Onderwijs
6 mei 2015 | door: Bram Lambrechts

Heb meer oog voor de gevolgen van ons gedrag op kinderen

Omdat we kinderen wereldwijd blijven (mis-) behandelen, kunnen, of mogen, wij niet meer met z'n allen roepen: 'never again!'. Want kinderen leren vandaag hoe ze zich morgen moeten gedragen.

"Er is nog steeds sprake van 'de wereldwijde onderdrukking van het kind'"

Na de Tweede Wereldoorlog werd er door de machthebbers, politici en generaals luidkeels geroepen: 'never again'. Zij die het geweld aan den lijve hadden ondervonden prevelden gekweld hetzelfde. Van die sterke boodschap zijn er verschillende interpretaties mogelijk. We kunnen de slagzin interpreteren als dat we nooit meer ons uiterste best zullen doen om elkaar zo grondig mogelijk te vernietigen. Ik zou graag nog een interpretatie willen toevoegen: laten we kinderen nooit meer blootstellen aan een gevaar dat hen zal tekenen voor het leven en ervoor zal zorgen dat hun wereldbeeld ingrijpend verstoord wordt.

 

Het vergt geen grote denkoefening om te realiseren dat we onze kinderen momenteel net wel opzadelen met dit verstoord wereldbeeld. Er is nog steeds sprake van wat ik graag 'de wereldwijde onderdrukking van het kind' zou willen noemen. Kinderen in Syrië en de gebieden waar IS oorlog voert krijgen niet de jeugd die ze verdienen. Op de website van Unicef (unicef.be) vinden we enkele verontrustende cijfers. Door de oorlog zijn er 7.2 miljoen kinderen die in armoede en onzekerheid beland zijn. Daarnaast zijn er ook al 10.000 kinderen omgekomen in het geweld en spreken we hier alleen nog maar over Syrië.

 

In het rapport van Unicef, Under Siege: the devastating impact on children of three years of conflict in Syria, vinden we verschillende getuigenissen uit het oorlogsgebied. In dit verslag komen hartverscheurende verhalen van kinderen aan bod die een glashelder beeld geven van wat kinderen meemaken in het oorlogsgebied. Het zijn verhalen van dood, vernieling, verwaarlozing en mishandeling. Zo werd Ghina, 14 maanden oud, onder het puin vandaag gehaald nadat het huis waarin ze verbleef instortte door een bomaanslag. Tot op vandaag barst ze 's nachts nog in tranen uit, zonder reden. Of denken we even aan Ahmed. Als vluchteling werkt hij 13 uur per dag in een restaurant. Hij is 14 jaar oud. Enkel op deze manier kan zijn gezin overleven. 
 

Dichter bij huis vinden we ook tekenende gebeurtenissen. Deze kunnen bepalend zijn voor het leven en de vorming van het referentiekader van kinderen. Het verspreiden van angst doorheen de westerse wereld door bijvoorbeeld radicalisering of politiek gebekvecht, kan ervoor zorgen dat onze kinderen aan alles gaan twijfelen. Neem nu het voorbeeld van de terreurdreiging. In elke grote stad in Vlaanderen werden er militairen uitgestald die de belangrijkste gebouwen moesten bewaken. Met enorme machinegeweren en bivakmutsen stonden ze voor onze mooiste gebouwen. Wat moesten voorbijgaande kinderen hier wel niet van denken? Ik spreek me niet uit over de nood aan bescherming tegen terroristische aanslagen, maar wil wel in vraag stellen of dit zo geëtaleerd moet worden. Het creëert een angstcultuur die onze kinderen oppikken en op de lange duur als normaal gaan beschouwen. 

 

Een kind is voortdurend in ontwikkeling via zijn interactie met zijn omgeving. Het leert bijvoorbeeld van de ouders hoe het veilig met de fiets naar school moet gaan, wat tafelmanieren zijn en hoe hij of zij moet omgaan met de vriendjes op de speelplaats. Die kruisbestuiving is iets wat wij als vanzelfsprekend beschouwen. Als ouder heb je een bepaalde visie op wat je het nageslacht wil meegeven. We geven de waarden en normen door die wij op onze beurt van onze ouders hebben doorgekregen. Maar kinderen in oorlogsgebieden hebben die luxe niet. Ze leren van hun ouders, indien ze die nog hebben, hoe ze moeten bedelen voor eten, hoe ze moeten gaan schuilen als er weer een bommenregen op hen afkomt of hoe een begrafenis van een speelkameraad in elkaar zit. Dat brengt een onherroepelijke schade toe aan een kind in volle vorming van het referentiekader.

 

Omdat we kinderen wereldwijd  blijven (mis-) behandelen, kunnen,- of mogen, wij niet meer met z'n allen roepen: 'never again!'. Want kinderen leren vandaag hoe ze zich morgen moeten gedragen. Hebben wij dan het recht om later met de vinger te wijzen? Neen. Onze verantwoordelijkheid begint nu, met de manier waarop wij onze kinderen overal ter wereld behandelen. Ik kan niet vaak genoeg benadrukken wat het belang is van dat inzicht.

 

Ik vrees dat ik nog de laatste generatie was die vrij buiten kon spelen zonder angst. Ik kon nog over beken springen, door velden lopen en in bomen klimmen. Laten we dit opnieuw ambiëren en laten we opnieuw veilige plaatsen creëren voor onze kinderen. De invulling van realistische, veilige plaatsen zijn momenteel cultuurgebonden. Ik beperk me in deze tekst tot een tweeledige onderverdeling. De eerste onderverdeling die ik wil maken, is het oorlogsgebied. Ik denk bijvoorbeeld aan de mobiele scholen (http://www.mobileschool.org). Dit kan ingezet worden voor kinderen die verblijven in vluchtelingenkampen opdat ze een vorm van onderwijs blijven genieten.
 

Een tweede opsplitsing is de veilige plaats voor westerse kinderen. Het probleem is hier veel minder groot, maar we dienen er toch aandacht voor te hebben. We moeten ons bewust zijn van de risico's die onze kinderen kunnen oplopen als we ze niet lang genoeg kind laten zijn. We moeten met z'n allen inzetten op gezellige speelpleinen, grote speelbossen en de ondersteuning van jeugdbewegingen. Kinderen komen hier in contact met leeftijdsgenoten en kunnen op hun eigen tempo opgroeien in een omgeving waar ze de belangrijke waarden en normen overgegoten krijgen van hun ouders, zodat zij als eerste generatie oprecht de woorden 'never again' kunnen uitspreken.

Deel

met uw netwerk:


Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer