Onderwijs
1 juni 2015 | door: Jeanet Meijs, Bestuurslid Beter Onderwijs Nederland

Passend onderwijs: voorspel voor de volgende parlementaire enquête?

Binnen afzienbare tijd zal het duidelijk worden wat een gigantisch spoor van vernielingen passend onderwijs door het hele onderwijs getrokken heeft.

"Het huidige onderwijs bevestigt slechts de verschillen die er tussen kinderen bestaan in plaats van deze weg te nemen."

Leerkrachten denken vaak dat het aan het kind ligt als het niet goed leert lezen en rekenen. Ze bedenken dan niet dat zij zelf wel eens de oorzaak zouden kunnen zijn. Op die leerkrachten zouden we het etiketje ‘dysdacticus’ kunnen plakken en voor hen zouden we ook een rugzakje moeten aanvragen om de leerkrachtvaardigheden, vakmanschap en kennis van onderwijsonderzoek te verbeteren.

 

Er is inmiddels een bloeiende industrie ontstaan die kinderen voorziet van etiketjes: dyscalculie, dyslexie, adhd, autisme, enzovoort. Het huidige onderwijs bevestigt slechts de verschillen die er tussen kinderen bestaan in plaats van deze weg te nemen. Uitgaan van verschillen is gelijkgesteld aan goed onderwijs, ofschoon onderzoek laat zien dat dit een mythe is.

 

Groepsinstructie, uitleggen, en voordoen

Onderzoekers zijn het er namelijk al jaren over eens dat een kwalitatief zeer goede leerkracht in het primair onderwijs de nadelen van een lage sociaal-economische achtergrond kan neutraliseren of zelfs elimineren. De beste manier om dat te doen is om groepsinstructie te geven, uitleg te geven en voor te doen.

 

Maar in plaats van te investeren in leerkrachten en lerarenopleidingen hebben we het niveau van ons onderwijs over de hele linie verlaagd. Ook de meest talentvolle leerlingen zijn hiervan de dupe. Ze worden niet meer geprikkeld en uitgedaagd. Aan de onderkant zien we steeds meer kinderen de basisschool verlaten als zwakke lezer of rekenaar. Voor hen is goed leren lezen en rekenen van essentieel belang voor hun toekomstig functioneren in de maatschappij. In Nederland zijn 1,5 miljoen mensen functioneel analfabeet. Deze mensen voelen zich verloren in onze steeds complexer wordende samenleving.

 

De lat gaat omlaag

Het onderwijs reageert door de lat steeds lager te leggen, zowel voor de talenten als de risico- kinderen. Leerlingen worden leuk beziggehouden op school in plaats van dat ze intellectueel worden uitgedaagd. Ze worden gesocialiseerd met allerlei lespakketten en projecten maar leren niet hoe ze zelfstandig beslissingen moeten nemen. Leuk en gezellig in plaats van doorzetten en grenzen verleggen.

 

Na de basisvorming, Weer Samen Naar School, het studiehuis, het competentiegericht onderwijs, is op 1 augustus 2014 nagenoeg geruisloos de allergrootste onderwijsverandering sinds jaren ingevoerd: passend onderwijs. Hierbij worden zoveel mogelijk probleemleerlingen uit het speciaal onderwijs in het regulier onderwijs gedumpt, samen met de duizenden kinderen die nu nog thuis zitten en helemaal niet naar school gaan. Het is van boven af door de politiek en door de samenwerkingsverbanden van schoolbesturen ingevoerd, maar de praktische consequenties ervan zijn nog volkomen onduidelijk. Het is een opmaat voor een parlementaire enquête in pakweg 2018. Hoe heeft het zover kunnen komen?

 

Onderwijsbegeleidingsdienst
Voor de eeuwwisseling ondersteunde de Onderwijsbegeleidingsdienst (OBD) de leerkrachten zowel op pedagogisch als op didactisch vlak en vormde een fijnmazig netwerk voor alle basisscholen. Kennis en kunde werden op eenvoudige wijze overgedragen en de ondersteunende functie kreeg gestalte door middel van studiedagen, cursussen, methodeonderzoek, intervisie en indien nodig begeleiding in het klaslokaal. De OBD werkte samen met de schoolarts, de schoolpsycholoog, Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming en zorgde voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van leerlingen. Kortom, een goed geoliede machine, die indien nodig kinderen na gedegen onderzoek doorverwees naar het speciaal onderwijs. Was het de te grote belasting op de onderwijsbegroting (de OBD was een gesubsidieerd instituut) of was het de roep van de vrije markt waardoor de overheid besloot de geldkraan dicht te draaien? We weten het niet, maar de OBD moest financieel zelfstandig worden en op den duur zelfs verdwijnen. Sommige OBD’s fuseerden en reorganiseerden, een aantal zag hun beste mensen verdwijnen naar het basis- en speciaal onderwijs en naar de nieuw opgerichte Regionale Expertise Centra (REC’s). Weer andere OBD’s stopten gewoon met hun werkzaamheden en beperkten zich ertoe door middel van een afgevaardigde zitting te nemen in de Permanente Commissie Leerlingenzorg die in het leven werd geroepen om het project Weer Samen Naar School handen en voeten te geven.

 

Weer Samen Naar School
Het project Weer Samen Naar School van het ministerie van OCW werd in de jaren negentig ingevoerd met als doel de groei van het dure speciaal onderwijs terug te dringen. Men wilde kinderen met leer-en gedragsproblemen de nodige zorg en begeleiding aanbieden in het reguliere basisonderwijs. Leerlingen met adhd, dyslexie of bepaalde vormen van autisme zouden niet meer of niet meer zo snel worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs, maar een plaats moeten krijgen binnen het gewone basisonderwijs. Voor leerlingen en onderwijzend personeel was het de bedoeling dat de net opgerichte REC’s de nodige ondersteuning zouden verzorgen. Lichamelijk, zintuiglijk, of verstandelijk gehandicapte leerlingen en leerlingen met een zeer ernstige gedragsstoornis of psychiatrische stoornis werden op een REC geplaatst of met een leerlinggebonden financiering (het bekende rugzakje) in het reguliere basisonderwijs opgenomen. Er werd een vorm van marktwerking ingevoerd. Remedial teaching, ondersteuning van leerlingen en ondersteuning van leerkrachten konden met het rugzakjesgeld ingekocht worden bij de REC’s.

 

Om alles in goede banen te leiden werden samenwerkingsverbanden opgericht. Dat zijn overkoepelende organen bestaande uit een groot aantal basisscholen en één REC. Binnen het samenwerkingsverband functioneerde een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) die moest doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. Scholen moesten een zorgplan schrijven, waaruit duidelijk werd hoe de school het extra zorgbudget zou inzetten voor de opvang van de zorgleerling. In het zorgplan werden voorzieningen opgenomen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeftes zoals remedial teaching, interne begeleiding, samenwerking met het regionale expertisecentrum en andere specialisaties. Het project Weer Samen Naar School bleek een illusie. Het aantal zorgleerlingen is sindsdien meer dan verdubbeld en groeit nog steeds. Toch weerhield dat de overheid er niet van om een nog veel grotere stelselwijziging in te voeren, namelijk: passend onderwijs.

 

Passend onderwijs
Binnen de wet op passend onderwijs zijn, anders dan in het project Weer Samen Naar School, niet alleen het basisonderwijs maar ook het voortgezet en het middelbaar beroepsonderwijs betrokken. In de wet is de doelstelling opgenomen dat basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs een zorgplicht krijgen voor alle leerlingen. Dat betekent dat zij verantwoordelijk zijn om alle leerlingendie extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden. Samenwerkingsverbanden uitgebreid met Jeugdzorg zullen onder auspiciën van de gemeentelijke overheden deze ondersteuning uitvoeren. Vanwege de zorgplicht mogen scholen geen kinderen meer weren, maar de ouders verliezen wel de zeggenschap over het rugzakje. Scholen gaan zelf bepalen hoe het extra geld besteed wordt. Inmiddels bestaan er 77 samenwerkingsverbanden voor het primair onderwijs en 75 voor het voortgezet onderwijs die samen voor een landelijke dekking zorgen.

 

Passend onderwijs is vooral passend voor de overheid en de geldverslindende adviesbureaus. Het schandalige is dat de politiek de belangrijkste partij, de docenten, er niet bij betrokken heeft. Terwijl diezelfde overheid wist dat 77 procent van de docenten het grote aantal zorgleerlingen als een bedreiging zag en ziet. Passend onderwijs is vooral een speeltje geweest van beleidsmakers, bestuurders, managers en door deze gremia ingehuurde adviseurs. Passend onderwijs heeft niets, maar dan ook niets te maken met beter onderwijs voor ieder kind. Gewone leerkrachten hebben specifieke kennis noch middelen om een zorgleerling goed te begeleiden. Lesgeven aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften vergt veel kennis en ervaring. Maar de leerkrachten is niets gevraagd. Wil je niet, dan zoek je maar een andere baan. Ondanks het rapport-Dijsselbloem – waarin werd aangetoond dat onderwijsvernieuwingen vanuit de leraren dienen te komen en bewezen waarde moeten hebben – en ondanks de vaststelling van de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs dat de positieve resultaten van experimenten ontbreken, heeft het kabinet toch doorgezet. Aan experimenten met passend onderwijs zijn al miljarden euro’s verspild.

 

Tot op de dag van vandaag weten leraren niet waar ze aan toe zijn. Er is geen tijd en geld gestoken in het voorbereiden van de docenten op deze taak. Bovendien zijn scholen verplicht om het leerstofaanbod aan te passen aan de onderwijsbehoefte van de individuele leerling. Onderwijs op maat is nu de mantra. Verwijzing naar het speciaal onderwijs is ongewenst. Leerkrachten, zowel uit het basisonderwijs als uit het voortgezet onderwijs, geven te kennen dat het onderwijskundig klimaat op hun school niet geschikt is om passend onderwijs aan te bieden. De klassen zijn veel te groot. Toch krijgen de leerkrachten die hier helemaal niet voor zijn opgeleid en hun werk nu al niet aankunnen dit alles op hun bord. Zij moeten kritiekloos de instructies van deze ‘onderwijskundigen’, die zelf nog nooit voor een klas gestaan hebben, opvolgen.

 

Papieren mistgordijn

De samenwerkingsverbanden hebben echter niet stil gezeten. Zij zijn er klaar voor en het zal niemand verrassen dat de daarbij betrokken besturen vooral bezig geweest zijn met macht en de eigen financiële positie. In de samenwerkingsverbanden viel heel veel geld te verdelen, samen met Jeugdzorg, gemeenteambtenaren en de nodige adviseurs en adviesbureaus. Gemeenteambtenaren die na een zesdaagse cursus het werk van de jeugdpsychiatrie gaan overnemen.

 

In het hele land kregen zalen vol leerkrachten een theoretisch verhaal te slikken over indicatie, samenwerking, verwijzingen en andere nietszeggende zaken. De papieren werkelijkheid van de samenwerkingsverbanden heeft niets te maken met de realiteit van de dagelijkse onderwijspraktijk. Ze schrijven dikke rapporten op ‘maat’ met het oog op de verdiensten van de adviesbureaus. Ze voorzien de zorgleerlingen tegen een exorbitante vergoeding van al dan niet benodigde hulp.

 

Schooldirecteuren werden bestookt met memo’s, bindende adviezen, nieuwe regels, verslagen en andere dwangbevelen van samenwerkingstirannen. De rompslomp die dit alles met zich meebrengt, is slechts een papieren mistgordijn voor de onderwijsinspectie en de politiek.

 

Hard op weg richting afgrond

Peter van ’t Hof, directeur/bestuurder primair onderwijs van de Godelindeschool in Hilversum, vergelijkt passend onderwijs met een trein die steeds harder gaat rijden richting afgrond. Hij betoogt dat ook passend onderwijs een illusie is. Als we goed onderwijs willen geven en (in het primair onderwijs) de basis willen leggen voor een toekomst van alle kinderen, dan is maatwerk voor elke leerling geen optie. Geen enkele leraar is daartoe in staat in groepen die variëren van zo’n 26 tot 32 leerlingen op een gemiddelde school.

 

De school maakt een schoolondersteuningsprofiel (sop) en leerkrachten leggen in groepsplannen en individuele handelingsplannen vast wat ze (na overleg met ieder kind) voor ogen hebben. De klachten van leraren die alleen nog maar administreren, zijn legio. Administratieprogramma’s zijn zo mogelijk heilig verklaard en alles, maar dan ook alles, moet daarin opgeslagen en verantwoord worden.

 

Dat de inspectie verlangt dat een school kan aantonen wat er met de (grofweg gesproken) drie niveaus in een groep gedaan wordt en wanneer en wat de resultaten zijn, is heel redelijk. Maar maatwerk voor elke leerling? Dat is toch een ander verhaal. Dan is er geen tijd meer om lessen voor te bereiden, dan is er geen tijd meer om na te kijken, dan is er alleen maar tijd voor kindgesprekken, handelingsplannen, groepsplannen, ondersteuningsprofielen en groeidocumenten. Dan hebben we geen tijd meer om les te geven, want de administratie moet op orde voor de directie, de bovenschoolse directeur en de inspectie.

 

Ordinaire bezuinigingsmaatregel

Maar al die kinderen dan waarvoor passend onderwijs eigenlijk bedoeld is? De kinderen met echte problemen die in het reguliere onderwijs eigenlijk niet mee kunnen komen? Die moeten we gaan opvangen binnen ons schoolondersteuningsprofiel. Past zo’n kind niet binnen je profiel, dan zoek je samen met de ouders een school binnen je samenwerkingsverband waar dat kind wel geplaatst kan worden. En waarom moet dat? Omdat het speciaal onderwijs te duur is. Passend onderwijs is niets meer dan een ordinaire bezuinigingsmaatregel en voor ieder kind een regelrechte ramp!

 

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker hebben het onderwijs onder hun hoede en vertegenwoordigen volgens aloude, democratische traditie het volk. Het volk heeft recht op goed en degelijk onderwijs, want als we artikel 23 van de grondwet erop naslaan, dan staat daar: het onderwijs is een voorwerp van aanhoudende zorg der regering. De minister, de staatssecretaris, maar ook de leden van de Eerste en de Tweede Kamer verzaken dus hun grondwettelijke plicht, zoals hun voorgangers, jarenlang hun grondwettelijke plicht hebben verzaakt.

 

Spoor van vernielingen

Het kon allemaal wel een beetje goedkoper door onbevoegde leerkrachten voor de klas te zetten, efficiënter, als de overheid zich maar een beetje minder bemoeide met dat onderwijs. Het moest een beetje meer van ‘gelijke kansen voor iedereen’, ‘een beetje minder toezicht en meer autonomie voor de schoolbesturen’, het laten ontstaan van de ‘onderwijsraden’ en nog veel meer zaken. Hierdoor is de overheid verworden tot een grote subsidiepot gevuld met belastinggeld waarin naar believen door de bestuurders en de samenwerkingsverbanden kan worden gegraaid. Mede door de onderwijsraden is het doel van het onderwijs in Nederland veranderd van ‘opleiden voor het leven en voor de toekomst’ in opleiden van jonge mensen tot een product voor de arbeidsmarkt. De leden van de regering en de volksvertegenwoordigers hebben het onderwijs aan een groep bestuurders en managers overgeleverd, die niet gehinderd worden door enige kennis over de dagelijkse praktijk van het onderwijs. De ‘onderwijsvernieuwers’ hebben met toestemming van de overheid de kennis uit de scholen en de opleidingsinstituten verbannen. Binnen afzienbare tijd zal het duidelijk worden wat een gigantisch spoor van vernielingen passend onderwijs door het hele onderwijs getrokken heeft. Ieder jaar wordt er volgens het CPB zes tot tien miljard euro aan verkwanseld.

 

Jeanet Meijs (bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland, portefeuille basisonderwijs) was ruim dertig jaar werkzaam in het basisonderwijs. De laatste vijftien jaar als adjunct-directeur en leerkracht van groep acht. Zij geeft nog steeds bijlessen aan basisschoolleerlingen en pabostudenten.

Trefwoorden:
Onderwijs

Deel

met uw netwerk:
Opiniestukken van: Jeanet Meijs, Bestuurslid Beter Onderwijs Nederland
Passend onderwijs: voorspel voor de volgende parlementaire enquête? - 1 juni 2015
Waar zijn de meester en de juf gebleven? - 19 september 2013
Dé onderwijspartij bestaat niet - 7 september 2012



Meer opiniestukken:

Bestel online:

Zo wordt u opiniemaker

In dit boek leert u in tien stappen denken en schrijven als een journalist

 

Alleen nog verkrijgbaar via bol.com


Schrijftip van de week

Week 50
Practice what you preach
> Meer