Politiek
17 maart 2015 | door: Wessel Toonen, Afstuderend historicus aan de Universiteit Leiden

Aftreden Opstelten en Teeven omzeilt parlementaire democratie

De landelijke politiek kan voor bewindslieden vermoeiend en ondankbaar zijn, maar dat mag het democratisch proces tussen bewindslieden en volksvertegenwoordiging niet in de weg staan.

"Het parlement werd voorgelogen, verkeerd geïnformeerd en vervolgens aan de kant geschoven."

Het valt moeilijk te ontkennen: landelijke politici hebben een vermoeiende en vaak ondankbare baan. Camera’s die elke zweetdruppel uitvergroten, Twitteraars die elke verspreking de wereld rondsturen en vergissingen worden bovendien snel gemaakt. In dit opzicht vormen ex-minister Ivo Opstelten en voormalig staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie geen uitzondering. Nadat beide heren voor verschillende kwesties herhaaldelijk onder vuur hadden gelegen werd de zogenaamde ‘Teevendeal’ de genadeklap. Het betrof een miljoenendeal die Fred Teeven als toenmalig officier van justitie in 2000 sloot met drugscrimineel Cees H.. De zaak was al bijna vergeten toen ze na vijftien jaar weer opdook. De politiek verantwoordelijke minister Opstelten hield telkens weer met dezelfde stelligheid vol dat er écht geen bewijs van de “financiële afwikkeling van deze schikking” kon bestaan. Nadat zijn ministerie vruchteloos binnenstebuiten werd gekeerd en Opstelten zijn punt had gemaakt moest de Kamer hem maar op zijn woord geloven.
 

Op dat cruciale moment bleek Nieuwsuur ineens wel over de benodigde documentatie te beschikken. Een tweede zoektocht door het ministerie volgde, waarna er op een afgelegen computer toch een schermprint bleek te staan. Deze vermeldde dat het Openbaar Ministerie de crimineel toentertijd maar liefst 4,7 miljoen gulden in plaats van de genoemde 1,25 miljoen had uitgekeerd. Opstelten had al die tijd gelogen en geblunderd. De uitkomst van het Kamerdebat was dus redelijk voorspelbaar. Louis Bontes had het eerder die avond al weten: een motie van wantrouwen, want Opstelten moest aftreden! De minister stapte inderdaad op, maar wel zonder zich eerst tegenover Bontes en zijn collega’s te verantwoorden. Deze gang van zaken vormt een blamage voor de parlementaire democratie.
 
Opstelten en Teeven besloten hun politieke executie niet af te wachten en hielden de eer aan zichzelf. Wat volgde was een weinig roerende persconferentie waarop het VVD-duo hun vertrek aankondigde. Beide heren stonden er wat ongemakkelijk bij, dreunden de belangrijkste feitjes op en verdwenen daarna met een half oog naar de pers weer snel door een achterdeur. Er kwam geen langdradige, verhitte discussie waarin zij de sceptische parlementariërs in alle macht probeerden uit te leggen waarom die vermaledijde schermprint niet eerder was gevonden. Er was niet de schijn van een verklaring waarom het aan Cees H. uitbetaalde bedrag ineens veel hoger lag. Er volgde geen allerlaatste politieke veldslag met het harnas aan, het hoofd omhoog, de borst vooruit en het notitieblok bij de hand. Nee, snel door een achterdeur weer naar buiten. De minister-president moet de boel maar weer oplappen, want dat kan hij als geen ander.
 

Het grote persoonlijke drama van de VVD’ers voltrok zich vooral heel snel. Zo snel echter, dat de Kamer die de minister ter verantwoording had geroepen zelfs nog veel verontwaardigder achterbleef dan voorheen.
 

Ergens is het natuurlijk wel begrijpelijk: het doet pijn om een indrukwekkende bestuurlijke carrière noodgedwongen kort te sluiten met zoiets sufs als een verdwaalde schermprint met een vijftien jaar oud bedrag erop. Deze begrijpelijkheid mag het grotere, onderliggende drama echter niet verhullen: Het parlement werd voorgelogen, verkeerd geïnformeerd en vervolgens aan de kant geschoven.
 
De staatsrechtelijke vertrouwensregel – die stelt dat een minister, staatssecretaris of het kabinet als geheel moet aftreden als zij niet langer het vertrouwen van een Kamer der Staten-Generaal geniet – vormt onderdeel van een parlementair verantwoordingsproces. Deze regel lag reeds op tafel, maar nog voordat enige discussie hierover kon aanvangen kozen Opstelten en Teeven al voor het hazenpad. Deze snelle vluchtroute omzeilt de controlerende taak van het parlement die toch echt niet premier Rutte, maar minister Opstelten ter verantwoording had geroepen. Vergelijk het met een leerling die weet dat hij een onvoldoende voor een proefwerk zal krijgen en daarom maar van school spijbelt. Zijn ouders moeten de school maar komen uitleggen waarom hij het proefwerk niet heeft geleerd, terwijl zij hem kort daarvoor nog prezen om zijn ‘uitstekende cijfers’. Het behoeft weinig uitleg dat deze vergelijking niet dusdanig terecht hoort te zijn.

 

De landelijke politiek is een vermoeiende en vaak ondankbare baan, maar mag om die reden niet ten koste gaan van een democratisch proces tussen bewindslieden en volksvertegenwoordiging. Opstelten en Teeven zijn geen leerlingen die gewoon weg kunnen lopen zodra het te moeilijk wordt in de klas. Zij dragen verantwoordelijkheid voor volk en vaderland en hebben die ook naar het parlement te nemen. Dit betekent dat Kamerleden ook eerst in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun controlerende functie uit te oefenen, hoe vreselijk het aansluitende persoonlijke drama voor jou ook mag zijn. Aftreden vormt in dit opzicht een onderdeel van de parlementaire democratie en geen praktisch noodmiddel om jezelf maar een erger schavot te besparen. Eerst opkomen, dan pas afgaan!

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Wessel Toonen, Afstuderend historicus aan de Universiteit Leiden
Aftreden Opstelten en Teeven omzeilt parlementaire democratie - 17 maart 2015



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer