Midden-Oosten
24 oktober 2014 | door: Willem Melching, historicus

Pieter Broertjes - Burgemeester in oorlogstijd

De vergelijking tussen joden en jihadi's door burgemeester Pieter Broertjes van Hilversum getuigt niet alleen van diepe onkunde over heden en verleden, maar ook van een peilloos gebrek aan goede smaak.

Pieter Broertjes verkondigt voor de nationale radio dat de vrijwilligers voor ISIS goed te vergelijken zijn met de Nederlandse joden die na de Tweede Wereldoorlog naar Israël vertrokken. Historische vergelijkingen zijn zelden gelukkig en kunnen beter vermeden worden, zeker wanneer je geen verstand hebt van geschiedenis. Maar deze vergelijking getuigt niet alleen van diepe onkunde over heden en verleden, maar ook van een peilloos gebrek aan goede smaak.

 

De vergelijking gaat op zo veel punten mank dat het moeilijk kiezen is waar te beginnen. Laten we toch een poging wagen en twee punten er even uit halen.

"De joden vertrokken beslist niet uit vrije wil naar Palestina, maar deden dat uit angst"

 

In de eerste plaats waren de Nederlandse joden ten minste vijf jaar blootgesteld aan discriminatie en vervolging. Vanaf de zomer van 1942 leefden zij met de gruwelijke werkelijkheid van razzia’s, deportaties en de zekerheid van een wisse dood in het Oosten. Toen zij na de oorlog naar Palestina (Israël trouwens bestond nog niet) gingen deden ze dat beslist niet uit vrije wil. Ze deden dat uit angst. Angst voor een herhaling van de geschiedenis. Een geschiedenis van vervolging en de lamlendige houding van de meeste Nederlanders. Van al deze randvoorwaarden is in het geval van de jihad-toeristen niet echt sprake. Deze vrijwilligers leven namelijk in een democratische rechtstaat waar ze kunnen staan en gaan waar ze willen. Ze krijgen – net als alle andere Nederlandse staatsburgers - van overheidswege ook nog vrijwel gratis onderwijs en medische zorg. Naar verluidt genieten de meeste zelfs een fijne uitkering. Misschien dat enkelen onder hen zich wel eens gediscrimineerd voelen, maar van het dragen van sterren en het gedwongen verhuizen naar onbekende bestemmingen in Oost-Europa is bij mijn weten echt geen sprake.

 

In de tweede plaats is de reisbestemming van beide groepen toch wel geheel verschillend. De joodse Nederlanders die zich in Nederland niet meer veilig voelden zagen zich gedwongen om een nieuw bestaan op te bouwen in een gebied dat hen door de Britten en de internationale gemeenschap was toegezegd als “thuisland”. Zij hadden - volkenrechtelijk - het volste recht om naar Palestina te vertrekken om daar een nieuw bestaan op te bouwen. De conflicten met het Arabische deel van de lokale bevolking waren wellicht vervelend, maar doen niets af van het recht op een thuisland. Bovendien gingen ze er niet primair heen om te vechten. Ze gingen er heen om er zich te vestigen en het land op te bouwen. De gewapende strijd was daarvan een uitvloeisel en beslist niet het hoofddoel. Pogroms van de kant van de Arabieren - ook vóór 1939 - noodzaakten de kolonisten tot zelfverdediging. Bovendien was hun doel de vestiging van een seculiere staat en de implementatie van de westerse democratie. Daarom stonden ook zo veel sociaaldemocraten sympathiek ten aanzien van het zionisme en later de staat Israël. Een staat die ook door de VN onmiddellijk werd erkend.

 

Bij de jihadi’s is het beeld toch wel enigszins anders. Zij hebben géén wortels in het land waar ze gaan vechten, dat geldt zeker voor de West-Europese bekeerlingen onder hen. Ze komen niet in een mandaatgebied van de VN, maar bemoeien zich met een burgeroorlog in bestaande staten en hun voornaamste doel is de vestiging van een religieuze dictatuur. Wat wel gebleven is de sympathie van sociaaldemocraten - zoals Broertjes. Die heeft zich inmiddels verlegd van de joden naar de jihadi’s. De goedpraterij van Broertjes laat geen enkele andere conclusie over.

 

Ik zou nog wel even door kunnen gaan, maar dat lijkt me niet nodig. Het is wel opmerkelijk dat een voormalig hoofdredacteur van een vooraanstaand dagblad een dergelijke vergelijking kan maken. Het verklaart in ieder geval de vooringenomenheid van de Volkskrant onder zijn leiderschap ten aanzien van het Midden-Oostenconflict. Slecht geïnformeerde journalistiek is nog daar aan toe, dat moet een hoofdredacteur immers zelf beslissen. Maar dat hij deze opmerking maakt in zijn functie als burgemeester is onvergeeflijk. We weten nu namelijk precies hoe hij tegenover zijn joodse ingezetenen staat: “Lastige mensen die het geweld niet uit de weg gaan”. Jammer voor Broertjes dat hij niet lijkt te beseffen dat juist burgemeesters ten aanzien van hun joodse burgers een bijzonder plicht hebben. Zo onbesproken was het gedrag van zijn voorgangers in de jaren 1940-1945 namelijk ook weer niet.

 

Broertjes probeerde zich er uit te redden door te verklaren dat hij zijn opmerking wat “plompverloren” had gemaakt. Dat maakt het natuurlijk alleen nog maar erger. Je hoeft echt geen psycholoog te zijn om te weten dat mensen die “plompverloren” iets zeggen – net als kinderen en dronkaards – de waarheid spreken. Deze opmerking van Broertjes komt uit het diepst van zijn hart. Dat maakt het allemaal zo harteloos.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer