Economie
9 mei 2014 | door: Rudi Dierick, Ingenieur, adviseur, hoofdredacteur De Bron

Politici stoefen graag over investeringen

Struikelt u ook al eens over partijen die te pas en te onpas meer 'investeringen' vragen? Blijkt dat veel van die voorstellen geen investeringen zijn, maar zuivere consumptie.

"Partijen beloven alle te investeren, maar wat ze bedoelen, dat is gewoon ordinaire consumptie."

'Groen wil 1,4 miljard euro investeren in 260.000 mensen op Vlaamse wachtlijsten'. Maar wat ze vragen, dat zijn geen investering, maar wel consumptie. Een detail? Of verbergt het misleiding en wanbestuur? Feit is dat men dat soort berichten bij zowat alle politieke partijen vindt.

 

Het begrip 'investering' heeft het odium van iets waardevols, iets duurzaams. Maar wat is een investering? En welke investeringen zijn maatschappelijk verantwoord? En welke andere bestedingen ook? Misleiden vele politici ons allen, en zichzelf niet doordat ze proberen ons 'consumptie' als 'investeringen' te verkopen en doordat ze de zin van bepaalde uitgaven zo min mogelijk willen (laten) onderzoeken en bespreken?

 

Een investering is, in de klassieke economische zin, “het uitgeven van geld met als doel het verbeteren of vergroten van de productieve capaciteit van een onderneming of project. Dat omvat, als typisch voorbeeld, het aanschaffen van duurzame kapitaalgoederen (zoals gebouwen en machines). Een investering is dus een besteding die pas later vruchten afwerpt. Dankzij een investering hebben we morgen in principe substantieel meer welvaart (en dus ook meer te verdelen) dan het geval zou zijn zonder die investering. In de economie is een investering het tegenovergestelde van consumptie.

 

Een gemeente die morgen een miljoen euro ter beschikking krijgt, die kan daarmee een ploeg jeugdwerkers betalen. Het kan dat ook uitgeven aan enkele appartementen en die dan verhuren aan behoeftigen. Het eerste is zuiver consumptie, het tweede is een investering. Ze brengt immers elk jaar een bepaalde opbrengst op, naast de sociale meerwaarde voor de huurders.

 

Op maatschappelijk niveau zijn er evenwel ook investeringen – zoals de aanschaf of bouw van gebouwen – die een duurzame waarde opleveren, maar die géén (evenredige) bijdrage leveren tot onze toekomstige welvaart. De aanschaf van machines voor opleidingen in knelpuntberoepen levert wel zo een bijdrage, maar de inrichting van een wijkhuis niet. Of dit laatste een substantiële plus voor het welzijn oplevert, dat is een andere vraag, en een die best niet genegeerd wordt.

 

En andersom is er consumptie die ook zo een bijdrage aan de toekomstige welvaart levert – denk aan de lonen voor leerkrachten die zulke opleidingen geven – en andere die dat niet doen – zoals het personeel van dat wijkhuis. De beoordeling van welke de maatschappelijke meerwaarde is van deze of gene investering, of deze of gene consumptie, vereist dus grote zorgvuldigheid.

 

Als openbare overheden kiezen voor goede investeringen en een weloverwogen, sobere consumptie, dan zal de welvaart daardoor morgen hoger uitvallen dan zonder die keuze. Alle andere uitgaven, dat is het verdelen van de welvaart van vandaag.

 

Goed investeren betekent dus geen witte olifanten, noch investeringen met kosten die te hoog uitvallen door corruptie of onbekwaamheid, noch hobby-projecten van de politici.

 

Het onderscheid tussen investeren en consumptie is niet altijd exact. Zo zal een voldoende goed onderwijs veel bijdragen tot de toekomstige welvaart. Dat is daar zelfs noodzakelijk voor. Boekhoudkundig gezien zijn de meeste uitgaven in onderwijs geen investeringen, maar maatschappelijk gezien wel.

 

Maar als we morgen de leerkrachten twee maal zo veel zouden betalen als vandaag, dan zal dat geen merkbare verhoging van de 'duurzame welvaart' opleveren (doch enkel veel, begrijpelijk ongenoegen en frustratie bij de niet-leerkrachten). Anderzijds, als leerkrachten zo weinig betaald zouden worden dat er een probleem ontstaat om voldoende goede leerkrachten te vinden, dan moet dat verholpen worden. Maar tegelijk is het onzinnig dat we geld zouden moeten uitgeven aan extra administratieve medewerkers voor de scholen, omdat de centrale administraties hun werk niet goed doen (en de scholen verdrinken met teveel regeltjes).

Of een bepaalde openbare besteding als een verantwoorde uitgave mag beschouwd worden, dat hangt dus ook af van de wijze van besteding.

 

Overigens, sommige uitgaven lijken op investeringen, maar ze zijn dat niet, en echter ook geen consumptie. Wij kunnen een huis aankopen met het oog op verwachte prijsstijgingen, er enkele jaren van genieten, en het dan verder verkopen. Dat noemt men dan echter best gewoon wat het is, namelijk speculatie. Dat is ten gronde gewoon een poging om welvaart van anderen weg te kapen.

 

Voor een mogelijke investering kan men een verwachte opbrengst kennen. Men kan schatten hoe hoog die opbrengst zal liggen. Daarna kan men vergelijken hoe hoog de effectieve opbrengst lag.

 

Het nalezen van de partijprogramma's op de 'investeringen' die de partijen vragen of voorstellen, bevestigt het grootschalige misbruik van dat woord. De meeste van die voorstellen bevatten gewoon geen investeringen, in welke betekenis dan ook.

 

Zo wil de sp.a de volgende legislatuur “800 miljoen euro extra investeren in de gezondheidszorg, met hogere terugbetalingen voor onder meer brillen, tandzorg en geestelijke zorg”. De vermelde voorbeelden zijn echter zuiver consumptie. Dikwijls is dat nodig en sociaal wenselijk, dat wel. Maar daarin zit geen enkele investering of andere toekomstige opbrengst.

 

Die partij wil ook meer investeren in onderwijs. Maar het gros van het extra budget zou dan waarschijnlijk gaan naar hogere lonen en meer personeel om hetzelfde onderwijs te bieden. Dat is veel eerder consumptie. De sp.a wil immers niet snijden in buitensporige administratieve verplichtingen, noch in studierichtingen met te weinig studenten, of met een lage maatschappelijke meerwaarde. Het wil al evenmin zwaar ondermaatse leerkrachten minder betalen of ontslaan.

 

Ook de CD&V heeft problemen met veel van haar 'investeringen'. Koen Van den Heuvel, zogenaamd een financiële specialist van de CD&V en burgemeester van Puurs, belooft dat“Puurs blijft investeren in sportinfrastructuur”. Hoewel het hier over vaste infrastructuur gaat, dient die enkel de ontspanning van de burgers. Een gemeentelijke sporthal, dat is dus wel een duurzame en doorgaans verantwoorde besteding. Het kan in theorie ook verkocht worden. Maar in praktijk is het vooral het verdelen van de huidige welvaart.

 

Dat geldt ook voor de Groene vraag naar 'groene speelterreinen en parkgebieden'. Mooi en waardevol, en daarom best te verdedigen, maar geen bijdrage tot de toekomstige welvaart.

 

Soms gaat het bedrog nog verder. Zo wil Bart Somers (Open Vld) dat bedrijven en overhedeninvesteren in voetbal! Nogal grof; want ten gronde komt dat bijna steeds neer op geld geven aan particuliere investeerders die daar gewoon dikkere winsten mee kunnen realiseren. Wat de maatschappelijke opbrengst is, dat blijft duister.

 

Welzijn, in de brede zin van het woord, is een waardevol goed, en net daarom mogen we het debat over de nodige en wenselijke uitgaven daarvoor niet (laten) verknoeien met valse argumenten of misleidend woordgebruik.

 

Ook de media doen nochtans nijver mee aan deze misleiding. Zo spreekt de VRT over “Extra investeringen in kinderopvang, jeugdzorg, ouderenzorg en gehandicaptenzorg”(hier). In praktijk gaat dat echter bijna uitsluitend over consumptie: hogere werkingsbudgetten, loonsverhogingen of een lagere bijdrage in de kosten voor de gebruikers. Deze kritiek slaat dus enkel op woordgebruik en gebrekkig onderzoek naar opportuniteit van uitgaven, en niet op de wenselijkheid van deze uitgaven! Dat is dikwijls dik in orde.

 

Wat de verwachte sociale of economische opbrengst is van de investeringen die onze politici vragen, dat blijft dus meestal een raadsel. Ze doen zelden moeite om aan te geven welke (sociale of economische) opbrengst ze verwachten, of hoe hoog de meerwaarde is. Zelfs een ernstig vergelijkend onderzoek van de relatieve sociale meerwaarde lijken weinigen te smaken.

 

Het is evident dat een bepaalde openbare consumptie de toekomstige uitgaven kan verlagen. Mede daarom 'investeren' meer vooruitstrevende landen zoals Nederland, Duitsland en de noordelijke landen fors in preventie in de volksgezondheid. De kwaliteit van de gezondheidszorg is daar veel hoger dan hier. Geen enkele van onze partijen stelt echter voor om onze preventie op dat peil te brengen. Nochtans liggen de uitgaven voor preventie hier véél lager dan in die landen. Hier gingen de enorme extra uitgaven voor volksgezondheid echter quasi volledig naar curatief werk, hogere lonen en lagere kosten voor bepaalde patiënten. Maar preventie, nada. De meeste partijprogramma's kennen dat zelfs niet, of ze beperken zich tot wat mooie beloftes.

 

Die bedrieglijke voorstelling van lopende uitgaven als (al dan net 'sociale') investeringen veroorzaakt nog een ander probleem: ze worden in hoge mate omgezet in 'vaste uitgaven', uitgaven die men elk jaar opnieuw 'moet' doen. En daarachter schuilen dan dikwijls de verworven rechten die de lobby's hardnekkig verdedigen. Investeringen daarentegen, hoe noodzakelijk ook, die kunnen gemakkelijk geschrapt of uitgesteld worden. België blijkt op vele vlakken eerder (te) weinig te investeren, zo leren de vergelijkende internationale onderzoeken.

 

De vastgestelde misleiding over investeringen verzwaart de begrotingen aanzienlijk én het verzwakt onze economie en de kansen op arbeid.

 

De manier van besteden maakt een groot verschil uit voor de vraag of het een 'maatschappelijk verantwoorde investering' is, dan wel al dan niet verantwoorde consumptie. Extra geld voor kinderopvang biedt een grote meerwaarde als het dient voor extra plaatsen, maar niet als daarmee de eigen bijdrage van gegoede ouders verlaagd wordt, of als het personeel van één groep crèches plots veel meer loon zou krijgen voor hetzelfde werk als in andere crèches. Als personeel duidelijk onderbetaald wordt, dan moet dat bijgestuurd worden. Punt uit. Dat is dan een verantwoorde uitgave, maar geen investering.

 

Naar onze inschatting komen de meeste van al die beloofde en gevraagde 'investeringen' dus neer op bedrog, en verbergt het dikwijls een ziekelijke zucht naar het verdelen van de welvaart van vandaag, ten koste van onze welvaart van morgen. Het enige 'investeringsaspect' aan 99% van die voorstellen is misschien wel zuiver electoraal: de politicus investeert andermans geld in zijn eigen populariteit door op grote schaal snoep uit te delen. Een gewaarschuwde kiezer is er twee waard.

 

Dit artikel verscheen eerder al op De Bron (www.de-bron.org)

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer