Rechtspraak
8 oktober 2014 | door: Gunther Malin

Burgemeesters begrijpen GAS-boetes nog altijd niet

De gemeenten zijn boos: het parket is van plan inbreuken als diefstal door hen te laten bestraffen met GAS-boetes. Té veel werk én schending van de scheiding der machten, klinkt het. Klare taal. Ware het niet dat die negen jaar te laat komt.

"Het is spijtig dat het kafkaëske drama van de GAS blijft evolueren naar een klucht."

Opvallend nieuws vorige week: indien de parketten het te druk hebben, kunnen ze strafrechtelijke inbreuken zoals diefstal laten bestraffen door gemeenten. Met, jawel, GAS-boetes. Dat is op zich niet nieuw: de ‘gemengde inbreuken’ bestaan wettelijk en in theorie al een hele tijd. Wat wél opvallend is: de gemeenten beseffen dat nu pas. De burgemeester van Oudenaarde — en voorzitter van adviesraad Burgemeesters Lokale Politie — Marnic De Meulemeester (Open Vld) luidt dan ook de alarmbel, zoals dat heet.

 

Er vallen echter (of uiteraard) kanttekeningen te maken bij die noodkreet. De meest opvallende? De burgemeester geeft toe én veroordeelt, lijkt het, dat de GAS de scheiding der machten schenden.

 

Schending der machten

Daarmee heeft De Meulemeester meteen een primeur te pakken. Een Open Vld-burgervader die lijkt toe te geven dat de scheiding der machten geschonden wordt door GAS-boetes én dat zoiets niet hoort. “Het kan niet dat zulke gerechtelijke taken overgedragen worden aan een bestuurlijke overheid”, klinkt het. “Zo worden wij vaststeller, onderzoeker en rechter tegelijkertijd.”

 

Wat krijgen we nu? Voorheen werd het argument van de scheiding der machten steevast van tafel geveegd, want de vaststeller “is niet degene die de boete bepaalt”. Een eenvoudige manier om een terechte bekommernis af te wimpelen, want critici hebben het over de drieledige rol van de gemeente, niet die van de ambtenaar. Immers, de lokale overheid: 1) schrijft het politiereglement, 2) doet de vaststelling en 3) legt de straf op. Dat die drie zaken door een verschillende personen gebeuren, maakt niet uit. Zij werken voor één en dezelfde instantie. Volgens de wet doen ze dat in alle onafhankelijkheid, maar dat zoiets in de praktijk flauwekul is, bleek eerder al.

 

Dat een stad of gemeente vaststelt, onderzoekt en bestraft, kan dus niet volgens De Meulemeester. Ook al doet hij zijn uitspraak in de context van ‘gemengde inbreuken’, als hij daar de rol van de gemeente niet correct vindt, kan hij die bij de gewone GAS-boetes zeker niet steunen. Want daar heeft de lokale overheid het héle parcours in handen: van het reglement schrijven tot rechter spelen.

 

Beter laat…

Verder is de timing van de noodkreet opvallend. Al sinds de hervormde GAS-wet van 2005 kunnen gemeenten de ‘gemengde inbreuken’ beboeten met een GAS. Ook diefstal en slagen en verwondingen: de vergrijpen waarover de burgervaders zich nu zorgen maken. In de hervorming die dit jaar van kracht ging, werd die mogelijkheid gewoon behouden.

 

Dat de lokale overheden pas na een brief van de procureurs-generaal — én media-aandacht én omzendbrieven van de regering — wakker schieten, is een perfect voorbeeld van de logheid van de GAS-wet. Het is een instrument dat steden en gemeenten moet toelaten snel en kort op de bal op te treden, maar dat zo ondoorgrondelijk blijkt dat zelfs beleidsvoerders negen jaar nodig hebben om te beseffen wat er eigenlijk in de wet staat. Pas maandag wordt er — opnieuw: négen jaar na de introductie van de ‘gemengde inbreuken’ — overlegd hoe de gemeenten het moeten aanpakken.

 

Cirkel is (weer) rond

En zo komen we bij de laatste verzuchting, namelijk die over de werklast. De Oudenaardse burgemeester vreest dat gemeenten en steden noch de middelen, noch het personeel hebben om zulke dossiers over te nemen van het parket. Korte geschiedenisles: de GAS-boetes zijn in 1999 ingevoerd omdat de parketten kreunden onder het werk. Vijftien jaar later klinkt dezelfde noodkreet, maar deze keer vanuit de gemeenten.

 

Zoals eerder al bleek met de uitbreiding van politiereglementen over een hele zone of een gans arrondissement, is de ‘kleinschaligheid’ van de GAS eerder een last dan een deugd. De cirkel is ook in dit verhaal rond. De conclusie is eenvoudig, maar dringt nog altijd niet door bij onze ministers en politici. Een systeem dat zichzelf wil verbeteren door te willen lijken op het systeem dat het moet vervangen, maakt zichzelf de facto overbodig.

 

Het is spijtig dat het kafkaëske drama van de GAS blijft evolueren naar een klucht, want kritische geesten waarschuwen hier al langer voor. Zij hadden daar geen negen jaar voor nodig.

Trefwoorden:
Rechtspraak

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer