ook 's avonds met het bord op schoot. Via het internet kan je dan kiezen tussen een live stream van sommige programma’s of het on demand bekijken van andere uitzendingen. 

 

Conclusie

Krantenlezers zijn een apart slag nieuwsgaarders. Zij moeten kennis kunnen blijven nemen van verhalen die dicht bij de waarheid liggen, afkomstig van onbekende menselijke bronnen gecombineerd met de directe schrijfstijl van bloggers.

 

Peter Koop kan dan wel vinden dat de kwaliteit van de berichtgeving te wensen over laat en dat sensatielust van journalisten moet worden ingeperkt, maar luisteraars en kijkers willen toch nog meer (interactieve) televisie op het internet. Daarin verschilt de krantenlezer van de luisteraar en kijker.

 

De Raad voor Cultuur kan in haar advies wel roepen dat omroepverenigingen zich meer moeten gaan richten op specifieke publieksgroepen en thema’s en dat het ledencriterium als harde eis van tafel moet, maar voorlopig zijn de kijk- en luistercijfers 'het' criterium om te overleven.

 

De vraag wie er centraal staat, het publiek of de media, is nog lang niet beantwoord. Wie interesseert dat? De kijker/luisteraar is er nog lang niet klaar voor om via een portal door de enorme brij aan informatie te worden geloodst. Dat wil hij helemaal niet. Hij wil televisie op zijn tablet en zelf bepalen wat hij wil zien en hoe lang.

 

Nederland is een land van samenvattingen en zal dat voorlopig wel blijven.

Trefwoorden:
Media

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer