Kunst en Cultuur
20 januari 2015 | door: Sara Leemans, Freelance journaliste

Meer subsidies naar de kunst- en cultuursector graag

Door de bezuinigingen op cultuur streven we af op een maatschappij waarbij verbeelding plaats moet ruimen voor inhoudsloze entertainment, zonder zin voor reflectie en met een steeds groter wordende kloof tussen sociale klassen.

"Subsidiëren: wie z'n best doet zal het leren"

In Mei 2014 toonde een groot deel van de Belgen aan te kiezen voor een zogenoemde centrum-rechtse regering. Het resultaat hiervan werd ook wel de Zweedse coalitie genoemd, verwijzend naar de kleuren van de Zweedse vlag. Niet enkel op federaal niveau werden de verschillende portefeuilles verdeeld onder christendemocraten, liberalen en nationalisten, maar ook op Vlaams niveau. De verkiezingen binnen de deelstaten konden namelijk op gelijklopende resultaten rekenen. Laat het nu net die Vlaamse regering zijn die het beleidsdomein cultuur voor zijn rekening mag nemen. 

 

Na de aanstelling van Brusselaar Sven Gatz als de nieuwe Vlaamse minister van Cultuur werd er nieuw leven geblazen in het cultuurdebat, niet in het minste als gevolg van het immens beperken van de middelen voor zijn beleidsdomein. In totaal lopen besparingen binnen de kunst- en cultuursector op tot om en bij de 71,5 miljoen Euro. De slachtoffers van dit besparingsdiscours zijn naast de grote spelers eveneens de kleine vissen. Maar het gaat verder dan dat, drastisch snoeien in het budget voor de kunst- en cultuursector dreigt ook de gebruiker te raken.

 

Ten eerste moet gesteld worden dat besparingen an sich geen ideologisch gegeven zijn, echter wél waarop er net wordt bespaard. Dat er binnen deze legislatuur moet worden bespaard staat vast, er is immers een gapend begrotingstekort, maar waar er net gesnoeid wordt, is wél een ideologische keuze, en die keuze is donkerblauw.

 

Wanneer de publieke opinie via de media licht kreeg van deze maatregelen regende het opiniestukken en zendtijd in duidingsprogramma's omtrent dit onderwerp. Al gauw ontstond er een waaier aan kritiek, maar ook toejuiching van de getroffen maatregels. Mogelijke opvang voor het financiële verlies voor de instellingen binnen de sector werden geformuleerd (zowel uit publieke als politieke hoek) waaronder een voorstel tot lastenverschuiving richting de private sector, alsook richting de consument.

 

De vermindering van subsidie voor deze sector zal ervoor zorgen dat de gebruiker de gevolgen zal dragen, terwijl we als maatschappij al zo lang streven naar een gelijkere toegang tot het participeren aan cultuur voor verschillende sociale klassen daar jaren van sociologisch onderzoek de stelling onderbouwen dat kunst en cultuur kan bijdragen tot vermindering van de sociale ongelijkheid. Zo zorgt het op jonge leeftijd in aanraking komen met muziek en literatuur voor betere slaagkansen in het onderwijs en een vlottere doorstroming, ook bij jongeren uit lagere sociale klassen. Tig voorbeelden dwingen zich hier op.

 

Indien de last valt op de “autonome, zelf beslissende” gebruiker van kunst en cultuur, vergeet men hier telkens dat indien ticketprijzen, abonnementen stijgen en voordelen wegvallen, er ook een heel segment wegvalt. Vele gebruikers van cultuur in al zijn vormen zijn jonge mensen, studenten, jonge gezinnen en scholen, een hogere ticketprijs wordt voor deze belangrijke groep onbetaalbaar. Zo kan een ticket voor een kleine, onafhankelijke theatervoorstelling zonder subsidie, volgens de rekensom van dhr. Arfeuille (Diensthoofd van theater Malpertuis) in de 7de dag afgelopen november, al gauw oplopen tot zeventig euro. 

 

Het gevolg hiervan is hier niet enkel dat deze groep gebruikers grotendeels of volledig wegvalt, maar ook dat dit gegeven naar de toekomst toe er voor kan zorgen dat de hele “markt” voor kunst en cultuur hierdoor dreigt in elkaar te storten. Jong geleerd is nog steeds oud gedaan.

 

Tweede voorstel dat vaak naar voren wordt gebracht is het deels vervangen van de weggevallen subsidies door investeringen, voornamelijk vanuit de privé sector. Dit lijkt me een iets beter idee, hoewel dit zeer goed moet worden gecoördineerd. Een mogelijk valkuil hier is echter dat private partners en ondernemingen de sector in handen zullen krijgen, of toch voor een groot deel ervan. Bijgevolg dreigt een heel aandeel van de sector in verval te raken.

 

Indien de Sector na verloop van tijd ten prooi valt aan de keuzes uit de bedrijvenwereld is wat er van over zal blijven een raadsel. Gezien dergelijke investeringen allicht niet zullen gaan naar voorgenoemde kleine vissen.

 

Resultaat: een maatschappij waarbij verbeelding plaats moet ruimen voor inhoudsloze entertainment, zonder zin voor reflectie en met een steeds groter wordende kloof tussen sociale klassen.   

Trefwoorden:
Kunst en Cultuur

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Sara Leemans, Freelance journaliste
Meer subsidies naar de kunst- en cultuursector graag - 20 januari 2015
Dossier centrale lanen: Den Brusseleir verliest - 8 december 2014



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer