Media
24 april 2015 | door: Andrea Walraven-Thissen, Psychotraumatoloog, Crisis Interventionist

De journalist als redder in de nood

Gisteravond was er een politiek debat rond informatie die ongepast openbaar was gedeeld door een lid van het MH17-team. Dit was een symptoom van een grotere kwestie. Op het gebied van journalethiek.

"Er is een vijandigheid ontstaan tussen de journalistiek en de overheid, als crisismanager."

Een jaar geleden was ik in Nederland aan het lobbyen voor een omdenken op het gebied van psychosociaal crisismanagement. Ik ga daar hier niet uitgebreid op in; er zijn online genoeg stukken uit mijn digitale pen te vinden. Maar één uitspraak van een hoogeplaatste heer is blijven hangen; "ach mevrouw, Nederland is zo klein.....zo veel gebeurt hier niet."

 

Terwijl ik dit schrijf zit ik tot over mijn oren in de informatie en interventies na twee grote vliegrampen; MH17 en Germanwings. Ik werk namelijk in beide landen. En ik luister naar de journaals, die berichten over het debat en het ontslag van de MH17-collega, die gevoelige informatie deelde. Ik hoor hoe de politiek verantwoordelijke in dat debat weer nieuwe uitspraken doet, die niet houdbaar zijn. En realiseer me dat ze alleen maar aanzetten tot nog meer research, die vast en zeker tot nieuwe "onthullingen" zal leiden.

 

Er is een vijandigheid ontstaan tussen de journalistiek en de overheid, als crisismanager. Hoe is dat zo gekomen en waarom zien we in Duitsland tegenovergestelde ontwikkelingen?

 

In Duitsland gaat ook veel mis; ons werk kun je nooit perfect doen. Dat weet ik maar al te goed. Maar we zijn het aan de burger verplicht om te leren van elkaar.

 

Gisteren had ik in een ander stuk de inhoud van het debat al voorspeld. Helaas. Natuurlijk is de betreffende collega zijn boekje te buiten gegaan. Maar hij is pathaloog-anatoom... had hij wel een boekje waarin de ethische structuren en de rechten en plichten van het werken na deze specifieke ramp zijn uitgewerkt?  

 

Ik vind het ongelofelijk triest voor alle betrokken collega's die nu al zo veel maanden aan de moeilijkste casus van hun carrière werken. En ik zie, hier in Duitsland, dat het anders kan. Dit stuk geeft kritiek. Ik wil duidelijk stellen dat deze kritiek niet gericht is op de hulpverleners, die aan MH17 werken. Zelfs niet aan hen die dit op hoog niveau doen. Deze wake-up-call is gericht aan het adres van de politiek, van de overheid, als crisismanager. Als werkgever van iedereen, die gehoor gaf aan de allerheftigste oproep die we als hulpverlener ooit zullen krijgen.

 

Crisismanagement

Als ik over psychosociaal crisismanagement op hoog niveau spreek, dan denken mensen in Nederland vaak dat ik het over een soort luxe slachtofferhulp heb. Dat is niet het geval; in Duitsland neemt, na een incident, een hoog opgeleide en hoog ervaren collega PSNV (Psychosoziale Notfallversorgung) plaats in de crisisstaf. Onze opleiding is hoog technisch en inhoudelijk, omdat van ons verwacht wordt dat we direct aansturen en coordineren. Zeker bij incidenten die een hoog potentieel voor maatschappelijke onrust met zich mee brengen. We zetten systemen op voor burgers, maar ook voor alle betrokken hulpverleners, die aan de slag moeten. Dat gebeurt in Nederland niet en dat moet echt anders; als overheid ben je ook opdrachtgever richting al die hulpverleners en heb je een zorgplicht om de zaken goed te regelen. Helaas ziet men in Nederland alleen een zorgplicht richting burgers; die worden over-omzorgd, terwijl de overheid zelf een focus legt op "zelfredzaamheid" en de "participatiemaatschappij".

 

Journalisten

Wie Duitsland kent, weet dat we hier grote uitdagingen hebben, op het gebied van journalistiek en incidenten; media betalen heel veel geld voor informatie en opnames. Ze zetten burgers en hulpverleners onder druk. Plegen zelfs regelmatig misdrijven om de beste scoop te krijgen (met gestolen uniformen of middels inbraken, etc.). Nederland is supernetjes en heel erg goed te overzien, in dit opzicht. Ik vind het dus ook extra treurig dat het juist in Nederland is misgegaan; al vroeg na de MH17-ramp voelden journalisten zich genoodzaakt zelf in de rol van "advocaat van de nabestaanden" te stappen. Ik neem het ze niet kwalijk; als het crisismanagement zaken laat liggen ontstaat wrijving. Mensen hebben na een ramp behoefte aan rust en aan duidelijke, geverifieerde informatie. Structuur en orde, in de chaos. Open vragen en het gevoel niet serieus genomen te worden leiden tot onrust. De ramp had een groot potentieel tot identificatie bij ons allemaal; jij en ik - we hadden allemaal in dat vliegtuig kunnen zitten. De onrust was voor journalisten niet uit te houden en niet aan te zien. En de hoge mate van identificatie heeft, denk ik, ook geholpen richting "ik moet iets doen"-gevoelens, zeker bij journalisten. 

 

Vertrouwelijkheid

Een belangrijk thema, dat al vroeg ter sprake komt, rond een incident, is de vertrouwelijkheid van het werk van de hulpverleners. Dat is een precair thema (heeft Nederland nu ook gemerkt). En heel ingewikkeld; in Europa is men er nog niet uit, dus jurisprudentie ontbreekt. We moeten dus roeien met de riemen, die we hebben. Omdat je rond een incident met multidisciplinaire teams van hulpverleners werkt, heb je te maken met verschillende wetten rond vertrouwelijkheid. Zo heb je de zwijgplicht, het verschoningsrecht en het beroepsgeheim. De ALL-Risk-vertrouwelijkheidsoptie aller regels is het biechtgeheim. Daaronder mag ik mij, vanuit de zielzorg, verschuilen. Maar collega´s met andere uniformen hebben die luxe niet. En dus moet je, afhankelijk van de aard van het incident, zorgen dat je hulpverleners niet alleen lichamelijk verzekerd zijn en veilige schoenen dragen, maar ze ook op dit gebied structuren bieden. Nu wordt de berichtgeving zo gekleurd, dat die regels nodig zijn richting de nabestaanden. Maar in eerste instantie dienen ze ter bescherming en als richtlijn voor de hulpverleners.

 

Vooruitkijken & anticiperen

Toen het Germanwingsvliegtuig neerstortte, was er in Duitsland geen "plaats incident", omdat de crashsite in het buitenland lag. Dan is het hokje "potentieel veroorzaken maatschappelijke onrust" al bij voorbaat met een dikke stift aangevinkt; de vertrouwelijkheid en het aansluiten van je communicatie en interventies verlopen binnen één land al niet altijd even naadloos. Je kunt slechts je eigen informatiemanagement beinvloeden. Op het allerhoogste niveau is iedere persverklaring, iedere persconferentie en ieder statement voorbesproken en afgestemd. Woorden hebben veel kracht en inhoud. Maar de manier waarop ze worden gedeeld is net zo belangrijk. Toen de Franse overheid besloot om zomaar heel veel informatie te delen, gebeurde dit op een manier, die zowel voor de nabestaanden, maar eigenlijk voor ons allemaal, als burger, heel pijnlijk was. Dan kun je niet anders dan anticiperen en de schade beperken.

 

Openheid

Als je met openbare informatie te maken krijgt, die eigenlijk vertrouwelijk had moeten blijven, kun je defensief reageren. Dat heb ik eigenlijk steeds in Nederland zien gebeuren. Als je eenmaal met "stiekem" begint, kan het eigenlijk alleen maar erger worden; journalisten gaan op zoek naar de waarheid en je krijgt een rollende sneeuwbal, die steeds groter wordt. De Duitsers hebben op "complicaties" gereageerd met een ongekende openheid; journalisten zijn actief benaderd en er is meer informatie (zowel inhoudelijk als operationeel) gedeeld dan ooit tevoren. Daarbij werd regelmatig gezegd "wij weten het ook niet". En er was heel veel aandacht en ruimte voor de psychosociale impact van nieuws, op nabestaanden, maar ook in een maatschappelijk kader.

 

Journallende

Zoals ik hierboven al schreef; er zijn heel wat "journalisten" in Duitsland, die ethische aspecten van hun vak niet zo nauw nemen. Deze mensen hebben met hun gespui en berichtgeving veel verdriet veroorzaakt, met name in de eerste week van de ramp. Foto´s, details, speculaties en schuldtoewijzingen; ze waren vaak uiterst ongepast. Toen is besloten om nog pro actiever in contact te treden met de "grote media". Collega´s hebben live op zender gesproken over wat er achter de schermen gebeurde. Dat was nog nooit eerder gebeurd. Maar soms is het beter om open over heftige inhouden te spreken, omdat de waarheid eigenlijk altijd minder "scoopwaardig" is dan de realiteit. En bovendien ontneem je de roddelaars en fantasten wind uit de zeilen; als de informatiehiaten worden ingevuld, is er geen ruimte meer voor verzinselen.

 

Journalethiek

Wat er vervolgens, ongeveer vijf dagen na Germanwings gebeurde, heb ik met heel veel aandacht gevolgd; er trad, binnen de journalistiek, een zelfreflectie in werking. Hoofdredacteuren en managers, die normaal gesproken achter de schermen werken, gingen live op zender met elkaar in discussie. Onderling, met burgers en ook met ons. Opiniestukken werden besproken en de diverse ethische dilemma´s open op tafel gelegd. Met was duidelijk, soms echt "hard" en scherp, maar er werden heel veel vingers op heel veel zere plekken gelegd. Onze "verantwoordelijken" namen deel, waar dat kon. Legden uit waarom zaken gedaan werden zoals ze gedaan werden. Of niet gedaan, omdat er obstakels en uitdagingen waren, die ook voor ons nieuwland waren.

 

Sfeer

Een ramp kent faseringen. Een turbulente fase is niet te voorkomen. Dat zien we hier ook. Ieder mens is uniek, dus iedere nabestaande is uniek en reageert op zijn of haar eigen manier. Met zoveel nabestaanden schrik ik met het gemak waarmee men in Nederland over "de nabestaanden" spreekt. De ervaring van andere rampen leert dat nabestaanden zich organiseren, dat er "stromingen" onstaan. Dat is goed; zowel praktisch als juridisch, maar ook intermenselijk zullen er waardevolle verbindingen ontstaan; degene, die je het beste begrijpt is degene, die hetzelfde heeft doorgemaakt. Wanneer je in de pers assumpties en stemmingen van "de nabestaanden" beschrijft, ga je, naar mijn mening, een stap te ver.

 

Schuldvraag

Ik had de afgelopen dagen discussies met journalisten, rond recente publicaties; "de nabestaanden hebben recht op.......de nabestaanden eisen.......het is in het belang van de nabestaanden". Als je zo generaliseert is er sprake van een over-identificatie. Wederom begrijpelijk, maar er is een verhouding ontstaan tussen nabestaanden en journalisten, die het referentiekader te veel beinvloedt.

 

Ik schreef al heel veel rondom het thema schuld. De schuldvraag speelt bij beide rampen een zeer prominente rol. De schuldvraag dient bij enkele nabestaanden als houvast; iets waar ze zich in vastbijten en tot de bodem toe willen uitzoeken. Deze ramp krijgt voor hen, in alle chaos, ook een zekere zin en afronding als er door schuldtoewijzing en veroordelingen recht wordt gesproken. En als door onderzoek kan worden gezorgd dat dit nooit meer kan gebeuren en anderen kan treffen. Maar ik kan u ook vertellen dat heel veel nabestaanden helemaal niet met de schuldvraag bezig zijn; zij zijn aan het overleven, nadat hen het ergste overkwam dat een mens kan overkomen. Ze leren leven met een leegte. Erger dan erg kan het niet worden. 

 

Nadenken over de schuldvraag kost veel energie. En ik hoor regelmatig; "wat maakt het uit, ik wil het niet weten". Die mensen hebben alle energie nodig om de dag door te komen. Je ziet ze niet, want contacten met journalisten zijn niet aan de orde. Ieder mens is uniek. Ieder leven is uniek en ieder sterven is uniek. Hoe mensen daarmee omgaan kun je dus ook niet standaardiseren.

 

Politiek

Als Nederland zo doorgaat, voorzie ik nog veel meer ellende. En ik moet er iets van zeggen, want deze ellende gaat niet alleen nabestaanden, maar ook al die fantastische collega-hulpverleners treffen en beschadigen. Een zin als "ik beloof u dat foto´s van overledenen nooit zullen worden gebruikt en getoond, zonder toestemming van de nabestaanden" is snel gezegd, in de politiek. Maar praktisch natuurlijk onhoudbaar. Ik verzeker u dat journalisten nu al met deze uitspraak aan de slag zijn. Begrijpelijk. En hun zoektocht zal succesvol zijn, want we delen nu eenmaal casuistiek, als hulpverleners. Daar hebben we hier in Duitsland heel strenge regels en afspraken over. Professionaliteit binnen je psychosociale crisismanagement betekent dat je de lat voor jezelf heel erg hoog legt. Maar ook dat je geleerde lessen en ervaringen deelt, in een afgeschermde omgeving.

 

Vertrouwen

Wie de herdenkingsdienst van Germanwings heeft gezien, heeft kunnen zien hoe ieder onderdeel daarvan tot in de kleinste details was uitgewerkt. Woorden waren gewogen. Bundespresident Gauck bracht de belangrijkste boodschap; we moeten blijven vertrouwen, in onze samenleving. Vertrouwen op de lerares, op de machinist, op de chauffeur, aan wie we onze eigen veiligheid en die van onze dierbaren toevertrouwen.

 

In Nederland moeten we op zoek naar dat vertrouwen. Het vertrouwen in de MH17-hulpverleners, die dat vertrouwen absoluut verdienen. Soms wordt dat vertrouwen beschaamd en dan volgen consequenties, in alle openheid, zoals het hoort. De houding van de Nederlandse politiek ontneemt ons allemaal het vermogen te vertrouwen op een goede afloop. Daar ligt de sleutel; bouw bruggen en ken je grenzen. Betrek expertise bij je vraagstukken; niemand kan dit alleen. Laat ons meedenken, meekijken. Geef ons vertrouwen. Dat hoort, zeker nu, bij je zorgplicht richting alle hulpverleners. Ze worden nu aan hun lot overgelaten. Totdat de volgende collega geofferd wordt. Dat gun ik niemand!

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer