Kunst en Cultuur
7 november 2014 | door: Paul Voestermans, emeritus UHD cultuurpsychologie

Weg met cultuur als verklarend concept

Politicologen en journalisten schermen met cultuur. Steeds maar weer dat: "het is de cultuur van... (en vul dan maar in). Dat is ronduit onproductief en mist de identificatie van de echte boosdoeners.

"Het uitspelen van de cultuurkaart is een plaag"

Het begint zo langzaamaan vervelend te worden: steeds maar weer komen journalisten maar ook andere commentatoren aanzetten met de bewering dat het de “cultuur van….” - en vul dan maar in: de armoede, de Islam, IS, de Turken, de Marokkanen, de hebzucht bij de banken etc. – is, die overal en altijd ellende  veroorzaakt.

 

Al in de jaren negentig van de vorige eeuw namen we op de sectie cultuurpsychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen het besluit tot ‘exit cultuur’, tot “culture, ALT–DELETE”: weg met cultuur als verklarend concept.

 

Hoe lang is het niet geleden dat we daarmee begonnen, met cultuur eindelijk eens psychologisch te benaderen? Ik haal het boekje erbij van Ruud Abma en Herman Kolk, Meer dan de som der delen? Negentig jaar psychologie in Nijmegen (Boekhandel Roelants, 2013). Daar staat dat al vroeg in de geschiedenis van de Nijmeegse psychologie, eigenlijk al vanaf de oprichting van een aparte leerstoel ‘Cultuurpsychologie’ in 1986, er gepleit is voor een psychologie die cultuur als gedragsregulerend systeem tot voorwerp van onderzoek maakt. Ik citeer:

 

Cultuur wordt doorgaans gezien als een domein op zich, als iets dat losstaat van het individu, ver verwijderd van diens wensen en behoeften. Maar cultuur komt juist tot uitdrukking in het concrete gedrag en de concrete ervaringen van mensen. Het begrip ‘cultuur’ kun je ook niet gebruiken om er een hele samenleving mee te omschrijven. Het gaat altijd om gedragspatronen die verbonden zijn met specifieke groepen. Mensen leren hun gedragspatronen af te stemmen op wat in de groep waarmee ze zich vereenzelvigen gebruikelijk is. Meestal zijn ze zich niet bewust van de precieze aard van de groep. (…) Het proces waarmee je je ‘invoegt’ in de groep is normatief, maar de normen zijn onuitgesproken, onbewust. Ze kunnen verband houden met klassenverschil,  het verschil tussen man en vrouw, jong en oud, autochtoon en allochtoon, en religieus en niet-religieus. De nadruk ligt op automatische en onbewuste gedragspatronen. “

 

Het is duidelijk: cultuur verklaart niks. Dat wat mensen ‘cultuur’ noemen is iets dat juist zelf verklaard moet worden. Neem de ebola-epidemie. Nogal wat besmetting komt van hardnekkige gebruiken bij begrafenissen. Daar moeten mensen toch echt vanaf. Je kunt zonder gevaar voor besmetting niet meer van smart bij de dode op de baar gaan liggen huilen; je mag geen lijken kussen, de doden niet meer aanraken, ze niet meer onbeschermd verzorgen, niet meer zomaar wassen etc. Allemaal dingen die mensen gewend zijn om te doen omdat het ‘hun cultuur’ is. En daar zijn ze met hart en ziel aan gebonden, aan ‘hun cultuur’. Dat is juist zo kenmerkend en dat vraagt om een speciale behandeling.

 

Ik zeg dus niet dat dat allemaal ongelimiteerd moet worden tegengegaan. Mensen hebben nu eenmaal recht op hun rituelen. Maar zeggen dat dit ‘cultuur’ is helpt niks. Bovendien, er zijn genoeg mensen die meer verantwoord reageren en wel degelijk met dit soort gebruiken breken omdat ze traditie al hebben weten te relativeren. Natuurlijk kun je mensen in de bedreigde regio’s van West-Afrika niet in 1-2-3 tot andere praktijken brengen. Maar hoe dan ook, je moet de ze ervan doordringen dat vasthouden aan zo’n patroon op dit ogenblik levensgevaarlijk is. Beroep op ‘het is onze cultuur’ en dan de kont tegen de krib blijven gooien en volharden in een gevaarlijke praktijk is een bedreiging voor de hele gemeenschap.

 

Om zoiets mensen in te kunnen peperen moet je eerst lokaliseren bij welke groepen dat gedrag nog sterk aanwezig is en onnadenkend wordt uitgevoerd. Dat is een heel belangrijke stap. ’De cultuur van….’ gaat eigenlijk altijd over concreet identificeerbare groeperingen. Daarom alleen al is het uitspelen van de cultuurkaart van generlei nut. Vervolgens – zo stel ik me voor – kun je landgenoten die dat gedragspatroon bij begrafenissen min of meer achter zich hebben gelaten, inzetten om hun regiogenoten van dat patroon bewust te maken en op de gevaren te wijzen. Dit om te voorkomen dat je van buitenaf probeert mensen op andere gedachten te brengen.

 

In ons boek Culture as Embodiment. The social tuning of behavior (Wiley/Blackwell, 2014) (CaE) en jaren geleden in de Nederlandse voorbereiding tot dit boek – Cultuur & Lichaam (2007) - hebben we dit beginsel van lokale gedragsorganisatie met de erbij behorende sentimenten en overtuigingen uitgebouwd tot een gereedschapskist waarmee je cultuurpatronen effectief te lijf kunt gaan. Waarom? Omdat het vaak om gedrag gaat dat groepsgenoten overduidelijk schade berokkent. Vrouwen bijvoorbeeld, of kinderen, of lager geplaatsten of mensen met een andere achtergrond of religie. Wie maken dat uit? Leden van de lokale bevolking die het slachtoffer zijn. Landseigen vrouwen zijn bijvoorbeeld de aangewezen figuren die de schade van vrouwenbesnijdenis aan de kaak kunnen stellen. Zij weten waar het om gaat. Zij hebben aan den lijve ervaren hoe pijnlijk en vernederend het is en zijn zich wel degelijk bewust van wat er allemaal speelt. Bijvoorbeeld, hoezeer het een mannelijke aangelegenheid is. Dat geldt ook voor eerwraak. Niet elke Marokkaan of Turk verdedigt eerwraak. Er zijn genoeg vrouwen – en mannen - die de oorsprong van dit gedrag in de patriarchale plattelandsamenlevingen en de mannelijke vooringenomenheid tot op het bot kunnen ontleden. Ze hebben zich zelf ervan bevrijd en hebben dus andere opties gekozen om te waken over de noodzakelijke eerbaarheid van vrouwen. Immers, je hoort niet zomaar aan vrouwen te komen. Dat is nergens toegestaan. Soms denken mannen daar anders over. Overduidelijk hebben we het dan over lokale ontsporingen of pathologie. Er bestaat geen ‘machismocultuur’ die vrouwen vogelvrij verklaart. Het zijn altijd concrete mannen of jongens die dat doen. Nergens is het zomaar toegestaan dat je je aan vrouwen vergrijpt. Niet in Marokko en hier ook niet. Doe je dat wel dan is dat niet ‘de cultuur’ maar lokale praktijken, bijvoorbeeld bij gangs, of opgeschoten jongens die aan groepsverkrachting doen of vrouwen anderszins belagen.

 

Zo is er ook geen ‘cultuur van de hebzucht’ bij bankiers. Ook hier gaat het over lokale praktijken van bestuurders. Die hebben bijvoorbeeld de controle verloren over geld verdienen en risico nemen. Ze weten kennelijk niets van de risico’s die door hun personeel worden genomen om zelf de buit binnen te halen. Ze verliezen dus uit het oog wat de taak is van de bank is: geld zodanig beheren dat het voor de reële economie werkt en niet op een geïsoleerde manier voor de financiële markten alleen. Hoe die praktijken precies in elkaar steken moet vanzelfsprekend goed worden uitgezocht. Dan helpt het niet om bij ‘de’ banken een ‘cultuur van…..” - en vul dan maar in - te veronderstellen. Zo’n ‘cultuurtje’ is altijd iets heel concreets, groepsgebonden, affectief en cognitief gereguleerd, tot automatisme verworden, en ondersteunt in de groep door reëel bestaande Jantjes en Pietjes (hier en daar een Marietje). Het gaat om praktijken die je, hoe moeilijk ook, - breek de bek van Joris Luyendijk niet open – moet zien te achterhalen en betrappen.

 

Ik kan de woorden ‘cultuur van….’ niet meer horen! Elke journalist die ze gebruikt moet terug naar school en leren hoe je cultuur psychologisch analyseert.

 

Nog even kort: je gaat uit van de lokale groep. Die identificeer je met naam en toenaam. Dat gaat niet zomaar: geen naming and shaming, maar met hoor en wederhoor uitgezochte concrete aanwijzingen om wie het gaat. Het gaat daarbij nooit om een zogenaamde aggregaatgroep, een groep kunstmatig gemaakt op basis van indicatoren zoals inkomen, opleiding, etnische achtergrond, geslacht etc. Het gaat altijd om een zogenaamde intrinsiek sociale groep waarvan de grenzen door duidelijke regels, conventies en arrangementen zijn bepaald. Eenmaal geïdentificeerd kijk je naar praktijken die zo vanzelfsprekend zijn dat je helaas wel gereedschap nodig hebt om te analyseren hoe ze verlopen. Dat gereedschap staat in CaE. Je let dan bij voorkeur op hoe de gevoelens worden opgewekt en in stand gehouden: primair gevoelens van hiërarchie, afhankelijkheid, maar ook van identificatie en betrokkenheid, van loyaliteit, kortom. Maar het gaat om iets waar je echt voor moet gaan zitten. Het komt je niet aanwaaien.

 

Aan het werk, onderzoeksjournalisten en politiek analisten!

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer