Natuur en Milieu
14 augustus 2014 | door: Annemarie van Gelder

Vegetariërs lijden onder vleeseters

Ik eet geen vlees. Samen eten met vleeseters is een beproeving voor mij, met die dode dierenorganen op hun borden. Dat ik dat niet wil eten, wordt gedoogd, alsof ik raar doe. Maar is het wel zo raar?

"De meeste mensen willen bewust niet weten wat ze eten"

Ik eet geen vlees, want ik wil mijn medeschepselen niet opeten. Ik vind het zielig en als ik denk aan al die miljoenen dieren -die na een gevangenschap zonder voorafgaande misdaad op jonge leeftijd geslacht worden voor onze lekkere trek- huilt mijn hart van machteloze woede.

 

Er zijn veel argumenten om tegen de ‘vleesproductie’ te zijn, zoals de grootschalige lucht- en watervervuiling die het tot gevolg heeft, de roofbouw op grondstoffen en de risico’s op -ook voor mensen- besmettelijke ziekten, maar vóór alles is voor mij het lijden van dieren onacceptabel. En lijden doen ze, door mijn eigen medemensen. Daarvoor schaam ik mij diep.

 

Ik tracht op alle mogelijke manieren te leven naar mijn overtuiging en geen enkel dier te kwetsen. Het is voor mij echter een extra kwelling om met deze overtuiging te moeten leven in een samenleving waar niet alleen volstrekt geen rekening gehouden wordt met de gevoelens van (consumptie-)dieren, maar ook niet met die van de mensen die wél om ze geven.

 

Restanten van weerloze dieren

Samen eten met vleeseters is een beproeving; op hun borden liggen de restanten van weerloze dieren, waarin ze achteloos rondprikken. Dat ik dergelijke overblijfselen niet eet, wordt hoogstens gehonoreerd met een minachtend optrekken van een wenkbrauw, alsof ik degene ben die raar doet. Iedere keer als ik een vrachtwagen met koeien, kippen of varkens zie langs denderen, op weg naar een abattoir, ben ik de wanhoop weer nabij. Ik kan niets doen voor deze arme, arme dieren. Het breekt mijn hart. Er gaat geen dag voorbij of op televisie of radio en in kranten en tijdschriften wordt geadverteerd voor ‘vlees’. Iedere keer dat het woord vlees valt, hoor en lees ik ‘doodgemaakt dier’. Opnames van ‘malse biefstukken’ , krokant gebakken kipnuggets of sappige hamburgers zijn de tastbare bewijzen van verschrikkelijke moordpartijen en snijden mij telkens weer door mijn ziel.

 

Onmachtig moet ik toezien hoe in supermarkten ogenschijnlijke aardige mensen zonder nadenken pakken vol bebloede stukken dieren in hun boodschappenkarren gooien. Met tranen in mijn ogen zie ik hoe volwassenen hun kinderen vergiftigen met barbaars voorbeeldgedrag en dierlijke resten en melkproducten als ‘gezond’ of ‘nodig’ voor hen aanschaffen. Geen woord over het dierenleed, geen enkele vorm van compassie voor het feit dat jonge dieren bij hun moeders worden weggerukt, dat hun moedermelk wordt ingepikt en dat ze meedogenloos worden gedood. Geen woord over het verdriet dat wij deze moederdieren aandoen, de angst en de vreselijke pijn die deze dieren voelen als ze worden geslacht. Er wordt ‘oh’ en ‘ah’ geroepen als er lammetjes door de weiden huppelen, en ‘s avonds eet men lamsbout met knoflook.

 

"Het is de natuur"

De grote vleesetende massa wil niet beter weten en de niet-dode-dieren-eter moet het allemaal ook maar slikken – of wordt weggehoond. “Het is de natuur, dat wij vlees eten.“ Natuur? Laat me niet lachen. Een leeuw grijpt een dier, doodt het en eet het op, met huid en haar. Een leeuw is een vleeseter. Maar wij mensen moeten de gekste dingen doen met de dieren die wij –door anderen- laten doden om hun vlees überhaupt te kunnen opeten: heel veel kruiden en bakken, stoven en braden. Natuur? Raar dat zoiets nooit gezegd wordt als we met grote vliegtuigen op vakantie vertrekken, of met de auto naar een pretpark. Of ons te hoge cholesterolgehalte met medicijnen inperken. Dan is die ‘natuur’ van ons ver te zoeken.

 

Eerlijker zou het zijn als vleeseters toegeven dat ze gemakzuchtig zijn en liever niet willen nadenken, maar het is makkelijker om de vegetariërs een beetje te bespotten. Raar eigenlijk, dat we mensen die geloven in een of andere zelf verzonnen god met voorzichtige egards behandelen en zelfs bestraft worden als we ons schuldig maken aan godslastering. Ik heb niets verzonnen; ik maak van dieren geen mythische wezens en heb geen verlangen een altaar voor hen in te richten waar ik wierook kan branden en prevelementen mompelen.

 

Respect voor dieren

Ik vraag alleen mededogen voor hun lijden en pleit voor hun leven. Het is geen geloof, het zijn feiten. Dieren leven, kennen vreugde, angst, pijn en eenzaamheid, net als mensen. Ik vraag respect voor hen en hun waardigheid. Het geeft geen pas hen te doden en ook niet hun ingewanden op tv, in bladen en kranten tentoon te spreiden. Dat is kwetsend voor hun nagedachtenis en ook voor al die mensen die, net als ik, hun leven willen verdedigen.

 

Het voortdurend geconfronteerd worden met vleesreclames en aanbiedingen van kiloknallers en bereidingswijzen op de tv van stukken dier kwetsen mij diep. Vlees is geen eetwaar, het zijn restanten van op wrede wijze vermoorde medeschepselen.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer