Godsdienst
3 januari 2015 | door: Taede Smedes, Filosoof, theoloog en freelance journalist

De vraag naar Gods bestaan is onbeslisbaar en uiteindelijk ook niet zo relevant

Dat er in Engeland en Amerika filosofen zijn die proberen Gods bestaan met argumenten te verdedigen, mag zo zijn. Maar so what? Waarom zouden we dit belangrijk moeten vinden?

"Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten slaan in hun opinieartikel de plank mis."

Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten presenteren in hun opiniebijdrage “God is springlevend in de moderne filosofie” (in De Volkskrant van 30 december 2014) het feit dat er in de hedendaagse Angelsaksische filosofie moderne argumenten voor Gods bestaan ontwikkeld worden als nieuwswaardig. Het zou, zo meldde Jeroen op Twitter, in Nederland te weinig bekend zijn.

 

Toch kan ik na lezing van het artikel niet anders verzuchten dan: so what? Dat er in Engeland en Amerika filosofen zijn die proberen Gods bestaan met argumenten te verdedigen, mag zo zijn. En dat dit interessante argumenten zijn, klopt ook. Maar so what? Waarom zouden we dit belangrijk moeten vinden?

 

Patstelling

Eén punt waar De Ridder en Rutten moeiteloos overheen fietsen, is dat er tegen elke theïstisch argument wel een atheïstisch te vinden is, en dat de vraag welk argument je overtuigender vindt, niet objectief beslecht kan worden, maar afhangt van iemands perspectief.

 

Punt is dat God geen empirisch waarneembare entiteit is. En dus zal ieder argument de vorm van een inference to the best explanation aannemen, een inductief argument dus, en veel verder dan dit kom je niet.

 

Het echte feit is dan ook niet dat je over het bestaan van God rationeel kunt debatteren – dat accepteert ook een atheïstische filosoof als Herman Philipse – maar dat de vraag of God bestaat uiteindelijk onbeslisbaar is, omdat de argumenten tegen Gods bestaan net zo talrijk, origineel en weinig doorslaggevend zijn als de argumenten vóór.

 

De Ridder en Rutten verwijzen naar de kosmologie, zoals de finetuning van de kosmos of de oerknaltheorie, als wetenschappelijk argument vóór het bestaan van God. Maar atheïsten (én theïsten) noemen vervolgens het bestaan van kwaad en lijden in de wereld als een sterk argument tégen het bestaan van God. Eén-één, zou ik zeggen.

 

Redeneerfout

Bovendien maken De Ridder en Rutten een cruciale redeneerfout. Ze concluderen aan het einde van het artikel, op basis van hun betoog over argumenten voor het bestaan van God: “Er is niets irrationeel aan geloof in God”. Dit is echter een non sequitur, want de vraag naar de rationaliteit van geloof in God is een andere dan die naar het bestaan van God.

 

Geloof in God houdt heel wat meer in dan louter het accepteren van de conclusie dat God bestaat. De filosoof Wittgenstein noemt in een van zijn boeken het voorbeeld van geloof in een Laatste Oordeel. Geloven of ontkennen dat er een Laatste Oordeel zal zijn is iets totaal anders dan geloof in een Laatste Oordeel. Het eerste is louter een kennisclaim, dus cognitief, het tweede is vooral existentieel van aard: het heeft grote gevolgen voor de manier waarop iemand haar of zijn leven inricht.

 

Een voorbeeld. Stel je gelooft dat God bestaat is en je gelooft in het idee dat je door God wordt geroepen om dit of dat te doen. Je kunt argumenten geven voor je geloof dat God bestaat, en op grond daarvan kan je overtuiging dat God bestaat rationeel genoemd worden. Maar dat je geloof dat God bestaat rationeel is, impliceert vervolgens niet dat je geloof in Gods roeping net zo rationeel is.

 

De slachters van IS geloven ook dat God bestaat, maar dat maakt hun daden, waarvan ze geloven dat die de wil van God zijn, nog niet tot rationele daden. Net zo min als de menslievende daden van iemand als Florence Nightingale rationeel worden vanwege haar geloof dat God bestaat.

 

Dus, dat er filosofen zijn die nieuwe argumenten geven voor het bestaan van God, mag zo zijn, maar so what? Wat betekent dat voor de rationaliteit van geloof in God? Het is die laatste vraag die hoog op de maatschappelijke agenda staat, en het is ook die vraag die de auteurs helaas niet beantwoorden. Daarmee ontgaat mij dus de relevantie van hun betoog voor zo’n prominente plek op de opiniepagina.

 

Theïsme een stervend paard

Sterker nog, de kritiek die zij van bijvoorbeeld Maarten Boudry kregen, hebben ze zelf uitgelokt – hoe nietszeggend dat stuk ook was, want Boudry, die zichzelf graag filosoof noemt, komt vrijwel niet met argumenten, maar verwijst vooral naar eigen publicaties waarin hij Plantinga’s boek met de grond gelijk zou hebben gemaakt.

 

Het probleem zit hem er uiteraard in dat De Ridder en Rutten concluderen dat het feit dat filosofen argumenten geven voor het bestaan van God automatisch impliceert dat geloof in God rationeel is. Hun artikel heeft dus niet slechts de informatieve lading die De Ridder claimt dat het heeft, namelijk het volk informeren over een bepaalde stand van zaken in de Angelsaksische filosofie. Nee, de conclusie verraadt dat hun intentie wel degelijk apologetisch is, ze willen godsgeloof verdedigen, niets minder.

 

Hebben ze gelijk dat God in de filosofie weer helemaal terug is? Ja, dat hebben ze, maar niet op de wijze waarop zij suggereren. Ik ben bezig dit verder uit te werken en hoop hier over een poosje op terug te komen. Laat ik het hier kort houden.

 

God leeft volop in de filosofie, weliswaar niet in de Nederlandse filosofie waarin het mode is om vooral af te geven op godsgeloof, er niet over te argumenteren maar het vooral te ridiculiseren – ironisch genoeg is de Vlaming Boudry daarvan het meest pregnante voorbeeld – maar internationaal draait de godsdienstfilosofie volledig mee met andere takken van filosofie als taalfilosofie, wetenschapsfilosofie en philosophy of mind. Maar in tegenstelling tot wat De Ridder en Rutten betogen is het “filosofische theïsme” waarvan Plantinga en Swinburne wellicht de belangrijkste kopstukken zijn, een stervend paard.

 

Er zijn inderdaad filosofen die werken aan argumenten voor het bestaan van God. Serieus genomen worden die filosofen door vakgenoten en zelfs door andere gelovige filosofen niet erg, behalve blijkbaar aan de VU.

Trefwoorden:
GodsdienstDebat

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Taede Smedes, Filosoof, theoloog en freelance journalist
De vraag naar Gods bestaan is onbeslisbaar en uiteindelijk ook niet zo relevant - 3 januari 2015



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer