Onderwijs
30 maart 2015 | door: Ronak Raisi, Pedagogiekstudente

Radicalisering: Wegkijken op school is geen optie

Door alert te kijken naar signalen van radicalisering levert het onderwijs in zekere mate een grote(re) bijdrage aan het voorkomen van radicalisering onder jongeren.

"Het onderwijspersoneel moet niet wegkijken wanneer leerlingen dreigen te radicaliseren"

Radicalisering onder jongeren is een thema dat mij als eerstejaars Pedagogiekstudente heeft geïntrigeerd. De afgelopen tijd is er in de media veel over dit onderwerp bericht. Ook in de politiek is radicalisering onder jongeren een veelbesproken thema.

 

Enkele weken geleden heeft Trouw een interview online gepubliceerd waarin minister Bussemaker van Onderwijs pleitte dat het onderwijs nooit mag wegkijken bij het vermoeden van radicalisering. Leerkrachten horen volgens de minister erop af te gaan en met andere partijen te overleggen (Trouw, 2015).

 

Het was voor mij aanleiding om dit opiniestuk te schrijven, waarin de volgende stelling centraal staat: ‘Het onderwijs moet een grotere bijdrage leveren aan het voorkomen van radicalisering onder jongeren in Nederland’.

 

Wat is radicalisering?

Het onderwijs wordt geconfronteerd met leerlingen die zich radicaliseren. Wat houdt radicalisering eigenlijk in? Er bestaan verschillende definities voor de term ‘radicalisering’. Het Kennis- en Adviescentrum Nuansa van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Nederlands Jeugdinstituut definiëren de term radicalisering als volgt: ‘Radicalisering is het proces, waarbij een persoon of groep in toenemende mate bereid is de consequenties te aanvaarden van de strijd voor een samenleving die niet strookt met onze democratische rechtsorde’ (NJI, 2011).

 

Naar mijn mening moet het onderwijspersoneel niet wegkijken wanneer leerlingen dreigen te radicaliseren. Het onderwijs wordt immers al geconfronteerd met leerlingen die zich met name in de eerste twee fasen van het radicaliseringsproces bevinden (Spee en Reitsma, 2010). De eerste fase wordt omvat met leerlingen die getroffen zijn door allerlei negatieve ontwikkelingen die als voedingsbodem hebben gewerkt om radicalisering tot stand te brengen. Dit kunnen negatieve gevoelens zijn, zoals discriminatie, onrechtvaardigheid of gevoelens van achterstelling. In de volgende procesfase bevinden zich leerlingen die zoekend of vatbaar zijn voor radicale ideeën (Zanonni et al, 2008).

 

De leerlingen die zich in de eerste twee fasen van het radicaliseringsproces bevinden, worstelen of zijn nog opzoek naar hun identiteit. Binnen dat zoekproces kan er sprake zijn van uitlokkend of grensoverschrijdend gedrag (Spee en Reitsma, 2010).  Het handelen van dit soort leerlingen vraagt het onderwijs om in actie te komen. Hoe kan radicalisering gesignaleerd worden zonder dat er voorbarige conclusies worden getrokken en sprake is van het labelen van radicalisering?

 

De rol van het onderwijs 

U heeft er mogelijk niet bij stilgestaan wat voor belangrijke rol het onderwijs inneemt in de Nederlandse maatschappij. Door de vastgestelde leerplichtwet brengen alle jongeren in Nederland grotendeels hun tijd door in het onderwijs. Het onderwijs speelt hierdoor een belangrijke rol in de levens van de jongeren.

 

In de eerste plaats hoort het onderwijs natuurlijk te doen waar het goed in is, namelijk het opleiden van de leerlingen. Zodoende kan het onderwijs de leerlingen goede toekomstperspectieven bieden om uiteindelijk deel te nemen in de maatschappij. Daarnaast vervult het onderwijs een pedagogische rol, met het oog op het creëren van een veilige omgeving. In die veilige omgeving komen de leerlingen in aanraking en samen met diverse groepen uit de maatschappij om uiteindelijk samen op te bloeien tot volwassenen  (Klompenhouwer, 2015). Wanneer die veilige omgeving verstoord dreigt te worden door radicaliserende leerlingen is het in mijn optiek niet pedagogisch verantwoord om weg te kijken. Het raakt het pedagogisch klimaat en de veiligheid binnen en buiten scholen. Het vraagt dus om handelen (Spee en Rietsma, 2010).

 

Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs beoogt hetzelfde. Dekker vindt dat radicalisering op scholen moet worden aangepakt. Volgens Dekker vormen geradicaliseerde jongeren een bedreiging voor de veiligheid binnen en buiten de school (Volkskrant, 2015). Maar hoe kan het onderwijs een steentje bijdrage aan het voorkomen van radicalisering onder de leerlingen?

 

Vroegtijdig signaleren

Voor het leveren van een bijdrage is het van belang om allereerst het onderwijspersoneel bewust te maken van het feit dat er wellicht een leerling in het klaslokaal bevindt die gevoelig is voor radicalisering. Wanneer het onderwijspersoneel hier bewust van is, verwacht ik dat er alerter gekeken zal worden naar signalen van radicalisering. Het is namelijk van cruciaal belang om leerlingen die zich in de eerste twee fasen van het radicaliseringproces bevinden vroegtijdig te signaleren. De vooruitzichten om radicalisering dan te voorkomen zijn zeker niet ontoereikend. Daarom is het verkeerd om weg te kijken wanneer men vermoedt dat een leerling radicaliseert. In plaats van weg te kijken moet het onderwijspersoneel de radicaliserende leerlingen onder ogen komen en met andere partijen in overleg gaan. Samen met professionals kan het onderwijspersoneel de uitdaging aangaan om radicaliserende leerlingen weerbaar te houden of te maken, zodat zij niet meer beïnvloedbaar zijn of kunnen worden. Vanuit de zorg voor en betrokkenheid op de leerlingen kan een bijdrage geleverd worden aan het tegengaan van radicalisering (NJI, 2011).

 

Angst om te handelen

Wanneer er daadwerkelijk sprake is van radicaliseren zal er gehandeld moeten worden. Volgens het Centrum voor School en Veiligheid weet het onderwijspersoneel vaak niet hoe zij moeten reageren als zij het vermoeden hebben dat een leerling dreigt te radicaliseren. Het onderwijspersoneel vindt het ook lastig om maatschappelijke kwesties rond radicalisering en extremisme aan de orde te stellen, zoals bijvoorbeeld de terreuraanslagen op Charlie Hebdo. Het blijkt dat dit deels voortkomt uit angst dat het stap voor stap erger wordt. Ondanks dat het onderwijspersoneel zich er bewust van is dat zij moeten handelen, weten zij niet hoe er gehandeld moet worden. Er is sprake van ‘handelingsverlegenheid’ (Centrum School en Veiligheid, z.d.).

 

Moed verzamelen om te handelen

Het onderwijspersoneel moet naar mijn mening proberen moed te verzamelen om maatschappelijke kwesties rond radicalisering en extremisme aan de orde te stellen. Wanneer dit soort kwesties het gesprek van de dag vormen, is het belangrijk dat leerkrachten samen met de leerlingen hierbij stilstaan. Leerkrachten moeten het gesprek met de leerlingen aangaan, maar het gesprek daarbij wel in banen leiden. Dit kan mogelijk radicale ideeën tegen gaan door complottheorieën en vooroordelen te bespreken. Het is belangrijk dat de leerkracht hierbij de leerlingen in de gaten houdt en erop in speelt als leerlingen zich buitengesloten voelen of zich vereenzamen (Centrum School en Veiligheid, z.d).

 

In het kabinetsplan om jihadisme aan te pakken worden scholen ondersteund in het omgaan met radicaliserende leerlingen. Naast het opleiden van de leerlingen moet het onderwijs volgens het kabinet meer aandacht besteden aan burgerschap om duidelijk te maken wat vrije waarden betekenen (Volkskrant, 2015). Ik sluit mij hierbij aan. Mijns inziens neemt het onderwijs een opvoedende rol aan door nageleefde normen en waarden uit de democratische samenleving bespreekbaar te stellen.

 

Het Centrum voor School en Veiligheid heeft een stappenplan ontwikkeld voor onderwijspersoneel. Dit stappenplan beschrijft hoe een leerkracht moet handelen wanneer een leerling zich daadwerkelijk dreigt te radicaliseren. Allereerst zal de leerkracht met de leerling in gesprek moeten gaan. Daarnaast zal de leerkracht ook met de ouders/verzorgers van de betreffende leerlingen in gesprek moeten gaan. Wanneer er zorgen blijven of het contact wordt bemoeilijkt, zal er hulp ingeschakeld moeten worden bij een andere instantie of belangrijke personen in de omgeving van de betrokkenen. Tot slot kunnen problemen rondom radicalisering besproken worden bij het landelijk steunpunt ZAT (Centrum School en Veiligheid, z.d.). Dit zorg- en adviesteam adviseert en schakelt hulp en ondersteuning in voor leerlingen, ouders/verzorgers en leerkrachten.

 

Samen staan we sterk

Kortom, door alert te kijken naar signalen van radicalisering levert het onderwijs in zekere mate een grote(re) bijdrage aan het voorkomen van radicalisering onder jongeren. Samen met professionals kan het onderwijspersoneel de uitdaging aangaan om radicaliserende leerlingen weerbaar te houden of te maken. Tevens moet het onderwijs maatschappelijke kwesties rond radicalisering en extremisme aan de orde stellen. Hierbij moeten leerkrachten het gesprek met de leerlingen aangaan, maar het gesprek daarbij wel in banen leiden. Ook dient het onderwijs aandacht te besteden aan burgerschap om duidelijk te maken wat vrije waarden betekenen, door nageleefde normen en waarden uit de democratische samenleving bespreekbaar te stellen.

 

Het is van belang om te weten dat het onderwijspersoneel niet de volledige verantwoordelijkheid bij het voorkomen en tegengaan van radicalisering neemt. De aanpak van radicalisering zal worden vormgegeven in overleg tussen scholen, gemeente en de politie (VO-raad, 2015). Het onderwijspersoneel hoeft dus niet te vrezen dat zij er alleen voorstaan, want samen staan we sterk!

Trefwoorden:
Onderwijs

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Ronak Raisi, Pedagogiekstudente
Radicalisering: Wegkijken op school is geen optie - 30 maart 2015



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer