Europa
7 mei 2014 | door: Willem Melching, historicus

Kiezer trapt niet in valkuil van federalisme

Burgers zijn tegen een Europa met een “open einde”. Zolang politici niet aangeven waar hun grenzen liggen, zal de kiezer zich steeds meer in afschuw van hen afwenden.

"Vertel de kiezers wanneer Europa af is"

Europa zit diep in de crisis. Onder de zichtbare crisis zoals de Euro, het populisme, en het immigratiedebat verstopt zich een heel ander probleem. Een probleem dat de politici niet benoemen, en de bureaucraten in Brussel natuurlijk al helemaal niet. Het kernprobleem van Europa is namelijk het ontbreken van een debat over aard en reikwijdte van het federalisme. Anders geformuleerd: Europa streeft naar meer samenwerking en federale structuren, maar niemand weet waar de grenzen van deze samenwerking liggen. Door het ontbreken van eindtermen heeft het “project Europa” geen natuurlijk doel, en niets om naar te streven. Het ontbreken van een perspectief en ook een duidelijke afbakening van het project maakt de burgers onrustig. De burger heeft namelijk geen idee waar Europa heen gaat, hoe ver de integratie zich zal uitstrekken en wanneer dit project ooit afkomt.

 

Burgers willen namelijk weten wanneer iets “klaar” is, wanneer het “af” is. Project Europa past maar al te goed in de reeks van andere prestige-projecten die zes keer over hun budget heen zijn gegaan en eigenlijk nooit afkomen. In heel Europa zijn er voorbeelden te over: het vliegveld van Berlijn, de Philharmonie in Hamburg of dichter bij huis de Noord-Zuidlijn en de Fyra. Dit nog geheel los van de arrogantie van politici, die tegen de zin van vrijwel de hele bevolking hun lievelingsprojecten weten door te zetten, denk bijvoorbeeld aan het nieuwe cultuurcentrum in Den Haag of het megalomane stationsplan in Stuttgart.

 

Een volksopstand in heel Europa

Door deze projecten weten de burgers heel goed dat politici en ambtenaren een aangeboren neiging hebben tot overdrijven, wereldvreemdheid, graag te veel geld uitgeven en vooral hun eigen bureaucratie laten uitdijen. Hierin ligt de oorsprong van de Euro-scepsis die in de aanstaande Europese verkiezingen van 22 mei tot een bloedbad onder de eurofiele partijen zullen leiden. Wij zien in heel Europa een volksopstand. Nog niet overal op straat, maar wel in de peilingen en de stemhokjes. Euro-sceptisch populisme van rechts (PVV) én van links (SP) doet het niet voor niets zo goed.

 

De kiezers zijn niet dom

Het is helemaal niet zo dat de burgers categorisch tegen Europa zijn. Iedereen vindt het heerlijk om zonder oponthoud naar Italië te kunnen reizen. Nederlandse boeren verkopen graag hun tomaten aan hongerige Europeanen. Maar ze zijn tegen een Europa met een “open einde”. Ze willen weten wanneer Europa klaar is. De politici hebben hier geen antwoord op, omdat ze er nog nooit serieus over hebben nagedacht. In de wereld van confederaties en federaties zijn er zo veel verschillende voorbeelden en modellen, dat een losse verwijzing naar iets als “De Verenigde Staten van Europa” geen antwoord is. Willen we een confederatie zoals in Zwitserland? Veel zelfstandigheid voor de kantons, maar wel een gezamenlijke munt en een leger? Of willen we een Duitse Bondsrepubliek? Een sterke overheid naar buiten toe, maar met een zeer grote autonomie voor de deelstaten op gebied van onderwijs, cultuur en zorg? Of willen we een Verenigde Staten van Amerika? Een sterke president, maar ook bijna even sterke deelstaten, met eigen belastingen en zelfs eigen legertjes?

 

Al de bestaande federatieve landen hebben een soort federalistisch minimum dat bestaat uit een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid (leger, diplomatie), een gemeenschappelijke uitvoerende macht en een gemeenschappelijk minimaal sociaal stelsel. Wanneer je streeft naar een federatieve structuur voor Europa dan zul je je moeten afvragen of deze drie basisvoorwaarden eigenlijk wel haalbaar zijn. Alleen vanuit deze basis kun je het ook eens worden over een gemeenschappelijke munt, kun je het risico van armoede-migratie voorkomen en kun je naar buiten toe in ieder geval met één gezicht optreden. Zolang het antwoord op die vraag negatief is moeten politici en bureaucraten in Brussel niet proberen sluipenderwijs een federatie in te voeren. Zo dom zijn de kiezers nu ook weer niet. De kiezer heeft namelijk heel goed door dat de EU aan geen van deze drie basisvoorwaarden kan en wil voldoen.

 

Buitenlands beleid

Een gemeenschappelijk buitenlandse beleid zal altijd mislukken door de grote onderlinge verschillen. Zo hebben sommige grote landen, Frankrijk en Groot-Brittannië, nucleaire wapens. Andere landen zoals Duitsland en Nederland hebben ze niet.  Ook zijn de beleidstradities totaal anders. Nederland en Groot-Brittannië koesteren hun special relationship met de Atlantische bondgenoot. Frankrijk doet dat zeker niet. En dan heb ik nog niet over verschillen in de relatie met Oost-Europa, de voormalige Sovjet-Unie en natuurlijk Israël en het Midden-Oosten. De machteloze houding tegenover de Russische agressie spreekt boekdelen. Alle landen laten zich hier leiden door hun eigen nationaal belang en dat verklaart ook de volstrekt besluiteloze houding tegenover Putins neo-stalinistische expansiepolitiek.

 

Inkomensverschillen

Een gemeenschappelijk basaal zorgstelsel ligt nog wel heel ver weg. Wie wel eens een Roemeens ziekenhuis van binnen heeft gezien, laat zich toch liever op het AMC behandelen. En wie moet dat betalen? De inkomensverschillen binnen de EU maken dit feitelijk onmogelijk c.q. onbetaalbaar. Over de verschillende pensioenstelsels wil ik het maar niet hebben.

 

Gemeenschappelijke munt

Bovendien geven Europese politici zeer verwarrende signalen af. We zeggen te streven naar een gemeenschappelijke munt. Maar die munt moet enerzijds zo boterzacht zijn als de Lire om de Italiaanse clientèle-politiek te financieren en anderzijds zo hard als de Deutsche Mark zodat Duitse en Nederlandse spaarders niet bang hoeven te zijn voor hun spaargeld en hun pensioenen. Dat kan natuurlijk niet samengaan. Een land als Frankrijk klaagt liever over de omvang van de Duitse export in plaats van zelf te bezuinigen en het staatskapitalisme eens stevig aan te pakken. Hoe kunnen landen met zulk uiteenlopende beleidstradities nu één valuta delen?

 

Eigen beleid gaat voor

Er is veel geklaag over het bemoeizuchtige Brussel, maar dat beperkt zich toch vooral tot bijzaken zoals olie- en azijnflesjes. Wie beter kijkt ziet dat alle landen zodra het over echt geld en echte macht gaat, volstrekt hun eigen beleid uitstippelen. Verhelderend is een folder van de prachtwinkel Halfords met daarin de verschillende regels betreffende het autoverkeer. Alleen al voor het dragen van een geel veiligheidshesje bestaan er in Europa maar liefst 12 varianten. En dan heb ik nog niet gehad over de wildgroei aan tolwegen en snelwegvignetten, of het oerwoud van verschillende fiscale regelingen. Europa kent BTW tarieven tussen de 4 en de 27%. Tot mijn verbazing waren er zelfs verschillen in successierechten tussen Wallonië en Vlaanderen! Vennootschapsbelasting is natuurlijk al vanouds een patent middel om buitenlandse investeerders mee te trekken. Kortom, met dat veel bejammerde verlies aan soevereiniteit valt het nog wel mee. Wanneer het om de knikkers gaat, spelen de regeringen nog altijd graag een thuiswedstrijd.

 

Een federatief Europa is dus onhaalbaar. De invoering van de Euro heeft dat goed zichtbaar gemaakt. Verschillende tradities in financiering, verschillen in belastingmoraal, verschillen in spaargedrag. Het wordt allemaal genadeloos blootgelegd door de almaar voortdurende Eurocrisis. De Eurocrisis is trouwens nog lang niet voorbij. Ik heb zelfs het vermoeden dat deze nog maar net is begonnen.

 

Focus weer op het vrije verkeer

Net als de baron van Münchhausen zal Europa zich zelf uit deze identiteitscrisis moeten trekken, anderen doen het niet voor ons. Dat kan alleen door een herbezinning op de core-business van de EU, te weten: vrij verkeer van goederen en personen. Vrij verkeer van personen over de grenzen is iets heel anders dan vrije vestiging zonder dat er een economische noodzaak bestaat om burgers uit veel armere landen een permanente werkvergunning en het recht op familiehereniging te geven. Zeg als politicus duidelijk wat je met Europa wilt, dan zullen de kiezers ook eerlijk antwoord geven. Maar zolang de politici de Europeanen een halfbakken federatie willen binnen rommelen, zal de kiezer zich steeds meer in afschuw afwenden. Alleen wanneer de politici aangeven dat ze hun grenzen kennen, zullen de Europese binnengrenzen open kunnen blijven. Doen ze dat niet dan zullen ze ook de laatste steun van de bevolking gaan verliezen.

 

Een referendum over Europa

Op 22 mei mogen we weer naar de stembus voor Europa. Deze verkiezingen hebben in veel Europese landen al de lading van een referendum over Europa gekregen. Dat is goed, want zo werkt democratie namelijk. Het is daarom te hopen dat de partijen  helder zijn over wanneer Europa eindelijk “klaar” is. Heel simpel: wat zijn de einddoelen? Waar werken we naar toe? Waar moeten we ons op instellen en wat gaat dat kosten? Van vage visioenen en kostbare verrassingen heeft de kiezer genoeg en het dreigen met de terugkeer van het nationalisme van 1914 en 1939 is alleen maar lachwekkend.

 

 

Trefwoorden:
EuropaPolitiek

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer