Sport
7 december 2011 | door: Suzanne van den Eynden, Freelance journalist

Laat sporters na de wedstrijd met rust!

Na een nederlaag moeten topsporters of coaches zich voor de camera verantwoorden voor hun tegenvallende prestaties, iets wat de doorsnee werknemer nooit zou pikken. Waarom laten we ze niet met rust?

"Voordat zwemmers zich hebben kunnen afdrogen, heeft de camera hen al in een hoek geduwd."

Zwaar teleurgesteld verlaat hij het veld. Ajax is zojuist met 3-0 verslagen door rivaal FC Utrecht, en trainer Frank de Boer kan wel janken. Het gaat al niet best dit seizoen, en nu is het ook tegen mindere broeder Utrecht niet gelukt. De Boer wil maar één ding: met gierende banden weg uit Utrecht, terug naar huis, om een flinke borrel te drinken en deze ellendige dag zo snel mogelijk weer te vergeten.

Maar De Boer is een sportman in hart en nieren, en weet precies wat hem te doen staat. Hij zucht eens diep, recht zijn schouders en begeeft zich naar het hol van de leeuw waar de camera en de grote, zwarte microfoon met daarboven het gezicht van de verslaggever op hem wachten. ‘Zo, Frank, dat was een enorm slechte wedstrijd van Ajax. Gaat het nog goedkomen dit seizoen?’ Met zijn gezicht in de eeuwige diepe plooi geeft hij braaf en professioneel antwoord. Nee, Ajax had niet goed gespeeld en had deze nederlaag echt alleen aan zichzelf te danken. Nee, zorgen maakte hij zich niet, maandag wordt er gewoon weer met frisse moed getraind; en volgende week nieuwe ronde, nieuwe kansen. Vijf minuten later is de beproeving voorbij, en kan de trainer van Ajax alsnog de veilige aftocht blazen naar de kleedkamer.

 

Kletsnat
Als je wint in de sport, heb je vrienden; als je verliest, moet je wel met een heel goed verhaal komen. Vrienden, dat zijn in dit geval het Nederlandse publiek –  zelf met veel moeite in staat zich een keer per week van de bank af te hijsen om naar de sportschool te gaan -  dat een bij monde van verslaggevers van sportprogramma's een verklaring eist wanneer ze haar hooggespannen verwachtingen van haar favoriete sporters niet gerealiseerd ziet worden. ´We’ hadden goud verwacht, en moeten ons nu tevreden stellen met een plaats ver buiten het podium! Hoe kon dat gebeuren? Was de voorbereiding niet goed geweest? Staat de relatie met de coach ter discussie?

 

Niks eerst uitrazen met de teamgenoten, stiekem met iets gooien in de kleedkamer, of de tranen ongegeneerd laten vloeien op de schouder van mams.  Zwemmers mogen zich niet eens afdrogen voordat de camera hen in een hoek heeft geduwd: nog nahijgend van de race en kletsnat moet Femke Heemskerk afgelopen weekend tekst en uitleg geven over haar tegenvallende race.  De teleurstelling en kwaadheid op zichzelf waren van het gezicht van Epke Zonderland af te lezen toen hij een paar weken geleden voor volk en vaderland moest verklaren hoe het toch kwam dat zijn prestatie op de ringen niet goed genoeg was voor een rechtstreeks ticket voor de Olympische Spelen. Niet de eigen familie, maar de pers is de eerste die een schaatser te woord moet staan na net tien kilometer uit zijn of haar benen te hebben geperst.

 

Geen commentaar
Politici en topbestuurders mogen doorgaans zelf hun moment kiezen om te worden bevraagd: tijdens een georganiseerde en geregisseerde persconferentie, of een vooraf gepland en doorgesproken interview; waarin maar al te vaak op de vele verschillende buiten de persoon zelf liggende oorzaken wordt gewezen die tot een bepaalde onwenselijke uitkomst hebben geleid.

 

Wie toch in het wild belaagd wordt, op het Binnenhof of de voordeur van het bestuursgebouw bijvoorbeeld, kan zich rustig van een ‘geen commentaar’ bedienen. Van sporters lijkt echter te allen tijde sportief gedrag te worden verwacht. De schuld afschuiven, bijvoorbeeld op de scheidsrechter, het weer of het nare publiek van de thuisclub: een sporter komt er niet mee weg. Met de billen bloot en hand in eigen boezem.

‘De eindredactie heeft zitten slapen’
En dat terwijl we ons zelf na een blunder maar al te graag verschuilen; letterlijk, tussen de veilige muren van ons huis, of figuurlijk, achter uitvluchten en excuses. Na een veeg uit de pan van een leidinggevende voelen we ons ten diepste beledigd; iedereen kan toch wel eens een fout maken? Om daarna weer over te gaan tot de orde van de dag.

 

Ik had ooit een collega die bij iedere taalkundige fout in een door hem geschreven artikel steevast naar de eindredactie wees: ‘die prutsers’ die ‘hebben zitten slapen’ hadden die fout er uit moeten halen. Ook een klassieker: ‘Ik heb wel gewaarschuwd dat dit plan niet zou werken, maar ja, de rest wilde het per se doordrijven. En nu zitten we met de gebakken peren. Aan mij heeft het in ieder geval niet gelegen.’  En als we dan al een fout toegeven, benadrukken we maar wat graag dat niemand perfect is, iedereen fouten mag maken en het erg wel saai zou worden als er geen fouten meer werden gemaakt.

 

Topsporter en coach kunnen zich echter niet verschuilen, en het afschuiven van de schuld op op de coach of het weer past een sportman niet, vinden we. Komt die behoefte aan een uitleg van het falen van een sporter voort uit onvrede met ons eigen alledaagse bestaan? Is het jaloezie op degenen die wel boven het maaiveld uitsteken: ‘Als je dan zo goed bent, waarom doe je nu dan niet wat we van je verwachten?’ Is het projectie van ons eigen geluk op de prestaties van onze sportende landgenoten, net zoals sommige ouders dat doen met hun kinderen?

 

Jagen op een quootje
Want mijns inziens voegt zo’n eerste, bezwete en uitgeputte reactie van een sporter of coach helemaal niets toe aan wat we zojuist in het veld, op de baan of in het zwembad hebben zien gebeuren. Dat Epke baalt van zijn eigen prestatie, en er keihard tegenaan gaat om alsnog dat startbewijs te krijgen voor de Spelen, moge logisch zijn. Dat Frank de Boer zwaar de pe in heeft, kan iedereen met enig inlevingsvermogen ook wel bedenken.

 

Laat sportjournalistiek ons informeren en inspireren met verslagen, live uitzendingen, diepte-interviews over de drijfveren, pieken en dalen van sporters, en de handel en wandel van het beleid dat achter de zichtbare sportwereld schuil gaat. Maar laat ze ophouden met dat primaire, hijgerige ‘jagen op een quootje’ van een uitgeputte speler of coach. Laat die jongens en meiden na een verloren wedstrijd gewoon datgene doen waar we doorgaans na een minder goede prestatie allemaal behoefte aan hebben: hun eigen gezelschap kiezen om de teleurstelling te verwerken. Zeer kleine kans dat de camera van Studio Sport hoog op het lijstje favorieten staat.

Trefwoorden:
Sport

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Suzanne van den Eynden, Freelance journalist
Voor wie is kerst eigenlijk nog leuk? - 18 december 2011
Laat sporters na de wedstrijd met rust! - 7 december 2011
Behandel sollicitanten volgens de eisen die je aan hen stelt - 6 september 2011



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer