Geschiedenis
11 mei 2015 | door: Jarno de Snoo, Student Toegepaste Psychologie Hogeschool Leiden

Religie is terrorisme

Religie is terrorisme. Mijn verblijf en ervaringen als marinier in Irak en meer nog in Afghanistan heeft me aan het denken gezet over de gevolgen van het geloof. De conclusie is dat geloof en terrorisme onlosmakelijk verbonden zijn.

"God is met niemand. Helaas."

“In God, Allah, Jahweh, e.a. we trust”.
Religie is in veel landen over de hele wereld een heel belangrijke factor in het dagelijkse leven. Al bij kinderen wordt religie met de paplepel ingegoten. Veelal van jongs af aan wordt kinderen geleerd dat God alles heeft gemaakt en dat hij voor ieder een plan heeft. Ook wordt geleerd dat God regels heeft opgesteld die opgevolgd dienen te worden om eeuwige verdoemenis, de hel, te voorkomen. Je moet de hemel verdienen.
 

In 2003 en in 2005 ben ik in Irak en Afghanistan geweest om daar mee te helpen de stabiliteit te handhaven en verkiezingen in goede banen te leiden. Wat mij toen vooral is opgevallen is dat er veel armoede is onder de gewone bevolking. Niet onder de leiders, m.n. de religieuze leiders. Deze leiders kunnen vaak lezen en schrijven. De gewone bevolking, en zeker de vrouwen, doorgaans niet. Het gezegde “in het land der blinden is eenoog koning” gaat hier op. Deze “eenoog” kan het woord van God lezen en dus verkondigen en wordt daarom gerespecteerd en gevreesd. Deze religieuze leiders fungeren als “spreekbuis” voor hun God naar het gewone, ongeletterde volk. Het aanzien dat deze leiders genieten is groot en hun invloed en macht bijna absoluut. Deze leiders gebruiken God als middel om hun eigen belangen te behartigen en zich te verrijken ten koste van het gewone volk, de onderdanen, de gelovigen. Deze gelovigen worden ook vaak geïndoctrineerd met het idee dat er een gemeenschappelijke vijand is, doorgaans aanhangers van een andere godsdienst, die hun manier van leven wil veranderen. Deze vijanden zijn niet zuiver in de leer en vormen een bedreiging. (Met de geschiedenis van de godsdiensten in de westerse maatschappij zijn overigens parallellen te trekken.) De leiders worden zelden bestraft maar beloond voor hun houding en in mijn ogen frauduleuze gedrag. Zij zullen hun mening, zienswijze, handelen niet veranderen. In de naam van God kunnen deze leiders bijna alles gedaan krijgen van hun onderdanen, ook het plegen van terroristische daden tegen “ongelovigen en andersdenkenden”.

 

List, bedrog en religie
Volgens Ariely (2012, zie de literatuurlijst hieronder) zullen mensen meer frauderen als hun uitspraken of meningen niet te controleren zijn. Als ik een van de weinige geletterden ben in mijn stam, volk of land, een religieus leider ben en ik (vaak) met geweld en onderdrukking mijn positie veroverd heb, dan is het niet moeilijk om mezelf te verrijken in de naam van een God. Iedereen is bang de regels van God te overtreden met als straf verdoemd te worden en niet in de hemel te komen na hun overlijden. Bijna niemand die ongeletterd is en/of niet voldoende ontwikkeld is om kritisch te denken is in staat de juistheid van de religieuze, vaak dogmatische, regels en voorschriften te beoordelen.
 

Vrije toegang tot informatiebronnen zoals boeken, internet en sociale media zou dit kunnen veranderen. Zolang internet verboden is en het onderwijs slechts toegankelijk is voor een kleine groep, en zeker niet voor meisjes, is dit echter een illusie. Alles wat niet strookt met het woord van God wordt als laster beschouwd en is onacceptabel.
 

Een godsdienst lijkt ook geen godsdienst te zijn zonder een gemeenschappelijke vijand. Om een groep hechter te maken is een dreiging van buiten nodig (Dijk, Junger & Sagel-Grande, 2011). Een vijand die ervan beschuldigd kan worden jouw manier van leven, je geloof te bekritiseren en die hiervoor een bedreiging vormt. Ieder mens wil bij een groep horen, deel uit maken van een sociale gemeenschap (Johnson & Johnson, 2011). Deel uitmaken van een groep verbetert de kansen op overleven aanzienlijk (Dawkins, 2006). Het zoeken van een gemeenschappelijke vijand zien we op dit moment het sterkst bij de islam. Het christendom heeft wat dat betreft echter ook zijn voorbeelden.

 

Dood en verderf zaaien in naam van God
In de tiende eeuw na Christus besloot paus Urbanus II, hoofd van de Rooms-Katholieke kerk, om een aantal redenen (oprukkende moslims in Europa, meer macht over de afgesplitste Oosters-orthodoxe kerk en het bevrijden van de voor het christendom heilige plaatsen o.a. Jeruzalem) de moslims tot gemeenschappelijke vijand te verklaren. Hij riep op tot de Kruistochten. Deze heilige oorlogen tegen “de heidenen en ketters” werden bekostigd met speciaal geheven belastingen. (Er zijn overeenkomsten met huidige moslimactiviteiten.)
 

De tweehonderd jaar durende strijd om het heiligste land heeft talloze levens gekost en nu zo’n acht eeuwen later lijkt de strijd nog steeds gaande.
 

Gesteld kan worden dat nagenoeg alle oorlogen die de laatste 1000 jaar hebben plaatsgevonden hun oorsprong vinden in het geloof. Vanuit onze Nederlandse geschiedenis kennen we bijvoorbeeld ook de inquisitie, de Beeldenstorm e.d. tijdens de tachtigjarige oorlog.
 

Geloof, geloven in iets dat niet bewezen kan worden, een concept dat vooral van mond-op-mond is verspreid door mensen die economisch en persoonlijk belang hadden bij de boodschap die zij verkondigden. Geloof als reden, aanleiding en argument voor strijd, marteling, moord en doodslag, jaar in jaar uit.
 

Het geloof, ruim 2000 jaar oud, pas beschreven na eeuwen van mondelinge overlevering en tientallen keren vertaald door mensen die belang hadden bij de verspreiding van “de boodschap”. Dit concept, “het geloof” gieten wij onze kinderen met de paplepel in, als waarheid en richtlijn om naar te leven. Kinderen kunnen op de leeftijd dat zij met religie geconfronteerd worden nog niet lezen, noch zelfstandig redeneren over levensvraagstukken en hierover beslissingen nemen. Dus eigenlijk is hier sprake van indoctrinatie van kinderen. Kinderen die geloofsopvattingen meekrijgen in hun jeugd zullen deze opvattingen niet snel meer loslaten. Deze opvattingen zijn geïnternaliseerd en maken deel uit van de eigen identiteit. Met alle negatieve gevolgen, zoals zo vaak blijkt. Een kind wordt niet geboren met vooroordelen (Dawkins, 2006).
 

Natuurlijk kan er beargumenteerd worden dat geloof, religie voordelen heeft. Zoals de in ”de tien geboden” vastgelegde leefregels (moraliteit) en het overduidelijke sociale aspect van kerkdiensten en kerkgemeenschappen. Ware het niet dat mensen geboren worden met een natuurlijk besef voor deze “moraliteit” en derhalve geen godsdienst nodig hebben (Dawkins, 2006). Zoals eerder gesteld hebben mensen groepen nodig om te overleven. Ook zonder godsdienst kan dit. Om in een groep te kunnen functioneren wordt bepaald gedrag verwacht, zoals het naleven van gedragsregels, samenwerking, wederkerigheid en altruïsme (Johnson & Johnson, 2011). Er wordt bijvoorbeeld verwacht dat er niet van elkaar gestolen wordt, dat je van elkaars partner afblijft en dat je elkaar niet de hersens inslaat.
 

Dit zijn slechts voorbeelden. Zeker is dat wanneer deze regels gerespecteerd worden je deel mag uitmaken van de groep. 

 

God is met niemand. Helaas.
Alles overziend kan geconcludeerd worden dat mensen ergens bij willen horen, bij een groep willen horen, dat deze groep vaak een externe vijand zoekt om de groepscohesie te bevorderen en dat mensen op jonge leeftijd makkelijk te beïnvloeden zijn. Ook mag duidelijk zijn dat mensen hun eigen waarheid maken om er zelf beter van te worden en dat de consequenties van dit gedrag hieraan ondergeschikt worden gemaakt. Geloof is terrorisme.
 

De kruistocht van de een is de jihad van de ander en de god van de een is de satan van de ander. Voor moslims zijn christenen ongelovige honden, voor christenen zijn moslims weer heidenen of ketters. Eigenlijk is het één pot nat, niemand doet het kennelijk goed. Als je de ene religie aanhangt en daar naar leeft ga je volgens het andere geloof naar de hel en omgekeerd. Iedereen verliest.

 

Laten we met zijn allen die conclusie nu trekken en besluiten al die godsdienstige onzin te gebruiken als leidraad in een zoektocht naar lessen voor en kennis over de mensheid in plaats van ons hele leven en ons zijn op aarde op geloof te funderen.
 

Laten we onze kinderen eerst leren lezen en schrijven, zelfstandig leren denken en leren relativeren, voordat we de kinderen, toch onze toekomst, met allerlei “godsdienstsprookjesboeken” confronteren. Want, navolgen als robotjes wat in ruim tweeduizend jaar oude geschriften staat, vaak vertaald, geïnterpreteerd en gebruikt door mensen zoals jij en ik die van alles te winnen en te verliezen hebben, dat is echt een vorm van terreur.

 

Literatuurlijst

Ariely, D. (2012). Heerlijk oneerlijk. Amsterdam: Maven Publishing B.V,

Dawkins, R. (2006). The god delusion. London: Transworld Publishers.

Dawkins, R. (2006). The selfish gene. New York: Oxford University Press.

Dijk, J., Junger, M., Sagel-Grande, I. (2011). Actuele criminologie. Amsterdam: Sdu uitgevers B.V.

Johnson, D., Johnson, F. (2011). Groepsdynamica Theorie en vaardigheden. Amsterdam: Pearson Education Benelux B.V.

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Jarno de Snoo, Student Toegepaste Psychologie Hogeschool Leiden
Religie is terrorisme - 11 mei 2015



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist: doelgroepgericht en met gevoel voor ‘seks en sensatie’.