Politiek
29 december 2014 | door: Peter Noordhoek, bestuurskundige

De strijd om het vertrouwen. Prognose provinciale statenverkiezing 2015

Om een antwoord te kunnen geven op de vraag wat er in na maart 2015 met het kabinet zal gebeuren, zal men toch moeten beginnen bij de provincie. Hier volgt de prognose.

"Ik voorspel omgerekend 30 Tweede Kamerzetels voor het CDA"

Na de jaarwisseling beginnen we overnieuw, zo luidt een oude campagnewet. Na boom, ballen en een te dikke buik breekt een heel ander leven aan, zo is de gedachte en de illusie. Vervolgens gaan we door de molen van de nieuwjaarsrecepties en is het zo weer tijd voor de krokusvakantie, al dan niet met wintersport. Sommigen zullen het kabinet met genoegen en zonder aarzeling naar huis sturen. Bij enkelen zal dan de herinnering aan de kerstcrisis met al het gedoe rond de vrije artsenkeuze nog een rol spelen, maar de meesten zullen al niet meer weten waar het over ging. Velen moeten alleen maar zuchten bij het idee dat er weer verkiezingen komen. Het zal wel. Met andere woorden; al degenen die nu al bezig zijn met de uitslag van de verkiezingen van maart 2015, en zeker degenen die denken dat ze kunnen voorspellen wat de uitslag zal zijn, moeten zich na laten kijken.

 

Goed, ik heb mezelf nagekeken.

 

Het helpt niet. Na vorig jaar correct de raads- en Europese verkiezingen voor het CDA te hebben voorspeld, is het dom maar onvermijdelijk om nu een derde poging te doen, richting de provinciale staten- en waterschapsverkiezingen van maart 2015, met de samenstelling van de Eerste Kamer als bonusuitkomst (de eigenlijke verkiezingen daarvoor zijn pas in juni). Ik vertel mijzelf het bovenstaande als reminder dat niet iedereen dezelfde fascinatie heeft met verkiezingen.

 

Ik begin direct met het geven van een prognose: het worden 30 zetels voor het CDA. Het is mijn prognose uitgedrukt in Tweede Kamerzetels, redelijk plat en in belangrijke mate gebaseerd op een combinatie van de huidige peilingen. Vervolgens ga ik twijfelen, ernstig twijfelen. Bij die twijfel hoort het besef dat de dynamiek per provincie en waterschap behoorlijk zal verschillen. Bij die twijfel hoort zeker dat er peiltechnisch heel veel aan de hand is rond deze verkiezingen. Om de analyse binnen de perken te houden concentreer ik mij op de uitslag voor het CDA en de provincie Zuid-Holland.

 

Prognose

Deze keer lijkt het op grond van de peilingen niet zo moeilijk te voorspellen wat het CDA gaat presteren. Kijk naar de trendlijn van de Peilwijzer, een maandelijks uitkomende gemiddelde van een aantal peilingen. Zie hoe sterk en gelijkmatig de lijn van het CDA in de periode van de Tweede Kamerverkiezing in 2012 naar december 2014 omhoogloopt van 13 toen naar 21 zetels nu en bedenk daarbij dat geen van de andere grote partijen zo’n gelijkmatige groei laat zien.

 

Trek de lijn van het CDA met een liniaal door en dan kom je in maart uit op 23-24 zetels. Als de regel weer opgeld doet dat een lage opkomst goed is voor een partij als het CDA, dan levert een effect van zo’n 10% een uitslag op van zo'n 26 zetels.
 

Dan tel ik er nog twee effecten bij op. De eerste heeft met het effect te maken van een structureel onderschatten door de peilers van de CDA-stem. Ik hou het mild; dat scheelt 1 zetel, met afronding kom ik dan op 27 uit.
 

Dan de laatste, lastigste factor. In de laatste week van een verkiezing scherpen tegenstellingen zich aan en komt er als het ware een krul op de trend. Bij de vorige statenverkiezing was dat een krul naar beneden, bij deze wordt het een krul naar boven. Dan kom ik op een bandbreedte 2-4 zetels uit en ga dus in totaal op 30 zitten.

 

Smeltende ijsschotsen

Dan volgen nu een aantal plussen en minnen die mijn gevoel bij de komende verkiezingen meer bepalen dan wat hierboven is opgeschreven. Daarbij gelijk deze kwalificatie: ook ik moet mij ergens op baseren en in dit geval is het redelijk onzinnig om uit te gaan van een gemiddelde van een aantal peilingen als zoals nu die peilingen zo ver uiteen lopen. Tussen de peiling van Peil.nl en die van de Politieke Barometer van het CDA zit soms meer dan 9 zetels verschil! De peilingen van nu zijn als ijsschotsen in een rivier in de tropen, ze smelten waar je bij staat. Je loopt er overheen met plonsgarantie. Overigens ben ik geneigd om de schuld daarvan niet in de schoot van de peilers te schuiven. Ik geef de ‘schuld’ aan mijn lieve eigenwijze partijgenoten. Zolang als ik ze ken, via vele, vele trainingen en bijeenkomsten, weet ik dat het grootste deel van die leden meedoen aan peilingen zonde van de tijd vindt en behoorlijk normatief aankijkt tegen alles wat zich over het internet beweegt.

 

Plussen en minnen

Naast het al genoemde voorbehoud bij opkomst, peilingen en ‘krul-effect’, komt het verder bij mij vooral aan op een half-zinnig en onverantwoorde mix van plussen en minnen. Toch zit juist in die plussen en minnen de lol, want hier maakt de gok plaats voor een ‘stretchen’ van mijn inzichten en ervaring. Wat hoor ik als ik mijn oor tegen de grond hou, signalen uit de media haal, extrapoleer uit het verleden? Wat zal daarbij als vanouds zijn, wat anders? Al die mensen die nu heet zijn van de kerstcrisis, zijn die het in maart nog steeds? Vier jaar geleden leek alles te gaan om de kans van de PVV om regeringsmacht overeind te houden. Nu is Wilders de 'leider' van een partij die in termen van macht niets meer kan. Wie wil daarvoor op een gure maartdag naar de stembus gaan? En zo kunnen we verder – en leuker – gaan plussen en minnen. Ik begin bij een plus; de eigen provincie, Zuid-Holland.

 

Zuid-Holland - een +

Provinciale Statenverkiezingen gaan over de provincie. Echt waar. Net zoals waterschapsverkiezingen over waterschappen gaan. Ook waar. Hier neem ik Zuid-Holland als voorbeeld, al was het maar omdat bij de laatste verkiezingen Zuid-Holland een heel aardige weerspiegeling blijkt van het totale electoraat.
 

Zuid-Holland is veel meer dan een grootstedelijke regio. Het heeft groene polders, het Groene Hart, de Duin- en Bollenstreek. Per saldo zorgen de circa 14 regio’s en ongeveer 30 grotere steden voor een XXL puzzel. Als oud-campagneleider heb ik alle 14 regio’s en (middel)grote steden leren kennen. Dat heeft mij de nodige jaren gekost. De mix is buitengewoon complex en veelvormig. Er zijn een paar regio’s die zich in gebondenheid laten vergelijken met ‘echte’ provincies: Westland, Duin- en bollenstreek, Goeree en de Waarden zijn campagnetechnisch net zo omvangrijk en sterk als gebieden in bijvoorbeeld Overijssel en Zeeland. Tegelijk zijn grote delen van Zuid-Holland vervinext en moet je in de grote steden weer per wijk en soms straat kijken hoe de electorale samenstelling is. Mix deze kennis met het besef dat politieke partijen relatief weinig actieve leden hebben en dat de campagnebudgetten het formaat hebben van een druppel op een gloeiende plaat en dan is het beeld compleet. Heerlijk. En toch ben ik er van overtuigd dat het met een goede campagne mogelijk is om 1, 2 zetels verschil te maken. Het CDA hoort samen met de SP en PvdA tot de partijen die normaal gesproken weten hoe ze maximaal rendement uit een campagne kunnen halen. Bij PvdA en SP heb ik daar dit keer echt vragen bij. Daartegenover staat de opkomst van D66 als campagnepartij en zullen CU, GL en SGP met veel vertrouwen hun campagnes voeren. Voor het CDA staan de seinen op groen. Het been wordt bijgetrokken op social mediagebied, de stedelijke gebieden zien er steeds groener uit en de ‘vibe’ is goed. Meer ga ik er niet over zeggen om de huidige campagneleider niet voor de voeten te lopen, maar bij Zuid-Holland zet ik echt een plus – en daarmee ook voor de andere provincies, met of zonder opvallende lijsttrekkers als Ger Koopmans, Sander de Rouwe en Eddy van Heijum.

 

Wie is de meester van het nieuws? - + / -

Over wie wordt gesproken? Welke partij beheerst het nieuws? Wie heeft nog het vermogen om in beeld te komen te midden van 15 verschillende partijen en bij een publiek dat de blik afwendt van de politiek? (Bron: Mediamonitor, Media Info Groep) Wie dat als maatstaf neemt voor electoraal succes krijgt een frons in het voorhoofd als naar het CDA wordt gekeken. Nemen we de monitor van december en kijken we hoe het met de ‘Share of Voice – print’ of de ‘Share of Voice – online’ gaat (dus: aanwezigheidsaandeel in gedrukte media en internet / social media) dan zien we dat het CDA een wel heel erg klein aandeel van de aandacht krijgt. Voor gedrukte media ontvangt de partij slechts 4,7% van de aandacht versus 24% voor de PvdA! Alleen al CU en SGP scoren meer dan het dubbele met elk rond de 11%. Gaat het om het internet is de verhouding iets minder scheef en ontlopen D66 en CDA elkaar nauwelijks met 12%. Toch, als het klopt dat de gemiddelde CDA-kiezer minder internetvaardig is, dan is dat slecht nieuws. Of niet?

 

Het is niet waar dat ‘elke publiciteit goede publiciteit’ is. Dat hangt er van af of je op de weg omhoog of de weg omlaag zit. VVD en vooral PvdA zijn hard op weg omlaag en dan is elke vorm van publiciteit onwelkom. Wie er hier niet als een winnaar uitziet, krijgt er ongenadig van langs. Het is niet moeilijk te voorspellen wat de gevolgen van dit destructieve gedrag zal zijn: geen partij die nog de oppositie voor de regering wil verruilen. Om de PvdA en VVD heen zie je dan ook vooral de partijen in de media terecht komen die tegen de macht aan schurken, maar er toch ook afstand van willen houden, de ‘C3’. 

 

De beste, maar minste pers is er ondertussen voor de partijen die hun afstand houden: CDA en GL. Vooral de aandacht voor het CDA is dan wel erg laag. Al snel wordt dan ook gezegd: “Ik hoor nooit iets van ze”. Nu is het ook wel pech dat juist op de dag dat je met drie zeer inhoudelijke boodschappen komt, de kerstcrisis in de senaat uitbreekt. Dan moet de partij maar hopen dat via via duidelijk wordt dat je anders bezig bent dan de rest. Maar dat zal nog niet zo eenvoudig zijn. Alles wegend, en uitkomend op een plus / min, meen ik dat de stilte rond het CDA de stilte van een broedende kip is. Van het CDA zelf en van de vele kiezers die naar een alternatief, een tweede keus zoeken. Steeds meer mensen zien dat in het CDA, maar het is nog te vroeg voor een luide doorbraak. Kijkend voorbij maart naar een volgende Tweede Kamerverkiezing, is dat anders.

 

Er weegt meer mee. Ik loop snel wat strijdpunten af en dan ga ik naar een soort van finale toe.

 

De strijd om de doelgroepen – plus, plus

Elke moderne campagne draait om doelgroepen en dat geldt al helemaal voor deze verkiezingen. De gemiddelde Nederlander heeft geen boodschap aan de provincie of het waterschap, maar de gemiddelde ondernemer in de harde sector heeft er wel een visie op en dat geldt al helemaal voor de agrariër of de milieuactivist. Dat zijn de kiezersgroepen waar het nu om draait voor de plus of de min – en dan heeft het CDA, met D66, een duidelijke kans om de stem bij een partij als de VVD weg te halen.

 

De blik in de portemonnee – min

Je wilt als regering liever geen verkiezing ingaan met een slecht loonstrookje aan het einde van de januarimaand. Dat lijkt het kabinet dit keer te lukken. Omdat de meeste grote hervormingen achter de rug zijn, betekent het dat de ministers weinig slecht nieuws hoeven te brengen en – in het geval van de VVD- wel een belastingverlaging in het vooruitzicht kunnen stellen, wat ze ongetwijfeld ook zullen doen. Blijven de kleine puntjes van de ouderenzorg, de vrije artsenkeuze en de dreigende chaos in het sociaal domein. Hoe zegt men dat ook alweer in het Engels? ‘The negative stands out’. Toch, het totale beeld is positief voor het kabinet en haar gedoogpartners. 

Het CDA zal geen profijt hebben van het feit dat ze daadwerkelijk constructieve oppositie heeft gevoerd en vaker met de regering heeft meegestemd dan een partij als D66.

 

De twijfel over de opkomst – plus

Lang is gedacht dat slecht weer de opkomst negatief beïnvloedt, wat weer gunstig is voor een partij als het CDA. Onderzoek in een land als Zweden lijkt dat niet te bevestigen. Voorlopig hou ik er echter aan vast dat slecht weer in de hoofden van mensen die opkomst wel omhoog jaagt. Mensen die een proteststem willen uitbrengen hebben slecht weer in het hoofd. Mijn gevoel is dat door de kerstcrisis meer mensen met een mening de kerst uitkomen dan anders het geval zou zijn. Dat is gevaarlijker voor de opkomst dan het simpele feit dat een Eerste Kamer belangrijk kan zijn voor het voortbestaan van het kabinet. Het is op dit punt dat zal blijken of de PVV nog een vuist kan maken. Opnieuw verwacht ik dat – op een provincie als Friesland na – de lokale partijen er niet in zullen slagen de opstap naar de provincie te maken. Dat zou de PVV veel ruimte moeten kunnen geven. Maar wat stelt de PVV in het vooruitzicht? Ze hebben minder te bieden dan 4 jaar gelden en toen viel het al tegen. Toch, gelet op de heftige antistemming, zou de opkomst relatief hoger kunnen zijn dan bij bijvoorbeeld de Europese verkiezingen. Aan de andere kant is er ook meer reden voor de potentiële kiezers van andere partijen om te komen, waaronder het gegeven dat er voor de eerste keer een combinatie met de waterschapsverkiezingen zal zijn. Dat laatste geeft een marginaal effect, maar elke provinciale verkiezing bestaat uit een stapeling van marginale effecten.

 

Tot slot, misschien wel de sleutelfactor.

 

De strijd om het vertrouwen – plus, plus

In november heeft president Obama en zijn partij een enorme nederlaag geleden bij de mid-term elections en dit ondanks dat de economie sterk aan het verbeteren was, de werkgelegenheid beter werd en het nieuwe zorgsysteem best redelijk ging functioneren. De kiezers hadden het helemaal gehad met Obama.
 

Datzelfde is nu voelbaar rond dit kabinet. De vraag is niet of dit kabinet daar wat van gaat merken, de vraag is hoe. We weten allemaal – ho, ho, mijnheer de analist. Echt? – veel mensen zien deze verkiezingen in het licht van de Eerste Kamerverkiezingen. Maar wat betekent het als de uitslag slecht is voor het kabinet? Gaat dan het CDA of Groenlinks helpen om het gat dichten? Het zal interessant worden om te zien wie er voor de debatten in de weken voor de verkiezingen zullen worden uitgenodigd. Die debatten zullen gaan draaien om een vraag als deze. Is het antwoord niet helemaal helder, dan wordt het kluitjesvoetbal waarin spelers elkaar voor de kuiten trappen en het publiek de blik zal afwenden. Is het wel helder, dan valt het speelveld uiteen en komt er wellicht zicht op de individuele klasse van de spelers en worden de schoppers in het veld minder interessant. Wie zal de kiezer dan steunen?

 

We zullen het zien. Hier heb ik een voorspelling gemaakt op basis van 4 x een onzekere factor: zachte peilingen, een onbekende correctiefactor, een ongebruikelijke opkomstweging en een vooraf niet in te schatten ‘krulfactor’ vanuit de hete fase. Kort voor de aller heetste fase zal ik nog en keer naar mijn voorspelling kijken, maar voor nu hou ik het op mijn voorspelling van omgerekend 30 Tweede Kamerzetels.

Trefwoorden:
Politiek

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer