Wetenschap
5 januari 2015 | door: David Rustemeijer, Student / Ondernemer

Studerende ondernemer krijgt geen kans

Ondernemen en studeren tegelijk? In Nederland is dat een vrijwel onmogelijke onderneming. Waarom gelden er privileges voor studerende topsporters, maar niet voor studerende ondernemers?

"Waarom gelden er privileges voor studerende topsporters, maar niet voor studerende ondernemers?"

Topsport en studeren in Nederland. Een combinatie die, afgaande op het aangepaste programma dat door veel universiteiten en hogescholen wordt aangeboden, erg goed samen kan gaan. Op vrijwel elke Nederlandse universiteit bestaat de mogelijkheid voor bijvoorbeeld persoonlijke begeleiding, extra geld, meer herkansingen, ontheffing van aanwezigheidsplichten en het niet hoeven te voldoen aan de eisen van het Bindend Studieadvies. Een dergelijk aangepast programma lijkt voor de student goed te werken: op deze manier kunnen de topsporters op hetzelfde niveau hun sport blijven uitoefenen terwijl zij tegelijkertijd, zij het met enige vertraging, hun studie kunnen afronden.

 

Dit lijkt in de praktijk inderdaad het geval te zijn. Een rondje langs de velden geeft genoeg voorbeelden van sportende studenten op hoog niveau die tevreden zijn over de manier waarop hun onderwijsinstelling omgaat met hun bijzondere situatie. Op elke website van een universiteit of een hogeschool is er wel een aparte pagina weggelegd voor topsporters die de flexibiliteit van de onderwijsinstelling de lucht in prijzen.

 

Ondernemen en studeren

Met de combinatie topsport en studeren lijkt het in Nederland dus wel goed te zitten. Een andere combinatie lijkt echter minder goed te werken in Nederland: ondernemen en studeren. Eind september van dit jaar pleitte Bernard Wientjes, hoogleraar Ondernemerschap en Leiderschap aan de Universiteit Utrecht, al voor een speciaal beleid voor studenten die tevens ondernemer zijn.

 

Dit streven komt voort uit het lage percentage studenten in Nederland dat naast een studie ook een eigen bedrijf heeft (zes procent in 2012) ten opzichte van andere landen (voor gegevens van andere landen zie www.guessurvey.org). Dit voorgestelde speciale beleid zal vanuit de universiteiten zelf moeten komen vindt Wientjes. Tot op heden is er immers nauwelijks tot geen regeling voor studenten met een eigen bedrijf, hetgeen ook niet bepaald bevorderlijk werkt voor studenten die aspiraties hebben om een eigen bedrijf te beginnen, al dan niet na hun studie. Dit blijkt ook uit een onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam: wilde in 2012 nog tien procent een eigen bedrijf starten, nu is dat nog maar zes procent.

 

Belgische versus Nederlandse universiteiten

Onze zuiderburen lijken het sinds kort beter geregeld te hebben. Binnen bepaalde Belgische universiteiten en hogescholen hebben ondernemers daar dezelfde status gekregen als topsporters. Dit komt tot uiting in het uitstel van tentamens, gelegitimeerde afwezigheid bij colleges en de beschikbaarheid van ruimtes binnen de universiteitsmuren om je klanten te ontvangen. Helemaal aantrekkelijk voor de ondernemende student is het volgen van colleges over ondernemen waarbij hun eigen onderneming als case gebruikt mag worden. Zo behaal je dus studiepunten door aan je eigen onderneming te bouwen.

 

De reden voor Belgische universiteiten om dergelijke regelingen te treffen is hun visie dat studenten de ondernemers van de toekomst zijn en je daarom niet vroeg genoeg kan beginnen met het starten van je eigen bedrijf.

 

Nederlandse universiteiten lijken daar nog niet een mening over te hebben gevormd dan wel overtuigd van te zijn. Wel worden er een aantal voorzichtige veranderingen bewerkstelligd door verscheidene onderwijsinstellingen die colleges beginnen te geven over ondernemerschap. Maar volgens Falco Carelsz (Interstedelijk Studenten Overleg) is dit niet voldoende; studenten moeten er ook daadwerkelijk van op de hoogte zijn en afspraken met universiteiten kunnen maken.

 

Kapitaalvernietiging

Vooral dit laatste lijkt een probleem omdat universiteiten niet snel bereid zijn de regels voor studenten met een eigen bedrijf aan te passen. Veel scholen blijven hun studenten onder druk zetten om zo snel mogelijk af te studeren. Het gevolg is kapitaalvernietiging; studenten stappen uit hun studie om hun tijd volledig te richten op hun bedrijf.

 

De vraag is dan ook of de overheid c.q. het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hier een verandering in teweeg wil brengen. Echter, zij stellen zich met betrekking tot deze ontwikkeling vooralsnog afzijdig op; het ministerie stimuleert ondernemerschap onder studenten wel, maar is niet van plan initiatief te nemen om hier een nationale regeling voor te treffen. Dit initiatief laten zij aan de onderwijsinstellingen.

 

Hier ligt wellicht de crux van het probleem; is het niet aan de overheid om juist wel het initiatief te nemen in het treffen van een dergelijke nationale, primaire regeling in samenwerking met de onderwijsinstellingen en vertegenwoordigende organen van ondernemende studenten op het moment dat onderwijsinstellingen hier zelf geen oplossing in lijken te vinden? Dit zou de internationale positie met betrekking tot ondernemende studenten verbeteren, geeft een bredere motivatie voor studenten om na hun studie zelf een bedrijfje op te richten en voorkomt kapitaalvernietiging.

 

Voorlopig lijkt het voor studenten die een eigen bedrijfje runnen er echter op dat zij het moeten doen met de voorzichtige initiatieven die door enkele onderwijsinstellingen geboden wordt. De vraag is of deze initiatieven aan omvang en inhoud zullen winnen, zodat dergelijke studenten dezelfde privileges kunnen genieten als de op hoog niveau sportende student.
 
David Rustemeijer is student politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en werkzaam bij KnappeKoppen Amsterdam

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: David Rustemeijer, Student / Ondernemer
Studerende ondernemer krijgt geen kans - 5 januari 2015



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer