Politiek
10 juni 2014 | door: Peter Noordhoek, bestuurskundige

Onweer in peilersland

Het lijkt wel oorlog tussen de peilers. Maurice de Hond viel op Eerste Pinksterdag de peilingen van Ipsos aan met een scherpe analyse. Hij heeft een punt, maar ook hij komt tekort.

"De Hond valt Ipsos aan over het peilen van CDA en VVD. Beide blijven beneden peil."

Op een mooie Pinksterdag brak er een fel onweer uit in peilersland. Maurice de Hond analyseerde het verschil in uitkomsten tussen de peiling van Ipsos en zijn eigen Peil.nl in het licht van de laatste gemeenteraads- (GR2014) en Europese verkiezingen (EP2014). Hij liet weinig heel van zijn collega’s. Rond deze verkiezingen heb ik in eerdere blogs en opiniebijdragen gesteld dat beide er naast zitten ten aanzien van het CDA, maar bij Ipsos is het gat ten opzichte van de echte verkiezingen (en mijn eigen verwachtingen) veruit het grootste. Met alle waardering voor het statistische spitwerk van De Hond, het valt nog te bezien of hij hiermee het peil van de peilingen omhoog zal trekken. Dat zal er om draaien of het niveau van de discussie ook hoog blijft. Hierbij in ieder geval een eigen bijdrage.

 

Opmerkelijk

De Hond concentreert zich op het “opmerkelijke” verschil in de peilingen tussen CDA en VVD, stelde hij dat er sprake van een forse onderschatting van het CDA en een overschatting van de positie van de VVD. Hij laat zien dat ook zijn eigen peilingen een onderschatting van de positie van het CDA inhouden, maar zijn peilingen bevinden zich dusdanig dichter bij de statische foutmarge dan Ipsos, dat we de gebruikelijke voorzichtigheid over opkomstcijfers e.d. kunnen laten varen. Dit is inderdaad geen toeval meer. De grootste toegevoegde waarde – en waardoor ik echt even uit mijn stoel overeind kwam – was de analyse op basis van de geografische spreiding.  Hoe is de verdeling tussen de noordelijke provincies, de Randstad en de zuidelijke provincies van het land? Dat wordt veel te weinig gedaan en het laat goed zien dat ‘Randstadpeilingen’ structureel in het nadeel van een partij als het CDA uitvallen (6,4% versus ca. 10% voor buiten de Randstad). Combineer deze afwijking met de afwijking dat de gemiddelde CDA’er veel minder met internet(peilingen) heeft dan de gemiddelde Nederlander en vertaal dat dan weer naar een kennelijk niet ongebruikelijke sample-omvang van minder dan 1000 gepeilde Nederlanders en je hebt een absurde correctiefactor nodig om een stapeling van afwijkingen als deze nog te kunnen ondervangen.

 

Strandende discussie

Ipsos heeft er tot nu toe op gewezen dat hoewel er problemen zijn rond de voorspelling van het CDA, zij de uitkomsten van de laatste twee verkiezingen per saldo ruim binnen de onzekerheidsmarge heeft voorspeld. Inderdaad, ere wie ere toekomt. Het is dus niet helemaal fair om nu alles te gooien op dat ene wat niet goed gaat. En toch – ik zeg het met moeite want ik vertrouwde Ipsos lange tijd meer – heeft De Hond gelijk om zich nu hier op te richten. Hij doet het met (nieuwe) argumenten en raakt de juiste punten. Geen peiler is werkelijk bagger in Nederland en we worden er alleen maar beter van als we overduidelijke verschillen als deze uitdiscussiëren. Mijn zorg is echter dat de discussie gaat stranden op het moment dat er echt openheid over samples en correctiefactoren moet worden gegeven. Ik ga er maar vanuit dat dit te concurrentiegevoel is. Dat het niet echt helder wordt. Dan blijven we dus hangen in een benchmarkdiscussie rond verkiezingsuitslagen vol met technische voorbehouden. Is er nog een ander perspectief?  

 

Voorspelling, geen peiling

Mijn eigen beeld is dat aanname van De Hond dat CDA en VVD gelijk staan in de peilingen niet klopt en met mijn voorspellingen heb ik tot nu toe enig recht van spreken. Het CDA is volgens mij de VVD al rond de jaarwisseling van 2013-14 voorbijgestreefd en de voorsprong ligt nu op 2% en waarschijnlijk meer. Het CDA strijdt met de SP om de tweede plaats, achter D66. Een voorspelling richting de Provinciale Statenverkiezing is dat echter nog niet, want dan gaat er weer een hele eigen dynamiek gelden, bijvoorbeeld een Eerste Kamer-effect versus kiezersmoeheid. Die voorspelling kan pas rond de jaarwisseling worden gedaan en die zal – zo stel ik nu al – afwijken van de peilingen op dat moment.

 

Methodeloos

Dat schrijf ik methodeloos, in de zin dat ik niet anders doe dan de landelijke peilingen als een soort krabpaal te gebruiken voor mijn veronderstellingen over hoe het CDA en andere partijen aan het bewegen zijn. Partijkennis, inclusief veel lokale kennis, is dan bepalend voor mijn veronderstellingen. Een hobby, niets meer of minder. n = 1 = 0. Doe er vooral sceptisch over, maar wel met argumenten graag, want dat helpt mij om mijn veronderstellingen aan te scherpen.

 

Mix

Evenzogoed meen ik dat het geen toeval is dat ik zo tot betere voorspellingen kom dan de pure statisticus zal doen. Dan moet wel scherp zijn wat het echte probleem is en dat is volgens mij in de kern niet-statistisch. De kern schuilt in wat Ipsos zelf als verklaring geeft voor de slechte uitkomstvoorspelling: de kosten van een peiling. Echte exit-polls zijn normaal niet betaalbaar, internetpeilingen te weinig betrouwbaar. Noch de media noch de politieke partijen hebben veel geld in kas voor peilingen met grote aantallen. Ik ga er van uit dat steeds de ondergrens wordt gezocht. Dus wat is het alternatief?

 

Crowdpolling

Dit is het moment om te kijken naar wat Geen Stijl en De Hond zelf hebben gedaan rond de Europese verkiezingen met het door burgers laten doorgeven van peiluitslagen, een soort crowdpolling. Grote complimenten! Toch zie je ook bij deze metingen genoeg vertekeningen optreden om te menen dat het resultaat niet echt veel toevoegt aan een reguliere poll. Belangrijker is de vraag of het vol te houden valt om op dat intense niveau tot exit-polls te komen, laat staan tot een alternatief voor de reguliere peilingen.


Alternatief

Een echt alternatief vormen deze metingen niet, hoogstens een aanvulling.  Opnieuw: wat is het alternatief? Doorgaan op dezelfde lijn als je weet dat iets niet klopt is ook geen optie. Maurice de Hond voelt dat goed aan en maakt daar zijn belangrijkste punt van. Niet erg sympathiek of collegiaal, maar hij heeft een punt. Liever geen peiling dan een gemankeerde peiling, nietwaar Maurice?

 

Een ideale oplossing is er niet, maar mijn suggestie voor een betere oplossing zou zijn om tot een mix te komen van reguliere peilingen en een partijpanel. Dat panel bestaat uit mensen met zicht op partijen en hun bijzondere afwijkingen. Bij goede selectie moet het mogelijk zijn dat zo te doen dat alle indicaties voor een koers mee worden genomen. Dat hoeft volgens mij weinig geld te kosten, wel tijd, aandacht en een goede verantwoording.

 

De panelleden kunnen een tik van ten hoogste een zetel geven tegen een peiling – wel expliciet te benoemen uiteraard. Dat kan dan vervolgens het teken voor de peiler zijn om de methoden aan te passen of in ieder geval een inspanning te plegen om de steekproef aan te passen.

 

Nieuw Plattelands peil

We raken bij onze peilingen aan de grenzen van statistiek en geld. Het wordt tijd om te erkennen dat je in de combinatie met fingerspitzengefühl verder komt dan alleen door toetsaanslagen op een computer te tellen. Als ik nu de peilers peil komen ze in ieder geval onder Nieuw Plattelands Peil.

Trefwoorden:
MediaPolitiek

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer