Zorg en Welzijn
12 maart 2015 | door: Andrea Walraven-Thissen, Psychotraumatoloog, Crisis Interventionist

Verdriet kun je niet afschaffen...

Laatst treurden we allemaal mee met een rouwende zwaan. Oplossingen werden aangedragen. Dat zie ik ook toenemend in de mensenwereld. Mogen we nog wel rouwen? Kunnen wij de ander nog wel laten rouwen?

"Echte, directe emoties zijn rauw en heftig. We willen ze in een format proppen. Dat is handig."

De stervende zwaan in een van mijn favoriete attractieparken liet een rouwende partner achter. De zwaan die achterbleef ging in beelden de wereld over. Hij zocht zijn partner overal. Liep op reflecties in vuilnisbakken af, in de hoop haar terug te vinden. Meteen werden er online honderden oplossingen aangedragen; hoe kon deze zwaan geholpen worden? 

 

Het is een typische reactie die ik, vooral in Nederland, steeds extremer zie worden. Ik werk in verschillende landen en sta ondernemingen, maar ook particulieren bij, na uiterst schokkende gebeurtenissen. Meestal na ingewikkelde suicides of familiedrama´s. Regelmatig ook na geweldsmisdrijven of ongevallen, met dodelijke afloop.

 

Vluchten

De zwaan mocht niet verdrietig zijn. Dat hij een volstrekt natuurlijke reactie vertoonde werd even weggepoetst; wij konden het niet aanzien en wilden allemaal iets voor het dier doen. Dat is tekenend; ik zie het in de "mensenwereld" ook. Vaak vraag ik me af of het ons ook wel echt om het belang van de zwaan (of de ander) gaat. Echte, directe emoties zijn rauw en heftig. We willen ze in een format proppen en doorverwijzen naar een diagnose en een therapie. Dat is dan voor ons heel handig; wij hoeven ze niet meer te zien en te ageren.  

 

Vrijwel iedereen heeft tegenwoordig een plek gevonden in een parallelle, virtuele maatschappij. Op social media worden emoties in woorden en beelden gevat. De zintuiglijke ervaringen en fysieke reacties en het gewone, menselijke contact, ontbreken. Je virtuele wereld is veilig, controleerbaar, te wijzigen met een muisklik. Maar soms haalt het echte leven je in.

 

Uniek leven & uniek sterven

Nederlanders zijn heel goed in het wetenschappelijk onderzoeken van vanalles en nog wat. In de afgelopen eeuw zijn er talloze modellen en stramienen geschapen, die het rouwproces willen vangen. Soms gebruik ik ze ook, maar dan om uit te leggen hoe ingewikkeld het is. Een professor zei mij eens "een overlijden is net als een leven; ieder leven is uniek en ieder sterven is uniek". Dat maakt voor mij automatisch ook ieder rouwproces uniek; je hebt te maken met een uniek overlijden (in de casuistiek die ik zie altijd onverwacht en heftig), maar ook met een unieke, levende persoon, die op zijn of haar eigen wijze reageert. Zoals de oplossingen voor de zwaan, zie ik in Nederland vaak enorme invullingen (door anderen) van een rouwproces. Zo heeft een middelbare school vaak al binnen een paar dagen een "zorgteam" samengesteld, na een suicide van een ouder. En is de afpraak met de psycholoog al gepland, als iemand uiterst heftige beelden heeft moeten aanschouwen.

 

Niet ziek

De zwaan en de mens zijn niet ziek, als ze rouwen. De DSM 5 (het psychiatrische diagnosehandboek) zegt dat dat al snel wel zo is, maar daar kan ik het vaak niet mee eens zijn; wie wel eens een dierbare heeft moeten verliezen (wij allemaal...?) weet hoe heftig dat is. Je lichaam, je psyche, je emoties, cognitie, je (sociale) gedrag......alles wordt beïinvloed. Je kunt allerlei stempels op de fasering van dit proces plakken. Als ik met kinderen werk, merk ik steeds weer hoe onnodig is; soms gaat het even goed en dan weer even superslecht en de shift tussen die twee verloopt onaangekondigd en vaak ook heel heftig. Dat je normale leven "on hold" staat, wil niet zeggen dat je ziek bent. Dat maakt de maatschappij ervan; je krijgt een aantal vrije dagen om je geliefde naar het crematorium of naar de begraafplaats te brengen. Als je vervolgens nog niet in staat bent te functioneren op werk of school, zit er niets anders op dan je "ziek" te melden. Een bedrijfsarts moet een diagnose stellen, want anders kan de werkgever je niet doorbetalen. Als je erover nadenkt, is het belachelijk.

 

Lastig

Er zijn soms wel degelijk situaties, waarin iemand uiteindelijk wel ziek wordt, na een heftig verlies. Je hoort vaak over de Posttraumatische Stressstoornis. Maar als er een groot, persoonlijk verlies aan een schokkende gebeurtenis is verbonden, zien we niet zozeer stressstoornissen, maar vaker stoornissen op stemmingsgebied(bv een depressie). Gelukkig gebeurt dat meestal niet en doorlopen de meeste mensen een rouwproces zodanig, dat ze het leven weer zelfstandig kunnen oppakken.

 

Daarbij blijkt het heel belangrijk dat er al in een vroeg stadium eigenregie teruggevonden wordt. Eigenlijk kun je zeggen dat een situatie toenemend "ongezond" is, naarmate de gevoelens van machteloosheid en hopeloosheid groter zijn. Je kunt je voorstellen dat dit bij een plotseling overlijden aanvankelijk zo is; bij een suicide zijn de nabestaande mogelijkheden tot afscheid en begeleiding voor en tijdens het overlijden afgenomen/onthouden. Vervolgens komen politie en recherche en wordt ook nog eens de hele vindplaats(vaak een heel huis) als "plaats delict" bestempeld.

 

Datzelfde gebeurt na een (verkeers)ongeval of het plotseling overlijden van een kind. In Duitsland werken wij al in dit stadium intensief met de recherche samen om toch al mogelijkheden voor eigenregie te vinden (bijvoorbeeld een fysiek afscheid nemen van de overledene, voordat het lichaam voor sectie wordt meegenomen). Helaas is de professionalisering van mijn vak in Nederland nog helemaal niet op gang gekomen.

 

Contraproductief

Als je het bovenstaande begrijpt, dan snap je dat er in Nederland soms contraproductief te werk wordt gegaan; het zo vlug mogelijk doorverwijzen naar "zorg" is verkeerd. Er is heel veel goede ondersteuning door getrainde mensen, maar er is ook veel betutteling. Laatst hoorde ik iemand in een Nederlands actualiteitenprogramma reageren op een familiedrama. De vraag was "hoe sta je een moeder bij, die zojuist haar beide kinderen verloor?". Het antwoord van de "expert" was: "we zijn er vooral om ervoor te zorgen dat ze niet gaat flippen".......wat zou jij doen, als je zou horen dat je kinderen er niet meer waren? Ik zie de allerheftigste emoties, maar die moeten en mogen er zijn!!! Dat wij daar als maatschappij niet tegen kunnen, is een ander verhaal. In Duitsland hebben we gezien dat er, sinds wij als geüniformeerde dienst werken, veel minder kalmeringsmiddelen worden verstrekt. Als ik aankom, staan de overige hulpverleners vaak met smart te wachten, omdat ze zich geen raad weten met de totale paniek van nabestaanden. Vroeger hadden ze allang "een spuitje" gegeven. Dat doen ze nu, gelukkig, niet meer. Achteraf hoor ik eigenlijk altijd van de nabestaande hoe fijn het was om zelf de kracht te vinden en te landen uit die paniek. Daarbij ondersteunen we, maar we nemen zo weinig mogelijk af of over. Je kunt een moeder, na een wiegendood, in slaap spuiten. Maar je kunt haar ook, in overleg met de recherche, betrekken in wat er volgt. Uitleggen wat je doet en waarom het moet. De begrafenisondernemer hoeft niet met een kille brancard op pad. Meestal mag die in de auto blijven. En mag het kindje, na de schouw, in het eigen autostoeltje meegenomen worden. Dit is niet alleen belangrijk voor de ouders, maar ontlast ook de aanwezige hulpverleners.

 

Keuze

Ik weet nog heel goed hoe ik mij voelde, nadat mijn eerste kindje in mijn buik overleden was. Ik zat in een put en voelde de kille, koude, haast betonachtige bodem onder mij. Achteraf denk ik dat ik juist die bodem heb kunnen gebruiken om mij te kunnen afzetten (Ik ben inmiddels achttien jaar verder en moeder van drie tieners). Ik ontdekte handvatten in mijn put, die de weg naar boven aangaven. Maar voordat ik die trapladder kon betreden, heb ik echt tijd alleen nodig gehad. Ik werd letterlijk misselijk van goedbedoelde opmerkingen; "Je bent nog jong. Het gebeurt haast iedereen. Je kind had een handicap; wees blij dat je dat bespaard is gebleven......etcetera, etcera". Ik heb iets ervaren, dat ik steeds bij anderen terug zie; na een groot verlies moet je zelf de beslissing nemen om door te leven. Je kunt niet leven "voor je partner" of "voor je gezin". Dat is net zo onmogelijk als stoppen met roken, omdat je partner dat wil; het beklijft niet. We moeten de zwaan en de ander de ruimte geven om dit zelf te ervaren. Om zelf door het dal te gaan en de weg naar boven te beginnen. Die weg leidt naar posttraumatische groei. Daarvoor is tijd nodig. En hoe groter de betutteling, des te luider de ruis......des te groter de vertraging in dit proces.

 

"Kleine" kinderen

Kinderen lijden het meest onder de betutteling, na een groot verlies. Juist voor hen is het ongelofelijk belangrijk om te worden gezien en gehoord. Kleine kinderen staan heel vaak onder een enorme druk; standaard krijgen jonge ouders te horen hoe ze vanalles "moeten", als er kleine kinderen zijn; kom op, je moet voor de kinderen zorgen. Je moet "door" voor je kinderen. Het kleine kind begrijpt nog niets van de dood, maar voelt zo ontzettend veel. Het reageert en wil "pleasen". Dat wordt(vaak door opa´s en oma´s) dankbaar gestimuleerd; "de glimlach van het kind trekt ons erdoorheen".

 

Dat is heel begrijpelijk. Maar vaak krijgt zo´n kind dan een rol toebedeeld; kleine kinderen kunnen wel degelijk rouwen, op hun eigen manier. Maar wanneer het kind als trooster moet dienen, komt het daar niet aan toe. Betrek het kind bij een afscheid. Zo leert het dat verdriet bij het leven hoort. Maar zorg dat er ook ademruimte is voor het kind. Tegenwoordig hebben de meeste kinderen contacten buitenshuis; in de kinderopvang of met een oppas. Deze personen zijn zelf niet direct geraakt door het verlies. Geef juist deze personen een rol, die eerste periode.

 

Neem een klein kind gerust mee naar de begrafenis. Maar zorg dat de vertrouwde opvangmedewerker naast het kind ziet. Hij of zij kent het kind en kan het kind op tijd aan de hand nemen, als de emoties van volwassenen te hoog oplopen. De wereld op het dagverblijf is niet veranderd. Zorg dat het kind juist daar mag zijn. Als het daar is, krijgen vader en/of moeder ook de ruimte om in alle rust naar zichzelf op zoek te gaan. En weeg je woorden. Ik weet nog welke enorme invloed ze op mij hadden, toen ik klein was en mijn vriendinnetje stierf; zeker in geloofsgemeenschappen zeggen we al snel; "God(of Allah, of Jahweh) heeft papa,mama of broertje of zusje tot zich geroepen.".

 

Ik weet nog dat ik in de kerk zat en daar niks van snapte; hoe kon God nu van mij houden en mijn liefste vriendinnetje afpakken. Maar ook gesprekken over (je eigen) schuldgevoelens kunnen diepe sporen nalaten bij kinderen. Wees je daarvan bewust. Kinderen zijn de zon in hun eigen zonnestelsel en zoeken oorzaken(schuld) van gebeurtenissen bij zichzelf. Dat is iets, waarmee je rekening moet houden.

 

"Grote" kinderen

Basisscholen en middelbare scholen voelen een enorme drang te ondersteunen, als een kind een ouder een broertje of zusje verliest. Zoals ik al schreef, liggen er tegenwoordig al protocollen en zorgplannen klaar(zeker bij tieners maakt het woord "zorg" alleen al een heleboel los). Thuis is de wereld totaal anders, maar op school draait die juist gewoon door. Dat is heerlijk voor een kind; het mag op school zichzelf zijn. Als iedereen dan plotseling op hem of haar gaat letten (het gezin ligt sowieso al onder een sociaal vergrootglas), ontneem je het kind die ruimte.

 

Ieder kind is anders; wat is het beste voor dit kind? Het is heel normaal dat gedrag even wat anders kan zijn, dat schoolprestaties een periode lang beinvloed worden(dat kan zowel positief als negatief uitwerken). Dwing het kind niet tot geplande "hoe gaat het nu met je...?"-gesprekken. Bied een luisterend oor op geleide van het kind. Werk niet in een zorgteam, maar geef het kind één aanspreekpersoon. Meestal is dit de mentor. Maar als er op school iemand is waarbij het kind zich beter op het gemak voelt, dan mag dat ook.

 

Rituelen zijn heel erg mooi, krachtig en belangrijk. Maar waarom moet dit altijd het standaard gedenkhoekje zijn (ik heb van een aantal kinderen gehoord dat ze dit overconfronterend vinden, terwijl andere kinderen het juist weer prachtig vinden)? Laat het kind, in het kader van de eigenregie, meedenken en meebeslissen; welk ritueel past het beste bij zijn of haar verlies? En realiseer je dat, naarmate de leeftijd toeneemt, de ondersteuning door leeftijdsgenoten, steeds belangrijker wordt. Dat hoef je niet te faciliteren. Houd een vinger aan de pols en stel bandbreedtes voor gedrag, prestaties en contacten; stel deze flexibel, zodat het kind de ruimte krijgt. Trek aan de bel, als grenzen overschreden worden. Meestal is dit niet nodig.

 

Lotgenoten

Bovenstaande zaken zijn niet nieuw; de dood hoort bij het leven. Hoe sta jij in dat leven? Vlucht niet, als het moeilijk wordt. En geef de ander de ruimte, als het noodlot toeslaat. Denk terug aan hoe het voor jou was, toen jij verliezen leed. En realiseer je dat de ander net zo uniek is en uniek reageert als jij destijds. We zijn allemaal lotgenoten, op onze eigen levensweg. Soms leidt die weg door een hele donkere tunnel. Wees een lichtje en breng hoop. Neem niet over, maar ondersteun. En vraag je af of de weerstand, die jij daarbij eventueel ervaart wel met de ander samenhangt.  

 

Als je steeds maar wilt wegkijken en weglopen, loop je dan niet voor je eigen gevoelens weg? De put heeft een bodem, juist opdat deze een weg terug kan bieden, als ons hart zoveel pijn ervaart, na het verlies. Dat is niet eng; die bodem mag en kun je voelen. Die moet je voelen. Dan zul je merken dat je voeten houvast vinden. Hoelang je weg is, kan niemand voorspellen. Maar het licht is zo ongelofelijk mooi,warm en krachtig, dat het voor ons allemaal bereikbaar is.

 

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer