Onderwijs
4 maart 2015 | door: Fleur de Jong, Student Pedagogiek

Omgaan met radicalisering? PRAAT.

Om meer te weten te komen over radicalisering moet er samengewerkt en gepraat worden. Dan pas kunnen we verder.

"We moeten er achter zien te komen waarom deze jongeren meegaan in radicale gedachtes."

In het nieuws zien we niet anders dan jongeren die onrust zaaien. Onrust zaaien met hun geloof. Het geloven zelf heb ik niks tegen. Maar dit gaat verder dan een geloof aanhangen. Anderen meenemen in de haat tegen de westerse cultuur. Vertrekken naar landen zoals Syrië om te vechten met Islamitische Staat. Hoe is het zo ver gekomen? Hoe zijn deze jongeren geradicaliseerd? Dit is waar ik benieuwd naar ben. Iedereen heeft wel een mening over hoe we er mee om moeten gaan. Maar wat gaat ons wél verder helpen in de strijd tegen radicalisering?

Wat wordt er verstaan onder radicalisering? Wat houdt de term eigenlijk in?

 

Er zijn veel definities voor radicalisering. De definitie die veel gebruikt wordt is die van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. De AIVD definieert radicalisering als volgt: "Het (actief) nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving, die een gevaar kunnen opleveren voor (het voortbestaan van) de democratische rechtsorde (doel), eventueel met het hanteren van ondemocratische methodes (middel), die afbreuk kunnen doen aan het functioneren van de democratische rechtsorde (effect)."
 

Zoals u ziet is de definitie goed geformuleerd, maar erg lang. Ik, als student Pedagogiek, heb de zin een paar keer moeten lezen tot ik hem goed begreep. Makkelijker geformuleerd zou je radicalisering kunnen definiëren als: "significant afwijken van het bestaande of extreem zijn" (Trees Pels en Doret de Ruyter, 2011).

 

Na het lezen van het artikel "Pedagogiek als wapen tegen radicalisering" van het Centrum voor School en Veiligheid kwam ik erachter dat er verschillende fasen van radicalisering zijn. Die vier fasen zijn (Zanonni et al, 2008):

  1. Een groep die wordt getroffen door negatieve ontwikkeling die als voedingsbodem kan werken voor radicalisering;
  2. Een groep die zoekende is en in meer of mindere mate vatbaar is voor radicale ideeën;
  3. Een groep die geraakt wordt door radicaal gedachtegoed, al min of meer geradicaliseerd, en die dat gedachtegoed verspreidt;
  4. Een groep die bereid is via ondemocratische middelen geweld te gebruiken om haar idealen te verwezenlijken.

 

Ik, als toekomstig pedagoge, ben dan ook benieuwd wanneer ik dit lees, waar het precies misgaat bij de jongere. Laten we de verschillende omgevingen van de islamitische jongeren bekijken.

 

Opvoeding en leefomgeving

De kans dat het in de opvoeding misgaat bij moslimjongeren is groot. Zeker bij jongeren van eerste generatie ouders. Dit omdat in de traditionele opvoeding het er anders aan toe gaat als in de Nederlandse opvoeding. Moslimouders hebben het dan ook erg moeilijk met de manier waarop ze hun kinderen zouden moeten opvoeden. Dit omdat er andere idealen, normen en waarden centraal staan. Wat er, naar mijn idee, tot kan leiden dat moslimjongeren niet goed weten hoe ze met hun geloof om moeten gaan in de Nederlandse cultuur. Tevens is er in moslimgezinnen sprake van minder open communicatie. In Nederland hebben kinderen juist veel te zeggen. Uit onderzoek is dan ook gebleken dat moslimjongeren hun eigen opvattingen en waarden niet tot discussie durven te stellen (Trees Pels en Doret de Ruyter, 2011). Hierdoor sluiten zij zich nog meer af. Waardoor ouders de controle verliezen. Terwijl ik vind dat juist ook ouders verantwoordelijk zijn voor het oppikken van signalen van hun kinderen. Opvoeding speelt dus een belangrijke rol bij radicalisering. Wat voor precieze rol dat is, is nog niet bekend. Er is namelijk nog maar weinig met zekerheid te zeggen. Ik vind dan ook dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar gezinsrelaties en radicalisering.

 

Naast de opvoeding kan ook de leefomgeving van de jongere een rol spelen. Vaak wonen moslimgezinnen in slechte wijken. In die wijken is veel kans op armoede en is er veel onveiligheid. Ook zijn er voor de jongeren vaak weinig mogelijkheden tot recreatie. In de grote steden lijdt dit tot verveling en gaan ze rondhangen. Dit is daarom ook een belangrijke risicofactor. Uit onderzoek van De Jong (2007) blijkt ook dat voornamelijk Marokkaanse jongeren een sterkte identificatie hebben met hun afkomst. Deze afkomst heeft binnen de Nederlandse samenleving een negatieve ondertoon. Dit maakt de Marokkaanse jongeren onzeker, waardoor deze groep dan ook het meest gevoelig is voor radicalisering en extremisme.

 

School

De school is naast thuis een belangrijke plek van socialisatie. De eerste twee fasen van radicalisering komen over het algemeen het vaakst voor op scholen. Jongeren zijn tijdens hun tijd op school opzoek naar hun eigen identiteit. Dit kan nog wel eens moeilijkheden met zich meebrengen. Naast het aanleren van cognitieve vaardigheden moet er meer aandacht zijn voor morele en sociale vaardigheden. Maar door gebrek aan kennis van het sociale leven van leerlingen is dit voor leerkrachten vaak moeilijk (Leeman en Pels, 2006). Moslimjongeren geven vaak aan dat een enkele leerkracht hen wel ziet staan. Jongeren die vatbaar zijn voor radicalisering hebben een sterke behoefte aan bevestiging en binding. Dit is dan ook een belangrijk gegeven (Buijs et al., 2006).
 

Dus het onderwijs moet minder sturend zijn en meer interactief en participatief. Dit is naar mijn idee namelijk effectiever voor de jongeren.

 

Maar hoe moet je er als leerkracht mee omgaan als een leerling dreigt te radicaliseren?
Hiervoor is een stappenplan ontwikkelt door het Centrum voor School en Veiligheid. Hierin staat dat leerkrachten vaak last hebben van 'handelingsverlegenheid'. Als leerkracht moet je daarom ook de tijd nemen voor contact. Wees op de hoogte van de thuissituatie van de leerling. Wanneer na het gesprek met de leerling de zorg van radicalisering blijft, praat met de ouders. En als laatste is er mogelijkheid tot het opnemen van contact met het ZAT (zorg en adviesteam).

 

Ook de overheid vindt dat scholen radicaliserende jongeren moeten 'ontdekken'. Dit blijkt uit de brief van staatsecretaris Sander Dekker (2015). "Na de dreiging in Parijs is het belangrijk om binnen het onderwijs de dreigende radicalisering van jongeren aan te pakken", schreef hij in januari jl. Uit de brief blijkt ook dat scholen meer steun moeten krijgen wanneer hier omgevraagd wordt. Hier ben ik het volledig mee eens. Zoiets oplossen kunnen we alleen maar samen.  

 

Moskee

Veel moslims gaan naar de moskee. Ook jongeren. Ik ga er vanuit dat er in de moskee naast gebeden ook gepraat wordt. Praten over de religie en de maatschappij. De moskee heeft in zekere zin een pedagogische functie. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat er te weinig gepraat wordt over hoe de islam gepraktiseerd kan worden binnen de Nederlandse cultuur (Trees Pels en Doret de Ruyter, 2011). Hierdoor hebben jongeren weinig kennis. Ik ben van mening dat wanneer een individu gevoelig is voor radicaal gedachtegoed hier ook vanuit de moskee wat meegedaan moet worden. Radicalisering ontstaat namelijk wanneer er sprake is van vraag en aanbod, dus wanneer het radicaal gedachtegoed aansluit bij de jongere (omgaan met idealen, 2014). Als het niet aanspreekt gebeurt er niks. Maar de terroristen die het radicaal gedachtegoed verspreiden spelen hier op in. Dus wanneer de jongeren zich meer op hun gemak (gaan) voelen met hun religie in Nederland zullen ze ook minder gevoelig worden voor radicale gedachtes.

 

Samenwerking

Meer samenwerking tussen de instanties zal meer informatie opleveren over het omgaan en voorkomen van radicalisering onder jongeren. Maar naast meer informatie zal er door samen te werken eindelijk die overbrugging tot stand komen. Overbrugging van kennis over hoe jongeren hun geloof kunnen praktiseren op een juiste manier binnen de Nederlandse samenleving.

 

Met de bekende uitspraak van burgermeester Aboutaleb: "Rot toch op" is docent maatschappijleer, Halil Karaaslan het niet eens. Karaaslan zegt: "Het is te makkelijk om te zeggen dat mensen die zich niet in onze samenleving thuis voelen, moeten oprotten" (Stentor, 2015). Met zijn uitspraak 'Rot niet op, maar praat' ben ik het dan ook volledig mee eens. We moeten een manier vinden om over dit soort grote onderwerpen openlijk te kunnen spreken. Communicatie is naar mijn idee een sterk middel. Als er niet gepraat wordt, komen we niet verder. Praten met islamitische jongeren, praten met organisaties. Er moet meer informatie komen. En die informatie kan er alleen maar komen als er communiceerd wordt.

 

We moeten er achter zien te komen waarom deze jongeren meegaan in radicale gedachtes. Wat drijft ze om mee te gaan doen? En hoe komt het dat veel Marokkaanse jongeren zich niet Nederlander voelen?

 

Ik ben dan ook van mening naast dat er meer gecommuniceerd moet worden tussen instanties en bevolking ook meer onderzoek gedaan moet worden. Zodat we in de toekomst preventief kunnen handelen.

 

Blijf met elkaar in gesprek en sluit niemand buiten.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Fleur de Jong, Student Pedagogiek
Omgaan met radicalisering? PRAAT. - 4 maart 2015



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer