Wetenschap
15 september 2014 | door: Leo de Galan, oud-hoogleraar analytische scheikunde TU Delft

Wie controleert onze schoolboeken?

Na lezing van een hoofdstuk uit een natuurkundeboek voor 3 VWO vraag ik mij af wie er in Nederland toeziet op de kwaliteit van het lesmateriaal dat de scholen gebruiken.

"Is dit Natuurkunde? Het leest mee als een brochure van Greepeace."

Afgelopen voorjaar vroeg mijn kleindochter om hulp bij hoofdstuk 6 van het leerboek Overal Natuurkunde voor 3 VWO van Paul Diederen, Ed van Steenbergen en Paul Verhagen, uitgegeven bij Noordhoff Uitgevers. Toen ik het hoofdstuk over Energie en Duurzaamheid had gelezen begreep ik haar verwarring. Was dit Natuurkunde? Het las meer als een brochure van Greenpeace, compleet met de tendentieuze woordkeuze, de overdrijvingen en regelrechte onjuistheden die we van die organisatie gewend zijn. Om te beginnen stonden er welgeteld twee formules in, maar dat waren niet de uitdrukkingen voor de bewegingsenergie (½mv2) en de zwaarte-energie (mgh) waar het toch allemaal om draait. De auteurs geven er ook geen blijk van die formules te kennen, want ze laten in een opgave het meisje Jantien in 4,4 seconden een trap oprennen om een zwaarte-energie van 8,1 kilojoule te krijgen. Die trap is dan wel 20 meter hoog en Jantien ontwikkelt daarvoor een vermogen van 1840 watt, waarmee ze twee paarden te sterk af is. Ze hadden haar beter Pippi kunnen noemen.

 

Elders staat dat de accu in een elektrische auto 1670 kg weegt, maar zonder de formule zal de leerling niet door hebben dat daarmee niet alleen het gewicht van de auto maar ook het benodigde vermogen verdubbelt. De uitdrukking voor de bewegingsenergie zou ook direct duidelijk maken waarom water een veel krachtiger energiebron is dan wind. Maar ze zeggen niet dat om een vermogen van 1000 MW te leveren de grootste waterkrachtcentrale in Europa wel gevoed moet worden met een rivier die over een breedte van 80 m en een diepte van 5 m met een snelheid van 1 m/seconde stroomt om ten slotte over een verval ter hoogte van een Eiffeltoren neer te storten. Zo’n redenering kan een leerling uit 3 VWO toch wel volgen?

 

Rekenen

Rekenen is toch al niet het sterkste punt. Eerst vraagt een zonne-energiecentrale van 500 MW 29 vierkante km aan zonnepanelen, maar elders,  in een vergelijking van verschillende typen centrales, leveren 23 vierkante km al een vermogen van 1000 MW. Bovendien vermeldt het onderschrift dat het hier om slechts 1 MW gaat; zouden leerlingen dat als een drukfout herkennen? Eenzelfde vermogen uit biomassa, waarvan eerst is gesteld dat het veel energie levert vraagt zelfs een bos van 30.000 vierkante km, zonder dat de auteurs lijken te beseffen dat dit heel Nederland omvat.

 

De auteurs meten de negatieve aspecten van fossiele brandstoffen en kernenergie breed uit, maar om nu te suggereren dat CO2 giftig is en dat stikstofoxyden dat zeker zijn? Ik ken geen chemici die dat zullen beamen. Werd lachgas (N2O) vroeger niet in de operatiekamer gebruikt? De auteurs lijken duurzaamheid gelijk te stellen aan vermindering van de CO2-uitstoot en wringen zich in bochten om die ook aan kernenergie toe te kunnen schrijven. Het veel sterkere argument van de eindige voorraad fossiele brandstoffen wordt alleen terloops genoemd, maar dan wel met een onderschatting van de tijdsduur.

 

Reactie van de auteurs

In hun reactie erkennen de auteurs wel de door mij opgemerkte onjuistheden, maar stellen dat formules pas in de bovenbouw van het VWO aan de orde komen en dat zij nu ‘het accent leggen op het taakaspect van energie. Dan volstaat een benadering zonder formules.’ Zelfs als je dat standpunt deelt dan rijzen toch additionele vragen. Er staat een cirkeldiagram van energiekosten van een gezin, verdeeld over verschillende taken, zoals verwarming, koken, verlichting enz. Maar rijdt dat gezin dan geen auto? En eten ze helemaal niet? Zelfs in een kwalitatieve beschouwing over energie en vermogen zou je de (kilo)calorie en de  paardekracht mogen verwachten.  Ook in 3-VWO zitten toch wel stereotiepe meisjes en jongens, die daar belangstelling voor hebben?

 

Mijn voornaamste bezwaar tegen het hele hoofdstuk is echter dat nergens wordt uitgelegd waarop die verschillende vormen van energie berusten. Wat moet een leerling die wil weten: wat is nu eigenlijk warmte, wat bedoelen ze met chemische energie en waar komt die kernenergie vandaan? Of is Einstein tegenwoordig ook al taboe? Nu ja, de toon van het hoofdstuk wordt al gezet in de eerste alinea waarin ‘energieleveranciers je graag elektriciteit of gas leveren’.  Kennelijk leveren Shell en andere oliemaatschappijen geen energie. Geen wonder dat het daarna niet meer goed komt.

 

Toezicht

Dit gelezen hebbend vraag ik mij af wie er eigenlijk toeziet op de inhoud van het lesmateriaal? Daarnaar twee maal gevraagd hult de uitgever zich in stilzwijgen. De Inspectie voor het Onderwijs, die ik de correspondentie heb toegestuurd, belooft het  door te sturen naar de ontwikkelaars van ‘kijkwijzers voor het onderzoek naar het vakaanbod’, een zin die ik ook na drie keer lezen nog minder begrijp dan het hele hoofdstuk uit het natuurkundeboek. Het zijn dus de docenten zelf die alert moeten zijn. De school van mijn kleindochter heeft dat begrepen. Die is overgegaan op een ander leerboek.

 

Dr Leo de Galan was hoogleraar analytische scheikunde aan de TU Delft en groepsleider bij het Unilever Research Laboratorium in Vlaardingen.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Leo de Galan, oud-hoogleraar analytische scheikunde TU Delft
Wie controleert onze schoolboeken? - 15 september 2014



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 28
Wees bereikbaar
> Meer